Actualiteiten arbeidsrechtelijke jurisprudentie onderwijs

12/07/2016

In deze Newsflash informeren wij u over de recente arbeidsrechtelijke jurisprudentie voor de onderwijspraktijk.

Werkgever aansprakelijk voor docent die viel tijdens 'uitje' met zijn klas

Kantontrechter Midden-Nederland, locatie Utrecht, 3 februari 2016

Een docent van het ROC in Utrecht heeft als activiteit voor de 'breekweek' een middag schaatsen georganiseerd. Tijdens het schaatsen met de leerlingen is hij ten val gekomen waarbij hij met zijn hoofd op het ijs terecht is gekomen. Hij heeft daarbij blijvend letsel opgelopen en is arbeidsongeschikt geraakt. De docent stelde het ROC aansprakelijk voor zijn schade. Een werkgever is op grond van artikel 7:658 lid 2 BW aansprakelijk voor de schade die een werknemer lijdt tijdens het verrichten van het werk. De werkgever moet voldoen aan zijn zorgplicht. Het ROC stelde dat zij geen zorgplicht had, omdat het niet ging om het verrichten van arbeid zoals bedoeld in artikel 7:658 BW. De kantonrechter is van oordeel dat het een activiteit is die plaatsvond tijdens reguliere lestijden en onderdeel uitmaakte van de lesverplichtingen van de docent als mentor. Daarom moet de schaatsactiviteit beschouwd worden als het verrichten van arbeid. De werkgever is aansprakelijk voor de schade van de werknemer.

Docent handelde verwijtbaar maar kreeg toch een transitievergoeding

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Tilburg, 23 november 2015

Tijdens de eindtoetsweek van de HAVO heeft een docent voorafgaand aan de toets antwoorden verstrekt aan een leerlinge met de mededeling dat ze daarover moest zwijgen. De leerlinge heeft de toets gemaakt en het cijfer is meegenomen in de beoordeling. Daarnaast had de docent via social media langdurig contact met de leerlinge en liet de docent zich negatief uit over een collega docent. De school stelt dat de docent ernstig verwijtbaar heeft gehandeld (artikel 7:669 lid 3 onder e en artikel 7:673 lid 7 onder c BW) en verzoekt de rechter tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelde dat het verstrekken van antwoorden aan de leerling in zulke mate de kern van de integriteit, betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van de docent heeft geraakt dat niet anders geoordeeld kan worden dan dat de docent ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Op die grond wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden. Dit zou betekenen dat de docent geen recht heeft op transitievergoeding. De kantonrechter heeft echter met toepassing van artikel 7:673 lid 8 BW een transitievergoeding toegekend. Voornoemd artikel geeft de kantonrechter de mogelijkheid om in het geval dat de werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld toch geheel of gedeeltelijk een transitievergoeding toe te kennen (indien het niet toekennen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is). De wetgever heeft in de memorie van toelichting op deze bepaling aangegeven te denken ‘aan een relatief kleine misstap na een heel lang dienstverband’. In het onderhavige geval is sprake van een werknemer die (bijna) tien jaar in dienst is. Met zijn handelen heeft werknemer zichzelf financieel of anderszins niet bevoordeeld en van enig strafbaar feit is evenmin gebleken. Het niet geheel toekennen van een transitievergoeding acht de kantonrechter, gezien het bovenstaande, een voor werknemer te zware bestraffing.

Ontbinding afgewezen van docent die emotionele en persoonlijke berichten zond naar leerlinge

Rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht 16 februari 2016

Een docent op een basisschool heeft op schoolkamp van groep 8 een leerlinge opgevangen die het moeilijk had met het overlijden van haar opa. Na het schoolkamp is er in de zomervakantie persoonlijk contact geweest tussen de docent en de leerlinge waarbij de leerlinge ook bij hem thuis geweest is. Er is geen sprake geweest van seksueel contact. In de zomer heeft de klas een groeps-Whatsapp aangemaakt om in contact te blijven met elkaar en de docent is ook toegevoegd aan deze groeps-Whatsapp. Na de zomer heeft de leerlinge het contact met de docent verbroken. Na een aantal emotionele en persoonlijke berichten heeft zij hem geblokkeerd. Vervolgens heeft de docent een emotioneel bericht in de groeps-Whatsapp gestuurd waarop de ouders naar de school zijn gestapt. De school is een onderzoek gestart. De docent werd ziek gemeld en er werd gestart met een behandeling binnen de geestelijke gezondheidszorg om te stabiliseren.

Een maand later heeft hij alsnog een emotionele sms naar de leerlinge verstuurd waarop de vader naar de school is gestapt. De school heeft de docent daarna geschorst, omdat het contact zoeken in strijd was met eerder gemaakte afspraken. Vervolgens heeft de school een verzoek bij de rechter ingediend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een verstoorde arbeidsverhouding (artikel 7:669 lid 3 onder g BW). De kantonrechter was van mening dat de arbeidsovereenkomst niet ontbonden kon worden, omdat de voorgestelde ontslaggrond onvoldoende voldragen was. De docent werd door collega's en leerlingen als een goede en gewaardeerde leerkracht gezien. De docent erkende dat hij met de groeps-Whatsapp en zijn contact met de leerlinge niet de professionele afstand in acht heeft genomen, maar dat het een goedbedoeld contact was. De docent had moeilijke privéomstandigheden en was teveel betrokken bij de situatie van leerlingen. Hij heeft de school meerdere malen om hulp gevraagd, maar deze hulp niet gekregen. De kantonrechter was van mening dat de school ondersteuning had moeten bieden in plaats van de docent te schorsen. De docent heeft zelf begeleiding gezocht en is bereid verdere begeleiding te accepteren om te kunnen terugkeren naar de school. De school moet dit traject met de docent volgen. Op het moment dat terugkeer niet mogelijk blijkt moet de school de docent herplaatsen bij een andere school van de gemeenschap. De ontbinding werd afgewezen.

Conciërge kweekte thuis hennepplanten en handelde verwijtbaar

Rechtbank Overijsel 3 maart 2016

Door de politie worden bij een werknemer thuis zo’n vijftig hennepplanten aangetroffen. Het ging om een 49 jarige conciërge die 11 jaar op de school werkzaam was.

De school is van oordeel dat zij de conciërge niet langer kon handhaven op de school en verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst vanwege verwijtbaar handelen (artikel 7:669 lid 3, sub e BW). De school was van oordeel dat een conciërge een voorbeeldfunctie heeft binnen de school. Een negatieve beeldvorming zou kunnen leiden tot minder aanmeldingen van leerlingen voor het schooljaar 2016-2017, of tot het van school halen van ingeschreven leerlingen.

De conciërge gaf toe dat hij in de fout was gegaan, maar stelde dat zijn foutieve gedrag zich heeft beperkt tot de privésfeer. De school stond daar buiten. De door de school gevreesde nadelige gevolgen zoals schade aan de goede naam zijn niet of nauwelijks aan de orde. Slechts een beperkt aantal leerlingen en ouders heeft vragen gesteld, maar concrete aanwijzingen dat er gevolgen zullen optreden met betrekking tot de aantallen leerlingen waren er niet.

De kantonrechter wees het verweer van de conciërge af en ontbond de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:669 lid 3, onderdeel e, BW.

De kantonrechter nam in de overweging mee dat de school er veel aan gelegen is dat ouders de school als een veilige omgeving konden beschouwen met een zo gunstig mogelijk pedagogisch klimaat. Dat er ouders zijn die het onwenselijk vinden dat een medewerker in deze situatie aan de school verbonden blijft, vond de kantonrechter niet onbegrijpelijk. Om hoeveel ouders het exact ging en of dat direct zal leiden tot minder leerlingen, was volgens de kantonrechter niet relevant.

De conciërge had uit hoofde van de cao VO (2014 – 2015) recht op een WOVO uitkering en had gelet op het (voormalige) overgangsrecht van de WWZ geen aanspraak op de transitievergoeding.