Home / Publicaties / Algemene Voorwaarden: 'Getekend voor ontvangst maar...

Algemene Voorwaarden: 'Getekend voor ontvangst maar niks ontvangen'

31/03/2010

Eiseres Voordeelbank spreekt gedaagden 1 en 2 (hierna: 'gedaagden') hoofdelijk aan tot terugbetaling van een geldlening ad € 46.950,26 vermeerderd met rente en kosten, op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden. Gedaagden beroepen zich op de vernietigbaarheid van de toepasselijke algemene voorwaarden omdat zij deze nooit ontvangen zouden hebben. Voordeelbank beroept zich ter weerlegging van het verweer van gedaagden op een beding in de ondertekende kredietovereenkomst, waarin een verklaring is opgenomen waarmee de ontvanger bevestigt de algemene voorwaarden te hebben ontvangen en daarmee akkoord te gaan. De rechtbank Utrecht (2 september 2009, LJN: BJ7081) oordeelt echter dat een dergelijke verklaring niet voldoende bewijs oplevert van de stelling dat de algemene voorwaarden aan de ontvanger zijn overhandigd.

Bewijs van ontvangst
In artikel 6 van de overeenkomst is bepaald welke algemene voorwaarden van toepassing zijn op de overeenkomst en waar deze zijn gedeponeerd. De slotzin van artikel 6 luidt: 'Cliënte verklaart een exemplaar van deze overeenkomst te hebben ontvangen, van de inhoud daarvan kennis te hebben genomen en hiermee akkoord te gaan.' Gedaagden stellen dat zij de overeenkomst per e-mail hebben ontvangen zonder algemene voorwaarden. Gedaagden stellen dat zij niet stil gestaan hebben bij het tekenen voor ontvangst van de algemene voorwaarden. De rechtbank maakt hieruit op dat gedaagden stellen dat zij niet beseften noch hoefde te beseffen dat zij voor ontvangst van algemene voorwaarden tekenden, dat gedaagden moeten aantonen dat zij de algemene voorwaarden niet hebben ontvangen, nu zij wel voor ontvangst hebben getekend.

Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt voorop dat het aan Voordeelbank is om te stellen en te bewijzen dat zij gedaagden een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. Volgens de rechtbank heeft Voordeelbank met haar stelling dat gedaagden voor ontvangst hebben getekend, kennelijk het oog gehad op het bepaalde in artikel 157 lid 2 in verbinding met artikel 156 lid 3 Rv, waarin is bepaald dat een onderhandse akte tussen partijen dwingend bewijs oplevert. De rechtbank gaat aan deze stelling van Voordeelbank voorbij. De rechtbank overweegt dat de tekst van artikel 6 voorgedrukt is. Gelet hierop - en gelet op hetgeen gedaagden hebben verklaard over de totstandkoming van de overeenkomst - neemt de rechtbank aan dat gedaagden geen enkele invloed hebben gehad op de tekst. Deze omstandigheden brengen mee dat sprake is van een verklaringsfictie waaraan niet de betekenis kan worden toegekend van partijverklaring als bedoeld in artikel 157 lid 2 Rv.

De rechtbank oordeelt voorts dat artikel 6 van de overeenkomst moet worden aangemerkt als een nietige bepaling, omdat met deze bepaling klaarblijkelijk wordt beoogd de uit de wet voortvloeiende bewijslastverdeling ten nadele van gedaagden te wijzigen. Artikel 6 heeft te gelden als een onredelijk bezwarend beding zoals omschreven in artikel 6:236, aanhef en onder k BW. Dit betekent dat Voordeelbank gedaagden niet kan tegenwerpen dat zij voor ontvangst van de algemene voorwaarden hebben getekend.

Omdat Voordeelbank geen bewijsaanbod heeft gedaan met betrekking tot de terhandstelling van de Algemene Voorwaarden, oordeelt de rechtbank dat deze niet tijdig aan gedaagden zijn overhandigd. Aangezien de vorderingen van Voordeelbank gebaseerd zijn op bepalingen uit haar algemene voorwaarden, wijst de rechtbank deze bij gebreke van een grondslag af.

Conclusie
De feiten en omstandigheden van een geval kunnen de rechter een zekere mate van vrijheid geven om te bepalen of algemene voorwaarden tijdig zijn overhandigd. Zelfs in het geval dat een verklaring in een ondertekende overeenkomst is opgenomen, waaruit zou moeten blijken dat de algemene voorwaarden zijn overhandigd, kan de gebruiker van algemene voorwaarden zich niet altijd succesvol verdedigen tegen een beroep op de vernietigbaarheid van algemene voorwaarden wegens niet-tijdige overhandiging. In het onderhavige geval geldt een voorgedrukte bepaling, die voor akkoord is getekend, niet als dwingend bewijs van ontvangst. Bovendien is een dergelijke bepaling nietig omdat deze als onredelijke bezwarend beding heeft te gelden.

Praktijk
De discussie over de vraag of algemene voorwaarden tijdig zijn overhandigd, blijft grillige jurisprudentie opleveren. Bij gebruik van de oude 'papieren' weg zou het voldoende moeten zijn als men de algemene voorwaarden afdrukt op de achterkant van het briefpapier en deze op de voorkant van het briefpapier van toepassing verklaart, met de vermelding dat de toepasselijke voorwaarden op de achterkant staan. In een elektronische omgeving (e-mail) dient een situatie te ontstaan die gelijkwaardig is aan het geval waarin in de fysieke wereld (briefvorm) de algemene voorwaarden feitelijk worden overhandigd. De wederpartij krijgt een leesbaar schriftelijk stuk in handen waarin de algemene voorwaarden zijn opgenomen. De wederpartij kan nu kennisnemen van de algemene voorwaarden en deze bewaren (opslaan). Bij de overhandiging via e-mail lijkt het voldoende te zijn als duidelijk wordt aangegeven dat de algemene voorwaarden deel uitmaken van de overeenkomst en deze voorwaarden achter een duidelijke herkenbare link zijn opgenomen, mits dit gebeurt op een manier die de wederpartij in staat stelt de algemene voorwaarden op te slaan om daar later nog eens kennis van te kunnen nemen.

Auteurs

De foto van Aziz Al-Mansouri
Aziz al Mansouri
Advocaat
Utrecht