Home / Publicaties / Crisis- en herstelwet

Crisis- en herstelwet

27/09/2010

Op 31 maart 2010 is de veelbesproken Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Bijzonder en belangrijk onderdeel van de wet is de nieuwe planologische figuur van het gebiedsontwikkelingsplan dat onder meer 'de vanwege het optimaliseren van de milieugebruiksruimte door de gemeenteraad voorgenomen ruimtelijke plannen en projecten in het ontwikkelingsgebied', 'de voorgenomen maatregelen en werken in het gebied ten behoeve van een goede milieukwaliteit' en de 'in het gebied noodzakelijke maatregelen en werken ter compensatie van het beslag op milieugebruiksruimte door de in het plan voorziene ruimtelijke ontwikkelingen' bevat voor daartoe aangewezen bestaande stedelijk gebieden of bestaande bedrijventerreinen.

Een nieuwe trend of programmatische insteek?

Sommigen spreken van een nieuwe trend in de ruimtelijke ordening - in navolging van de nieuwe Wet luchtkwaliteit en met name het Nationale Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit - anderen van een meer programmatische insteek (zo ook de stikstofdepositieregeling voor de Natuurbeschermingswet in de Chw).

De gemeente draagt zorg voor het uitvoeren van de maatregelen en werken zoals opgenomen in het gebiedsontwikkelingsplan. Om het de gemeente makkelijker te maken, dienen de eigenaren en gebruikers van gronden waarop de werken worden gerealiseerd, deze maatregelen en werken te gedogen.

Milieunormen

Onder milieugebruiksruimte wordt verstaan: de binnen een ontwikkelingsgebied aanwezige marge tussen de bestaande milieukwaliteit en de voor dat gebied geldende milieukwaliteitsnormen, die kan worden benut voor milieubelastende activiteiten. Aldus wordt voor ruimtelijke projecten (tijdelijk: gedurende tien jaar na vaststelling van het gebiedsontwikkelingsplan) bij gelijktijdig met het gebiedsontwikkelingsplan vast te stellen bestemmingsplannen een overschrijding toegestaan van diverse milieunormen die in het projectgebied gelden (bijvoorbeeld: op het moment van het vaststellen van het bestemmingsplan is nog een geluidsveroorzakend bedrijf in het plangebied aanwezig, maar zeker is dat dit bedrijf binnen tien jaar na vaststelling van het gebiedsontwikkelingsplan zal vertrekken uit het plangebied, zodat alsnog aan de geluidsnormen kan worden voldaan).

Enige kanttekeningen

Deze meer programmatische insteek lijkt een uitkomst (of liever ruimte) te kunnen bieden voor toch vaak voorkomende "knellende" situaties, maar er zijn ook kanttekeningen te plaatsen. Zo wordt de wil om goede definitieve oplossingen te zoeken mogelijk beperkt en (te) snel gekozen voor het accepteren van een overschrijdingssituatie waar op dit moment nog wel tot een oplossing wordt gekomen. En waarom zou van burgers gevraagd mogen en kunnen worden dat zij accepteren dat er tijdelijk, maar wel 10 en misschien wel 15 jaar - wat is dus tijdelijk - afgeweken wordt van geldende milieunormen, als zij niet de garantie hebben dat het uiteindelijk toch goed komt?

Weliswaar wordt in de Chw de gemeente aangewezen als orgaan dat maatregelen moet uitvoeren ten behoeve van een goede milieukwaliteit (zorgplicht), toch is het de vraag of harde garanties zullen worden gegeven en ook of de overheid aansprakelijk wordt gesteld wanneer bepaalde maatregelen uitblijven en wanneer dan moet worden vastgesteld dat ook na een termijn van tien of vijftien jaar niet aan de gestelde normen wordt voldaan. Daarnaast rijst de vraag hoe de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State te zijner tijd omtrent een dergelijk omgevingsplan zal oordelen wanneer harde afdwingbare garanties, dat uiteindelijk wordt voldaan aan de gestelde milieukwaliteitsnormen, niet worden geboden. Zal de Afdeling dan wel kunnen oordelen, dat sprake is van een "goede ruimtelijke ordening", ook gelet op het feit dat de termijn van het bestaande plan de normale termijn van 10 jaar kan overschrijden? Dit alles klemt temeer in het besef dat de gemeente of overheden voor de uitvoering van hun beleid toch ook afhankelijk zijn van andere overheden. Tenslotte staat Europese regelgeving aan het creëren van ontheffingen met betrekking tot de normen voor lucht en water in de weg.
Denk bij dit alles bijvoorbeeld aan het "handhavingsgat" bij geluidhinder in welk verband normen voor het wegverkeerslawaai al jarenlang worden overschreden zonder dat daartegen kan worden opgetreden en zonder dat het probleem voor de bewoners die ermee te maken hebben wordt opgelost.
Al met al belangrijke kanttekeningen en is het de vraag in hoeverre het experimenteren zoals in de Chw mogelijk wordt gemaakt, wenselijk is. Niettemin blijft de "programma-trend" interessant.

Coördinatieregelingen

Evenzeer interessant is de trend van toenemende coördinatie binnen de ruimtelijke ordening. Inmiddels is in vele ruimtelijke ordening- en milieuwetten de mogelijkheid van coördineren van diverse besluiten opgenomen met de Wabo en het projectuitvoeringsbesluit in de Chw zelf als meest recente voorbeelden. Het lijkt voor de hand liggend dat hiervan gebruik wordt gemaakt gelet alleen al op de tijdwinstmogelijkheden. Niettemin lijkt de praktijk nog niet alle coördinatiemogelijkheden te hebben gevonden of in ieder geval wordt er lang niet altijd gebruik van gemaakt. Reden hiervoor is wellicht dat ondanks de coördinatie toch altijd nog dezelfde verschillende overheden of overheidsafdelingen met ieder hun specifieke expertise, hun toestemming of input moeten geven en dat de meerwaarde wordt betwijfeld. Zeker met betrekking tot de coördinatiebepaling in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van bestemmingsplan en bouwvergunningen die toch een aanzienlijke procedurebekorting kan bewerkstelligen, is dit bevreemdend. Wellicht - maar dat geldt niet voor de periode tot voor een jaar geleden - is de crisis in de bouw hier debet aan. Zeker voor de hopelijk aanstaande periode van herstel verdienen alle coördinatiemogelijkheden een kans. Voornoemde terugkerende benodigde betrokkenheid van de verschillende overheden betreft vooral de overlegfase voorafgaand aan de besluitvorming en -procedure, terwijl versnelling door coördinatie mede (juist) op verkorting van de procedure zien.

Auteurs

Jan van Vulpen