Home / Publicaties / Gewijzigde Successiewet treedt per 1 januari 2010...

Gewijzigde Successiewet treedt per 1 januari 2010 in werking

24/12/2009

Op 15 december jongstleden heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Wijziging Successiewet 1956. Per 1 januari aanstaande treedt de wet in werking. Staatssecretaris De Jager heeft met deze wet aanzienlijke wijzigingen doorgevoerd. De gewijzigde Successiewet kan daarom grote gevolgen hebben voor uw persoonlijke situatie.

Tarieven en vrijstellingen

Tarieven
De tariefstructuur zal sterk worden vereenvoudigd. Zo kent de huidige wet zeven tariefschijven. Met ingang van 1 januari aanstaande zullen dat er twee zijn, te weten tot een verkrijging van € 118.000,- en een verkrijging van € 118.000,- en hoger.
De drie tariefgroepen worden teruggebracht naar twee; partners en kinderen in de ene groep en alle andere verkrijgers in de andere groep. Voor kleinkinderen is een subgroep gecreëerd. Zij vallen in tariefgroep 1, maar krijgen een opslag van 80%.

De tariefstructuur ziet er per 1 januari 2010 derhalve als volgt uit:

Belaste verkrijging

Tariefgroep 1
partners/kinderen

Tariefgroep 1A
kleinkinderen

Tariefgroep 2
overige verkrijgers

€ 0 - € 118.000,-

10%

18%

30%

€ 118.000,- – hoger

20%

36%

40%

In de huidige Successiewet worden stiefkinderen van echtgenoten fiscaal als eigen kinderen aangemerkt. Met ingang van 1 januari aanstaande geldt deze fiscale gelijkstelling van stiefkinderen ook voor stiefkinderen van ongehuwde samenwoners.

Vrijstellingen
In het algemeen vindt een verhoging plaats van de vrijgestelde bedragen voor schenk- en erfbelasting. Dit zijn alle voetvrijstellingen. Dit houdt in dat de vrijstelling van toepassing is ongeacht de hoogte van de totale verkrijging. In de huidige Successiewet staan veel drempelvrijstellingen. Drempelvrijstellingen vervallen indien meer wordt verkregen dan een bepaald bedrag.

De belangrijkste vrijstellingen per 1 januari 2010 zijn als volgt:

Vrijstellingen erfbelasting

Huidig

Voorstel

partners

€ 532.570,-

€ 600.000,-

kinderen

€ 10.323,-

€ 19.000,-

kleinkinderen

€ 10.323,-

€ 19.000,-

ouders

€ 45.513,-

€ 45.000,-

overige verkrijgers

€ 1.976,-

€ 2.000,-

Vrijstellingen schenkbelasting

Huidig

Voorstel

kinderen

€ 4.556,-

€ 5.000,-

kinderen 18-35 jaar (eenmalig)

€ 22.760,-

€ 24.000,-*

overige verkrijgers

€ 2.734,-

€ 2.000,-

* Deze vrijstelling mag eenmalig tot € 50.000,- verhoogd worden bij aankoop van een eigen woning of ten behoeve van een studiefonds.

Nieuw partnerbegrip
Indien iemand als partner van de schenker of erflater kwalificeert dan komt deze persoon in aanmerking voor de grote partnervrijstelling en zal het meerdere worden belast tegen het laagste tarief. Per 1 januari 2010 geldt een aangescherpt partnerbegrip. Zo kan slechts één persoon als partner aangemerkt worden. De volgende personen van de schenker of erflater kunnen als partner worden aangemerkt:

  • gehuwden;

  • geregistreerde partners;

  • ongehuwde samenwoners die gedurende zes maanden voor het overlijden of twee jaar voor de schenking voldoen aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

    • zij staan samen ingeschreven op hetzelfde woonadres blijkens de gemeentelijke basisadministratie en een gemeenschappelijke huishouding voeren;

    • zij zijn een wederzijdse zorgverplichting aangegaan in een notariële akte.

  • ongehuwde samenwoners die al vijf jaar samenwonen blijkens de gemeentelijke basisadministratie, op hetzelfde woonadres staan ingeschreven en een gemeenschappelijke huishouding voeren.

Bedrijfsopvolgingsfaciliteit

Een andere belangrijke wijziging betreft de bedrijfsopvolgingsfaciliteit. Indien aan de voorwaarden voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteit wordt voldaan, kan onder de huidige Successiewet maximaal 75% van de waarde van het ondernemingsvermogen of de aanmerkelijkbelangaandelen worden vrijgesteld van schenk- en erfbelasting. Vanaf 1 januari 2010 bedraagt de vrijstelling onder bepaalde voorwaarden over de eerste € 1.000.000,- 100% en over het meerdere 83%.

De gestelde voorwaarden om gebruik te kunnen maken van de faciliteit zijn echter ten opzichte van de huidige regeling aangescherpt. Zo dient de schenker gedurende vijf jaar en de erflater gedurende een jaar voorafgaande aan de schenking respectievelijk het overlijden, ondernemer te zijn geweest.

Een andere aanscherping ziet op de toepassing van de faciliteit ten aanzien van beleggingsvermogen in de onderneming. Bij aanmerkelijkbelangaandelen kan vanaf 1 januari 2010 tot maximaal 5 % van het beleggingsvermogen mee worden genomen in de faciliteit. Dit is een beperking ten opzichte van de huidige regeling, waarbij maximaal 15% van de waarde van de aandelen mag worden meegenomen.

Er is tevens een nieuw vereiste opgenomen in het kader van schenking of vererving van cumulatieve preferente aandelen. Om in dat geval met succes een beroep te kunnen doen op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit, dient de verkrijger op het moment van de verkrijging ten minste 5% van de gewone aandelen te houden. Voor u kan dit een aandachtspunt zijn, omdat veel bedrijfsopvolgingen binnen familieverhoudingen geschieden via een zogenoemde "cum pref-structuur".

Aanpassing Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI)-regeling en introductie Sociaal Belang Behartigende Instelling (SBBI)

Verscherping ANBI-regeling
Vanaf 1 januari 2010 dienen ANBI's aan zwaardere eisen te voldoen. Zo dient de instelling voor ten minste 90% het algemeen nut te dienen (onder de huidige wet is dit momenteel 50%) en kunnen bestuurders van een ANBI worden onderworpen aan een integriteitstoets. Deze laatste eis brengt met zich mee dat de ANBI-status kan komen te vervallen indien een bestuurder of een persoon die voor de instelling werkzaam is, zich schuldig maakt aan een zodanig misdrijf dat twijfels zijn ontstaan omtrent de integriteit van die persoon, zijn respect voor andermans persoon of goed, of de Nederlandse rechtsorde.

Een voor de praktijk heel belangrijke wijziging is dat per 1 januari 2010 alle ANBI-beschikkingen komen te vervallen en dat de instellingen voor 1 januari 2010 een nieuw verzoek moeten indienen. Let op: indien niet opnieuw de ANBI-status wordt verkregen, zullen eventuele periodieke giften niet meer in aftrek kunnen worden gebracht.

Een nieuwe figuur: de SBBI
Er wordt een nieuwe algehele vrijstelling geïntroduceerd voor instellingen die een particulier belang dienen, maar daarbij tegelijkertijd een sociaal belang behartigen: de SBBI. Omdat een SBBI gericht is op een particulier belang bestaat er voor deze figuur niet de giftenaftrek. Een uitzondering wordt echter gemaakt voor de SBBI die tevens een vereniging is (met ten minste 25 leden), volledige rechtsbevoegdheid heeft en niet onderworpen is aan de vennootschapsbelasting. In de praktijk moet dan met name gedacht worden aan amateursportverenigingen.

Wat betekent de gewijzigde Successiewet voor uw persoonlijke situatie?

De gewijzigde Successiewet kan voor u belangrijke gevolgen hebben. Hieronder zetten wij graag voor u de belangrijkste veranderingen op een rij die mogelijk op uw persoonlijke situatie van toepassing zijn.

Direct opeisbare renteloze geldleningen
Onder de huidige Successiewet is het mogelijk om renteloze, direct opeisbare geldleningen aan te gaan. Binnen ouder-kindverhoudingen zijn direct opeisbare renteloze geldleningen gebruikelijk. Het rentevoordeel dat de kinderen hebben kan niet belast worden met schenkingsrecht. Per 1 januari aanstaande zal dit echter veranderen. Bij een direct opeisbare renteloze lening zal er een jaarlijks voordeel ter hoogte van 6% van de hoofdsom als schenking bij de schuldenaar in aanmerking worden genomen. De schuldenaar zal dus elk jaar over 6% van de waarde van de lening schenkbelasting verschuldigd zijn.

Indien u een direct opeisbare renteloze geldlening in het verleden heeft verstrekt of ontvangen, dan is het van belang om vóór 1 januari 2010 deze geldlening te wijzigen, zodanig dat alsnog een zakelijke rente wordt overeengekomen en waarbij wordt bepaald dat de geldlening niet direct opeisbaar is. U komt dan in het nieuwe jaar niet voor onaangename verrassingen te staan.

Schenking op papier
Schenkingen op papier door schuldigerkenning vindt veelal plaats tussen ouders en kinderen. Om het gewenste fiscale effect te bereiken is hierbij van essentieel belang dat er daadwerkelijk een zakelijke rente wordt betaald aan de schenker. Vanaf 1 januari 2010 bedraagt de zakelijke rente voor dergelijke schuldigerkenningen 6%.
Voor schuldigerkenningen die voor 1 januari 2010 zijn overeengekomen en waarbij een lagere rente dan 6% is afgesproken, geldt een overgangsregeling. Deze regeling houdt in dat zolang de in het verleden afgesproken rente een zakelijk karakter draagt en deze ook daadwerkelijk jaarlijks betaald is, er bij overlijden van de schenker geen erfbelasting verschuldigd zal zijn over de schuldigerkenningen.

Afgezonderd Particulier Vermogen
Er komt een nieuwe regeling voor afgezonderde particuliere vermogens (APV). Deze regeling beoogt het ontgaan van belastingheffing door het gebruik van Anglo-Amerikaanse trusts, stichtingen, foundations, Stiftungen, Anstalts en dergelijke tegen te gaan. In deze gevallen is vaak sprake van 'zwevend' vermogen: de bezittingen en schulden worden bij geen enkele persoon in de belastingheffing betrokken.
Op grond van de nieuwe regeling wordt het vermogen van de APV toegerekend aan de inbrenger of diens erfgenamen. Op deze manier kan het doelvermogen aangemerkt worden als erfrechtelijke verkrijging. Tevens kan onder omstandigheden een uitkering vanuit een APV als een schenking aangemerkt worden en zodoende belast zijn met schenkbelasting.

Keuzetestamenten
De staatssecretaris had aanvankelijk het plan de zogenoemde flexibele keuzetestamenten aan te pakken. Een flexibel keuzetestament bevat de mogelijkheid voor de langstlevende echtgenoot pas na het overlijden van de eerststervende echtgenoot een keuze uit te brengen welke variant van vererving van toepassing is (vruchtgebruik of eigendom met een schuld aan de kinderen). De staatssecretaris is hier uiteindelijk op teruggekomen zodat met de gewijzigde Successiewet een dergelijk testament toegestaan is.
Wat nu ook vaststaat is dat indien het testament daarin voorziet het mogelijk is binnen de aangiftetermijn voor de erfbelasting een rente overeen te komen, voorzover deze rente niet meer zal bedragen dan 6% samengesteld. Wij adviseren u indien u een keuzetestament heeft gemaakt, te laten beoordelen of de in uw testament opgenomen rentebepaling voldoet aan deze nieuwe eisen.

Tot slot

Met deze brief hebben wij in grote lijnen weergegeven in welke situaties de gewijzigde Successiewet gevolgen kan hebben voor uw persoonlijke situatie. Indien u zich naar aanleiding van het bovenstaande afvraagt wat de consequenties zijn voor uw specifieke omstandigheden, dan kunt u altijd contact opnemen met een van onze specialisten op het gebied van Familievermogensrecht, 030-2121 659.