Home / Publicaties / Kanttekeningen bij de Crisis- en herstelwet

Kanttekeningen bij de Crisis- en herstelwet

19/02/2010

De Crisis- en herstelwet (CHW) is in een recordtempo tot stand gebracht. Of de CHW de voordelen brengt die worden beloofd valt echter te betwijfelen. Met name gelet op de hausse aan nieuwe wetgeving en de daarbij ook al opgenomen versnellingsmogelijkheden, rijst de vraag of de CHW niet voor extra vertragende onduidelijkheid zorgt en waarom de mogelijkheden van de bestaande nieuwe wetten niet zijn benut.

Eerder - op 13 oktober 2009 - schreef mijn collega Luurt Wildeboer een artikel over de (versnellings)mogelijkheden voor bouwprojecten van de CHW. Hij sprak daarbij over de versnelde uitvoering van woningbouwprojecten (van 12 woningen of meer) met het nieuwe projectuitvoeringsbesluit en over ontwikkelingsgebieden geregeld in nieuwe gebiedsontwikkelingsplannen.

Projectuitvoeringsbesluit
Bijzonder aan het projectuitvoeringsbesluit is dat dit een coördinatieregeling is waarbij de diverse vereiste vergunningen en ontheffingen naast de bouwvergunning niet hoeven worden verleend. Bij de motivering moeten de belangen bij die vergunningen en ontheffingen overigens wel worden afgewogen door het bestuursorgaan dat het projectuitvoeringsbesluit neemt.

Ontwikkelingsgebieden
Er zullen ontwikkelingsgebieden worden aangewezen voor versterking van duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling. Hiervoor zal een gebiedsontwikkelingsplan moeten worden opgesteld. Het gebiedsontwikkelingsplan dat onderdeel zal uitmaken van het bestemmingsplan kent een belangrijk voordeel; in dat plan kan gezocht worden naar de optimale benutting van milieuruimte waarbij eventueel tijdelijk (10 jaar) een overschrijding van bestaande milieunormen wordt gedoogd.

Tijdelijke en permanente werking CHW
De regeling van het projectuitvoeringsbesluit en het gebiedsontwikkelingsplan is tijdelijk en vervalt op 1 januari 2014 met een uitloop van 10 jaar van vóór de einddatum gestarte besluitvorming. De CHW regelt daarnaast tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden (bestuursprocesrechtelijk). De projectenlijst (met zowel categorieën projecten als specifieke projecten) bij de CHW kan door de regering in de loop van de tijd nog worden aangevuld.

De CHW voorziet ook in wijzigingen (die versnelling van ruimtelijke ordeningsprojecten kunnen bewerkstelligen) van bijzondere wetten die na 1 januari 2014 hun werking behouden, zoals de Natuurbeschermingswet, Interimwet Stad- en milieubenadering en de Onteigeningswet.

Kritiek
Vanuit de literatuur is er veel kritiek op deze wet. Hiervan valt niet los te zien dat de wet - anders dan beoogd - nog altijd niet in werking is getreden. 1 januari 2010 was immers de beoogde datum waarop de wet in werking had moeten zijn. Vorige week is de behandeling van de CHW in de Eerste Kamer zelfs uitgesteld tot 16 maart 2010 en zal de wet niet eerder in werking treden dan op 1 april 2010. Hierna volgt een kleine greep uit de diverse commentaren uit de literatuur.

Hausse aan nieuwe wetgeving
De wetgever heeft voor de ruimtelijke ordening in ons land de afgelopen jaren veel nieuwe regelgeving gemaakt. Denk aan de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening per 1 juli 2008 en de Wabo (wet algemene bepalingen omgevingsrecht) waarin veel vergunningstelsels, van kap- en bouwvergunningen tot milieuvergunningen, samen worden gevoegd om voortaan één omgevingsvergunning te kunnen verlenen. Net als de CHW kennen al deze nieuwe wetten ook een coördinatieregeling. Door alle nieuwe regelgeving en het daarbij horende overgangsrecht wordt de ruimtelijke ordening er echter niet overzichtelijker op. Welk recht of besluit of plan is nu van toepassing? Ook is het inpassen van het exploitatieplan onder de nieuwe Wro al lastig genoeg, laat staan als daar nu weer nieuwe ruimtelijke plannen bijkomen.

Verder rijst de vraag hoe de actualiseringplicht van het bestemmingsplan zich verhoudt tot het gebiedsontwikkelingsplan dat daarvan onderdeel uitmaakt maar wezenlijk anders is van aard. Daarbij komt nog de onbepaaldheid van de nieuwe begrippen in de nieuwe wetten. De CHW spreekt bijvoorbeeld van 'goede milieukwaliteit' en 'noodzakelijke maatregelen en werken ter compensatie van het beslag op milieugebruiksruimte en werken in het gebied ten behoeve van een goede milieukwaliteit'. Verschillende soorten milieubelasting moeten wellicht met elkaar vergeleken worden om aan te tonen dat een goede milieukwaliteit (alsnog) kan worden bereikt, maar bijvoorbeeld bij luchtkwaliteit is altijd de eis gesteld dat saldering slechts mogelijk is binnen dezelfde verontreinigingssoort. Met name gemeentes zullen te maken krijgen met deze en vele andere vragen, die nu eenmaal horen bij nieuwe regelgeving en vertraging vanwege de hausse aan nieuwe wetgeving lijkt moeilijk te voorkomen.

Milieueffectrapport (MER)
Met de CHW vervalt de plicht tot het opnemen en beschouwen van alternatieven voor een activiteit en het toetsingsadvies van de MER-commissie. In eerste instantie bestond de vrees dat deze wijzigingen in strijd met de Europese MER-richtlijn en de SMB-richtlijn zou zijn. Inmiddels lijkt de algemene stemming te zijn dat deze regeling door de beugel kan. Met name de alternatievenplicht zorgt in MER-procedures in het voortraject nogal eens voor hoofdbrekens en tijdverlies. Een gemiste kans lijkt wel dat deze tijdelijke CHW-maatregelen niet in het wetsvoorstel Modernisering MER zijn verwerkt.

Relativiteitsvereiste
De CHW introduceert het relativiteitsvereiste. Bezwaar en beroep tegen besluiten op grond van aangevoerde strijd met regels die uiteindelijk geen nadeel berokkent aan de appellant zelf, is dan niet meer mogelijk. Denk in dit verband aan het beroep op luchtkwaliteitseisen door de parkeergarage-eigenaar in de procedure voor de aanleg van een (concurrent)parkeergarage. De invoering van dit relativiteitsvereiste dat al jaren op de plank van het ministerie ligt, is wenselijk mede gelet op de brede maatschappelijke behoefte hieraan.

Onteigening
De CHW brengt eveneens veranderingen aan in de Onteigeningswet. Ten aanzien van de bestemmingsplanonteigening zijn de belangrijkste wijzigingen dat de Kroon onteigeningsbesluiten gaat nemen en dat inschrijving van een onteigeningsvonnis al mogelijk wordt voordat het 'onderliggende' bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. De Eerste Kamer is juist op dit punt zeer ontstemd. Het voorstel is volgens SGP en ChristenUnie strijdig met de eisen van bestuurlijke zorgvuldigheid en de materiële rechtsbescherming van eigenaren.

Primaat bestemmingsplan
Mooie uitsmijter is dat in de Crisis- en herstelwet de roep uit de praktijk om afschaffing van de verplichte omzetting binnen een jaar van een projectbesluit (de oude vrijstelling) in een bestemmingsplan is gehonoreerd. Zodoende moet het bij het opstellen van de Wro in het recente verleden zo benadrukte primaat van het bestemmingsplan er al weer aan geloven, maar zal het in de bouwpraktijk zo geliefde projectbesluit door gemeenten wellicht wel weer worden gebruikt.

Auteurs

Jan van Vulpen