Naar een nieuw ontslagrecht ?

16/08/2012

In zijn Hoofdlijnennotitie heeft de demissionair Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Kamp, de plannen voor een nieuw ontslagrecht nader toegelicht. Wat gaat er – als het aan de Minister ligt – nu veranderen?

Naar één ontslagroute

In het huidige systeem bestaan er twee ontslagroutes. De werkgever kan de kantonrechter verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden of het UWV WERKbedrijf verzoeken om toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen.

Via de keuze voor de ontslagroute kan de werkgever in beginsel ook de hoogte van de ontslagvergoeding beïnvloeden. De vergoedingen in ontbindingszaken liggen over het algemeen (aanzienlijk) hoger dan de vergoedingen voor kennelijk onredelijk ontslag, waarbij wel opgemerkt moet worden dat kantonrechters op dit moment werken aan één formule voor alle ontslagzaken.

Dit onderscheid komt te vervallen: er komt één procedure voor ontslag.

In het nieuwe stelsel wordt het ontslag niet meer vooraf door de rechter of het UWV WERKbedrijf getoetst: de werkgever kan de arbeidsovereenkomst opzeggen nadat hij de werknemer daarover heeft gehoord. De opzegtermijn wordt in alle gevallen twee maanden.

De werkgever dient voor de opzegging een reële grond te hebben. Net als in het Ontslagbesluit en de huidige beleidsregels van het UWV, zal concreet worden vastgesteld in welke gevallen daarvan sprake is. De beoordeling achteraf door de rechter wordt daardoor sterk genormeerd en de rechter zal een beperkte beoordelingsmarge hebben.

De opzegverboden blijven van toepassing, net als de verplichtingen van de werkgever in geval van collectief ontslag.

Transitiebudget en WW-lasten: voor onbepaalde én bepaalde tijd

De ontslagvergoeding zoals we die nu kennen, komt te vervallen.

Alle werknemers krijgen recht op een transitiebudget in geval van onvrijwillige beëindiging. Dit geldt dus ook voor werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van wie het contract niet wordt verlengd.

Het budget bedraagt 0.25 maandsalaris per dienstjaar tot een maximum van een half jaarsalaris. Dit transitiebudget moet worden ingezet voor (om)scholing, het verhogen van de inzetbaarheid van de werknemer op de arbeidsmarkt en/of outplacement. Een eventueel overschot – bijvoorbeeld omdat de werknemer direct nieuw werk vindt – kan fiscaal voordelig op de vitaliteitsspaarrekening worden gestort. Het recht op een transitiebudget ontstaat niet in geval van ernstig aan de werknemer verwijtbaar ontslag of in geval van faillissement van de werkgever.

De werkgever dient voorts ten hoogste de eerste zes maanden WW – uitkering van deze werknemers te betalen.

Bezwaar van de werknemer tegen ontslag: juridische procedures

Is de werknemer het niet eens met het ontslag dan kan hij het achteraf laten toetsen door de rechter. Zoals hierboven al aan de orde kwam, kan de rechter het ontslag slechts marginaal toetsen.

Oordeelt de rechter dat een reële ontslaggrond ontbreekt of de werkgever in strijd met de voor ontslag geldende voorschriften handelt dan kan hij het ontslag ongedaan maken of een ontslagvergoeding toekennen. De vergoeding kan ook aan de orde zijn indien de grond voor ontslag duidelijk aan de werkgever te verwijten is en komt bovenop het transitiebudget dat de werkgever aan iedere werknemer verschuldigd is.

De ontslagvergoeding bedraagt ten hoogste 0.5 maandsalaris per dienstjaar met een maximum van een jaarsalaris. De rechter kan van deze formule afwijken ten gunste van de werknemer als de uitkomst daarvan gezien de verwijtbaarheid van de werkgever naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Op dit moment kunnen de werkgever en de werknemer, behoudens zeer specifieke gevallen, geen hoger beroep instellen tegen de ontbindingsbeschikking van de kantonrechter. Ook tegen het oordeel van het UWV WERKbedrijf dat (geen) toestemming wordt verleend, staat geen beroepsmogelijkheid open.

In het nieuwe stelsel staat tegen de beslissing van de rechter in ontslagzaken steeds hoger beroep open. Wordt de werknemer in eerste instantie in het ongelijk gesteld, dan kan hij in hoger beroep echter geen herstel van zijn dienstbetrekking meer vorderen. Gezien het tijdsverloop dat gemoeid is met de juridische procedures in twee instanties, zou dit tot te veel onzekerheid leiden. Oordeelt het hof dat het ontslag ontoelaatbaar was, dan kan het alleen nog de hierboven genoemde vergoeding toekennen.

Hoe verder?

De voorstellen zijn kritisch ontvangen. Het zal na de verkiezingen in september 2012 moeten blijken hoeveel van de plannen overeind blijft. Wordt dus vervolgd…

Auteurs

De foto van Stephanie Dekker
Stephanie Dekker
Advocaat
Amsterdam