Home / Publicaties / Nieuwe regels voor de suppletieaangifte OB

Nieuwe regels voor de suppletieaangifte OB

05/10/2012

Jarenlang heeft de suppletieaangifte OB een kalm bestaan geleid. Na ommekomst van een jaar stelde de accountant vast dat er over het jaar genomen per saldo te veel of te weinig OB was afgedragen. Meestal werd dan vervolgens een suppletieaangifte gedaan, waarmee de OB weer werd “rechtgetrokken” met de jaarcijfers. De suppletieaangifte was geen vereiste aangifte, de afdrachtplichtige deed de suppletie spontaan.

Het feit dat een suppletieaangifte werd gedaan, betekende uiteraard dat eerdere afdrachten niet juist waren. Als die eerdere afdrachten opzettelijk of door grove nalatigheid onjuist waren gedaan, dan kon voor die eerdere afdrachten een vergrijpboete worden opgelegd. Voor de suppletieaangifte zélf kon nooit een boete worden opgelegd: het was immers een onverplichte actie van de afdrachtplichtige om eerder gemaakte fouten te herstellen. Ook het niet doen van een suppletieaangifte kon dus niet beboet worden.

Kortom: wie onopzettelijk en niet grof nalatig verkeerd had afgedragen en later de fouten daarin onderkende kon ofwel boetevrij suppleren ofwel boetevrij afwachten of de inspecteur er achter zou komen. Wie wel opzettelijk of grof nalatig te weinig had afgedragen kon middels de suppletie een beroep op inkeer doen.

Sinds 1 januari 2012 is dit anders. Op die datum trad namelijk artikel 10a AWR in werking. Dit artikel bepaalt dat bij AMvB gevallen kunnen worden aangewezen waarin belastingplichtigen of inhoudingsplichtigen worden gehouden de inspecteur eigener beweging mededeling te doen van onjuistheden of onvolledigheden in voor de belastingheffing van belang zijnde gegevens en inlichtingen die hun bekend zijn of zijn geworden. Vervolgens is in art. 15 Uitvoeringsbesluit OB bepaald dat zodra de belastingplichtige constateert dat hij een aangifte OB over een tijdvak in de afgelopen vijf kalenderjaren onjuist of onvolledig heeft gedaan waardoor te veel of te weinig belasting is betaald, de belastingplichtige gehouden is alsnog “bij wijze van suppletie” de juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen te verstrekken. Art. 15 Uitvoeringsbesluit OB bepaalt daarbij dat de suppletie moet worden gedaan “op de door de inspecteur aangegeven wijze”. Dit voorschrift heeft zich
inmiddels vertaald in een formulier dat van de website van de belastingdienst kan worden gedownload (http://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/themaoverstijgend/nieuws/20121003_nieuw_formulier_voor_suppletie_omzetbelasting) .

Het niet, niet tijdig of niet op de voorgeschreven wijze doen van deze suppletie is daarbij zelf een beboetbaar feit geworden. De maximumboete is 100% van het bedrag aan belasting dat als gevolg van het niet nakomen van de suppletieverplichting niet is of zou zijn geheven.

Deze nieuwe regeling roept veel vragen op. Neem het voorbeeld dat over het derde kwartaal van het jaar 2012 door grove nalatigheid te weinig omzetbelasting op aangifte is afgedragen, en vervolgens begin 2013 niet, of niet tijdig, is gesuppleerd. Dan lijkt het mogelijk dat nageheven wordt over het derde kwartaal, dat voor dat kwartaal ook een boete wordt opgelegd, en ook nog eens een boete wordt opgelegd omdat niet tijdig en in de juiste vorm is gemeld dat er te weinig is afgedragen. Maar is dit geen dubbele beboeting? Artikel 28a van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst kent wel een gezamenlijke maximering van deze twee boetes maar die regel geldt niet voor alle gevallen. Betekent deze regeling dat de belastingplichtige zichzelf moet gaan belasten? En hoe kan je nu spreken van ‘’belasting die niet is of zou zijn geheven’’ als er (vervolgens) toch wordt nageheven? Kortom: voer voor procedures.

Voor de accountant is het vooral van belang zich te realiseren dat als hij constateert dat omzetbelasting onjuist is aangegeven en is afgedragen, hij niet kan volstaan met het (laten) boeken van een suppletieverplichting op de balans. Zodra de fout ontdekt wordt, moet er iets gebeuren, namelijk suppleren door de belastingplichtige op de door de inspecteur voorgeschreven wijze.

Maar wat zijn de risico’s voor de accountant als de belastingplichtige die suppletie niet juist, tijdig en op de voorgeschreven wijze doet? Als de reden voor dat verzuim ligt in de omstandigheid dat de accountant de belastingplichtige niet (voldoende klemmend) op de suppletieverplichting heeft gewezen, dan kan de accountant mogelijk als medepleger worden beboet. Maar op de accountant rust niet een verplichting om zélf een suppletieaangifte te doen, als zijn klant ondanks dringende aansporingen weigert te suppleren. Ter bescherming van zijn eigen rechtspositie is het dan ook van belang dat de accountant zijn klant nadrukkelijk en vooral schriftelijk op zijn suppletieverplichting wijst.

Uiteindelijk is de nieuwe regeling omtrent de suppletie weer een volgende stap waarmee de accountant steeds meer in de rol wordt geduwd van controleur ten behoeve van de belastingdienst. Dat past binnen de filosofie van het horizontaal toezicht, waarbij de zorg voor de juiste belastingheffing komt te liggen bij klanten en intermediairs. Leuker kunnen we het niet maken…

Auteurs

Dian Brouwer
Dian Brouwer