Normering van topinkomens en de beoordelingsvrijheid van de rechter

19/04/2013

Zoals wij u in onze NewFlashes hebben bericht, is per 1 januari 2013 de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (“WNT”) in werking getreden. Deze wet heeft er - kort gezegd - toe geleid dat topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector niet meer dan 130% van het ministersalaris mogen verdienen en dat een ontslagvergoeding die tussen werkgever en de topfunctionaris wordt overeengekomen, niet meer dan € 75.000,- bruto mag bedragen.

De wet voorziet niet in een normering door de kantonrechter bij de vaststelling van een ontbindingsvergoeding: met andere woorden de kantonechter is in dat kader niet aan de WNT gebonden. Toch laten niet alle kantonrechters de WNT onbesproken, zoals blijkt uit twee ontbindingsprocedures die dit jaar zijn afgerond. Een goed moment om de eerste resultaten met u te delen.

Om te beginnen de kantonrechter Eindhoven die als uitgangspunt neemt dat hij niet aan de WNT is gebonden. Opvallend is dat de kantonrechter dit uitgangspunt in zijn vervolgoverwegingen nuanceert. Gelet op de maatschappelijke doelstelling van de wet - het normeren van beloningen in de (semi)publieke sector - wordt de WNT door de kantonrechter wel als zelfstandige factor betrokken bij het vaststellen van de ontslagvergoeding voor de bestuurder van de Stichting Integraal Kankercentrum Zuid. De kantonrechter achtte de gemaximeerde WNT-vergoeding van EUR 75.000,- gelet op de specifieke omstandigheden in deze zaak (onder meer relatief hoge leeftijd, lange duur dienstverband en overwegend goed functioneren) echter niet passend en heeft de bestuurder een ontbindingsvergoeding van (afgerond) EUR 160.000,- bruto toegekend.

De kantonrechter Wageningen liet überhaupt geen ruimte voor (analoge) toepassing van de WNT. Het betrof in deze zaak de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de bestuurder van Woningcorporatie Stichting Idealis. Stichting Idealis beriep zich op de normerende werking van de WNT, als argument om de eventueel toe te kennen ontbindingsvergoeding te matigen. De kantonrechter gaat niet mee in deze redenering, maar oordeelt - in lijn met de tekst en strekking van de WNT - dat er geen sprake is van een ontslagvergoeding die tussen partijen is of wordt overeengekomen en er ook anderszins geen grond is om de WNT toe te passen. De bestuurder wordt een vergoeding toegekend van EUR 175.000,- bruto.

Bovenstaande uitspraken tonen een opmerkelijk verschil in de wijze waarop de WNT door verschillende kantonrechters in de praktijk wordt geïnterpreteerd en toegepast. Dit doet de vraag rijzen of de (inwerkingtreding van de) WNT al dan niet impliciet leidt of zal leiden tot het naar beneden bijstellen van de ontbindingsvergoeding die aan topfunctionarissen in de (semi)publieke sector wordt toegekend. Feit is dat de kantonrechter naar de letter van de wet niet aan de WNT is gebonden bij het vaststellen van een (billijke) beëindigingsvergoeding. Dit neemt niet weg dat het tot de vrijheid van de kantonrechter behoort om het bestaan van de WNT al dan niet in de beoordeling te betrekken. Tegengestelde redeneringen c.q. afwegingen zoals in de bovengenoemde uitspraken, leiden in onze optiek evenwel tot onnodige onduidelijkheid over de toepassing en reikwijdte van de WNT. Het is vanuit het oogpunt van rechtszekerheid nu juist zo van belang dat je als werkgever en werknemer vooraf een goede inschatting kunt maken van de uitwerking die een ontbindingsprocedure zal hebben. Het verdient daarom aanbeveling om in de al bestaande richtlijnen voor de kantonrechters op te nemen of, en zo ja op welke wijze, de WNT in de oordeelsvorming wordt betrokken.

Wij blijven de relevante en boeiende ontwikkelingen over dit onderwerp voor u volgen.

Auteurs

De foto van Frank Verlaan
Frank Verlaan
Advocaat