Home / Publicaties / Ontslag bestuurder-aandeelhouder tegen wil mogelijk,...

Ontslag bestuurder-aandeelhouder tegen wil mogelijk, ondanks unanimiteitsbepaling in de aandeelhoudersovereenkomst

18/02/2015

Inleiding

Indien een vennootschap in financiële moeilijkheden komt te verkeren, is de kans groot dat het bestuur en de aandeelhouders verschillende visies hebben op het beleid van de vennootschap. Dit kan tot onwerkbare situaties leiden. Het Hof Amsterdam heeft in zijn arrest op 13 januari 2015 bepaald dat een bestuurder-aandeelhouder tegen haar wil kan worden ontslagen, ook al is in de aandeelhoudersovereenkomst bepaald dat ontslag van een bestuurder slechts met unaniem besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders kan plaatsvinden.

De les uit dit arrest voor zowel aandeelhouders als bestuurders is dat zij niet blind kunnen varen op een ontslagbepaling in een aandeelhoudersovereenkomst die unanimiteit vereist.

Feiten

Red Blue B.V. is een vennootschap met vier aandeelhouders, die elk 25% van de aandelen houden. Drie van de vier aandeelhouders zijn tevens statutair bestuurder van Red Blue B.V.

Conform artikel 2:244 lid 2 BW is in de statuten van Red Blue B.V. bepaald dat een bestuurder ontslagen mag worden bij een besluit van de algemene vergadering met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen, waarbij ten minste de helft van het geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd.

De aandeelhouders hebben in aanvulling op de statuten een aandeelhoudersovereenkomst gesloten en zijn overeengekomen dat een bestuurder slechts ontslagen kan worden bij een besluit van de algemene vergadering met unanimiteit. Deze ontslagbepaling in de latere aandeelhoudersovereenkomst wijkt dus uitdrukkelijk af van dwingend recht en de statuten van Red Blue B.V.

Drie van de vier aandeelhouders zijn voornemens een bestuurder, die tevens aandeelhouder is, op grond van de statutaire bepaling te ontslaan. Deze bestuurder-aandeelhouder is echter van mening dat dit niet mogelijk is op grond van de aandeelhoudersovereenkomst die unanimiteit vereist, want deze bestuurder-aandeelhouder heeft zelf in hoedanigheid van aandeelhouder niet ingestemd met zijn eigen ontslag als bestuurder. De overige drie aandeelhouders die gezamenlijk 75% van het kapitaal vertegenwoordigen zijn van mening dat zij niet gebonden zijn aan het unanimiteitsvereiste in de aandeelhoudersovereenkomst, omdat dit in strijd is met de dwingendrechtelijke bepaling in de statuten.

Vennootschapsrechtelijke doorwerking van aandeelhoudersovereenkomsten

Prevaleert de ontslagbepaling in de statuten? Het gaat immers om een dwingendrechtelijke bepaling waarvan de wet geen afwijking (in de statuten) toestaat. Of geldt de ontslagbepaling in de aandeelhoudersovereenkomst? Deze overeenkomst is immers door wilsovereenstemming en contractsvrijheid tot stand gekomen en bovendien zijn alle aandeelhouders partij bij de aandeelhoudersovereenkomst.

De tegenwerpelijkheid van aandeelhoudersovereenkomsten binnen de vennootschapsrechtelijke rechtsorde, ook wel vennootschapsrechtelijke doorwerking genoemd, heeft de afgelopen jaren in de rechtspraak steeds meer terrein gewonnen. De gedachtegang dat aandeelhoudersovereenkomsten door het verbintenissenrecht en statuten door het vennootschapsrecht worden beheerst, geldt niet meer ten volle. In de jurisprudentie is een zekere wisselwerking tussen vennootschapsrechtelijke en contractuele verhoudingen te ontdekken. Deze wisselwerking gaat onder omstandigheden zelfs zo ver dat een besluit van een orgaan van een vennootschap in strijd met een aandeelhoudersovereenkomst op grond van artikel 2:8 jo. 2:15 lid 1 sub BW vernietigbaar kan zijn.

De juridische grondslag van vennootschapsrechtelijke doorwerking van aandeelhoudersovereenkomsten is dus de vennootschapsrechtelijke redelijkheid en billijkheid. Deze vennootschapsrechtelijke redelijkheids- en billijkheidstoetsing vergt maatwerk van precies de juiste afweging van belangen, rekening houdend met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval.

Inkleuring van de vennootschapsrechtelijke redelijkheid en billijkheid

Het Hof Amsterdam kwam in dit geval tot de conclusie dat de ontslagbepaling in de aandeelhoudersovereenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was en de bestuurder op grond van de dwingendrechtelijke statutaire bepaling mocht worden ontslagen.

Deze beslissing van het Hof Amsterdam is gestoeld op de redelijkheid en billijkheid verwijzend naar het doel van het dwingendrechtelijke artikel 2:244 BW. Volgens het Hof Amsterdam dient dit wetsartikel ertoe ervoor te waken dat ontslag van een bestuurder te zeer wordt bemoeilijkt dan wel onmogelijk wordt gemaakt. Artikel 2:244 BW dient het belang van de vennootschap. De gedachte die achter artikel 2:244 BW spreekt is dat het handhaven van een bestuurder tegen de wens van aandeelhouders die tezamen meer dan twee derden van de uitgebrachte stemmen en meer dan de helft van het kapitaal vertegenwoordigen, in het algemeen op gespannen voet zal komen te staan met het vennootschapsbelang. Deze situatie dient te worden voorkomen.

Juist een contractuele ontslagbepaling zoals in onderhavige aandeelhoudersovereenkomst strekt ertoe te beletten dat een bestuurder/aandeelhouder tegen zijn wil kan worden ontslagen ook al wensen de overige aandeelhouders dit ontslag wel. Met het oog op het belang van de vennootschap zal dit volgens het Hof al spoedig naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar worden geacht. Duurzame verstoringen van de onderlinge verhoudingen binnen een dergelijk meerhoofdig bestuur zal, los van de oorzaak daarvan, in het algemeen aan het goed functioneren van het bestuur in de weg staan en daarmee het belang van de vennootschap schaden.

Conclusie

Kortom, het Hof Amsterdam onderstreept in dit arrest in lijn met eerdere jurisprudentie helder dat de grens tussen enerzijds de contractsvrijheid van aandeelhouders om af te spreken wat zij willen en anderzijds gebondenheid van aandeelhouders aan dwingendrechtelijke vennootschappelijke bepalingen wordt bepaald door het achterliggende doel van de betreffende dwingendrechtelijke vennootschappelijke bepaling.

De waarde van een ontslagbepaling in een aandeelhoudersovereenkomst die - in strijd met de statuten en het dwingend recht - unanimiteit vereist van alle aandeelhouders, is onder omstandigheden betrekkelijk. Is er sprake van een duurzame verstoring van onderlinge verhoudingen binnen het bestuur waardoor het belang van de vennootschap geschaad is c.q. zal worden? Dan kan een dergelijke contractuele ontslagbepaling - ondanks de contractsvrijheid van aandeelhouders en ondanks het feit dat alle aandeelhouders partij zijn bij de aandeelhoudersovereenkomst - eenvoudig opzij worden gezet door een dwingendrechtelijke statutaire ontslagbepaling op grond van de maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

Auteurs

Marlot-Tak-CMS-NL
Marlot Tak
Advocaat
Utrecht