Over proefboringen bij Schiermonnikoog en het belanghebbende-begrip

22/02/2017

Gaswinning is niet alleen een hot topic in het Waddengebied, maar ook in het bestuursrecht. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) oordeelde ruim een maand geleden nog in de Groningse gaskwestie. De gaswinning uit het Groningenveld hoeft voorlopig niet verder te worden beperkt dan de 24 miljard kubieke meter per jaar waartoe de minister van Economische Zaken eind september 2016 besloot (uitspraak van 5 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:6). Vorige week was het de beurt aan de gaswinning bij Schiermonnikoog.

De Afdeling bepaalde dat twee proefboringen met tijdelijke boorplatforms op ongeveer vijf en zeven kilometer ten noorden van Schiermonnikoog, waarvoor op 9 juni 2016 zowel een omgevings- als een natuurvergunning waren verleend, doorgang mochten vinden (uitspraak van 15 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:397). De eerste proefboring zou vanaf oktober 2017 tot en met maart 2018 mogen plaatsvinden in Natura 2000-gebied Noordzeekustzone. Als zou blijken dat een winbare hoeveelheid gas aanwezig is, mocht een tweede proefboring plaatsvinden om te bepalen of gaswinning haalbaar en rendabel is.

De uitspraak van 15 februari 2017 is om meerdere redenen interessant. De zaak kreeg na het eindoordeel van de rechter een zeer verrassende wending doordat vergunninghoudster ENGIE op dezelfde dag bekend maakte af te zien van de proefboringen. Dit deed onder bestuursrechtjuristen direct de vraag rijzen of de Afdeling wel tot een uitspraak was gekomen als zij dit eerder had geweten, want wat is dan nog het procesbelang? Ik wil in dit artikel echter stilstaan bij het oordeel van de hoogste bestuursrechter over de vraag wie de belanghebbenden zijn bij de verleende vergunningen en daar dus tegen konden procederen.

Tegen wat ik gemakshalve maar even de proefboringsbesluiten zal noemen, was beroep ingesteld door twee particulieren: A, die woonachtig is op Schiermonnikoog, en B die een (vakantie)woning heeft op het eiland. Ook particulier C die op Schiermonnikoog woont, had samen met de Waddenvereniging beroep aangetekend. De Afdeling is van oordeel dat deze particulieren geen rechtstreeks belang hebben bij de besluiten, omdat hun woningen op een afstand van rond de 7 kilometer van de meest nabije boorlocatie liggen en zij dus geen zicht hebben op de locatie (zichtcriterium).

Ook de stellingen dat zij veelvuldig het uitzicht schilderen vanaf Schiermonnikoog en hechten aan de ongereptheid van het gebied, zoals aangevoerd door A en C, en dat er gevreesd moest worden voor ongelukken die lozingen van vervuilende stoffen kunnen veroorzaken en voor waardedaling van de woning, aldus B, leidden de Afdeling niet tot het oordeel dat deze particulieren een objectief en persoonlijk belang hebben dat door deze proefboringsbesluiten wordt geraakt. Voor de particulieren houdt het daarmee op. Zij werden niet-ontvankelijk geacht en kunnen dus geen inhoudelijk oordeel van de rechter verkrijgen op het tegen de vergunningen aanhangig gemaakte beroep.

Ook de lokale overheid kon zich in het geheel niet vinden in de door de minister en staatssecretaris toegestane proefboringen nabij Schiermonnikoog. De minister en de staatssecretaris meenden echter dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is op de besluiten en dat daarom door de gemeente daartegen geen beroep kon worden ingesteld. Artikel 1.4 van deze wet bepaalt namelijk dat een niet tot de centrale overheid behorend bestuursorgaan, zoals een gemeente, geen beroep kan instellen tegen een besluit van een tot de centrale overheid behorend bestuursorgaan, zoals de minister van Economische Zaken, indien het besluit niet tot dat decentrale bestuursorgaan is gericht. De achterliggende gedachte is dat moet worden voorkomen dat de realisatie van de projecten waarop de Chw van toepassing is vertraging oploopt door beroepsprocedures van decentrale overheden. De gemeente Schiermonnikoog had vanwege deze dreigende niet-ontvankelijkheid de hulp van de Waddenvereniging ingeroepen en samen met deze vereniging beroep ingesteld tegen de proefboringsbesluiten. De Waddenvereniging fungeerde daarmee als een soort stroman. Dat bleek echter niet nodig, want de Afdeling maakt in de uitspraak van 15 februari 2017 korte metten met de redenering van de minister en staatssecretaris. Zij overweegt dat de Crisis- en herstelwet niet van toepassing is, omdat daarvoor een inpassingsplan is vereist en dat was in dit geval niet vastgesteld. De gemeente Schiermonnikoog kon daarom wel degelijk zelfstandig opkomen tegen de proefboringsbesluiten. Een kleine overwinning voor de lokale overheid, die overigens even later haar inhoudelijke beroepsgronden tegen de proefboringen toch verworpen zag worden.

Ook de andere partijen, zoals de Waddenvereniging en Vissersverenigingen die zich niet met de proefboringsbesluiten konden verenigen en zich bij de Afdeling hadden gemeld, werden in hun beroepen ontvankelijk verklaard.

Deze uitspraak laat zien dat ook wanneer de centrale overheid zich ferm opstelt omdat het ervan overtuigd is dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is, die opstelling niet altijd bepalend is. De deur naar de bestuursrechter hoeft niet altijd gesloten te blijven voor lagere overheden die het niet eens zijn met projecten van nationaal belang.

Zie bijvoorbeeld ook de uitspraak van de Afdeling van 14 oktober 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3188. Voor particulieren blijft het echter een uitdaging om aannemelijk te maken dat zij een belang hebben dat zich onderscheidt van andere door het besluit getroffenen.

Meer weten? Als u meer informatie wil over de vraag of u belanghebbende bent bij een besluit voor ontwikkelingen bij u in de buurt, dan kunt u contact opnemen met het bestuursrechtteam van CMS.

Auteurs

Heidi-Dekker-CMS-NL
Heidi Dekker
Advocaat