Home / Publicaties / Overgang van onderneming: dient werknemer de langere...

Overgang van onderneming: dient werknemer de langere reistijd naar het werk te accepteren?

01/04/2015

Als gevolg van een overgang van onderneming kunnen werkomstandigheden wijzigen, bijvoorbeeld de werklocatie en reistijd. Een werknemer die meent nadeel te ondervinden van de overgang van onderneming, kan ervoor kiezen om de kantonrechter te verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden, onder toekenning van een (hoge) vergoeding. Daarbij zal de werknemer stellen dat de wijziging van omstandigheden het gevolg is van de overgang van onderneming en daarom voor rekening van de werkgever komt. Dit is echter geen recept tot succes. Van een werknemer mag verwacht worden dat hij zich welwillend en als goed werknemer opstelt tegenover redelijke wijzigingen in de arbeidsomstandigheden.



Achtergrond



In een kwestie die speelde voor de rechtbank Midden-Nederland was sprake van een overgang van onderneming, waardoor de werknemers van de vervreemder zijn overgegaan naar de verkrijger. Als gevolg van deze overgang werd een werkneemster geconfronteerd met een langere reistijd naar haar werk. In plaats van een enkele reis van 10 minuten op de fiets, zou de werkneemster na de overgang één uur met de auto (of twee uur met het openbaar vervoer) naar haar werk dienen te reizen. De werkneemster voerde aan dat er sprake was van een wijziging van omstandigheden in haar nadeel, die voor rekening en risico van de werkgever moest komen. Om deze reden verzocht de werkneemster de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden met toekenning van een ontslagvergoeding ten laste van haar werkgever. De werkneemster verzocht een vergoeding met een correctiefactor van 1,25 én uitbetaling van de opzegtermijn van drie maandsalarissen. De werkneemster verduidelijkte dat zij niet met haar auto aan het verkeer durft deel te nemen en dat de reistijd na de overgang van onderneming daardoor praktisch twee uur met het openbaar vervoer zou bedragen voor een enkele reis. Bij de rechter voerde de werkgever aan dat deze omstandigheid voor risico van de werkneemster komt en haar niet kan worden toegerekend.



Oordeel kantonrechter



De kantonrechter oordeelt in dit geschil dat een reisafstand van één uur acceptabel is. De kantonrechter meent dat de langere reistijd in de gegeven omstandigheden wel van de werkneemster kon worden gevergd. Van een werknemer mag namelijk in algemene zin een zekere mate van welwillendheid worden verwacht ten aanzien van de wijziging van arbeidsomstandigheden, ook in een geval van overgang van onderneming. De kantonrechter meent dat de belemmering die de werkneemster ervaart van subjectieve aard is, waardoor dit de werkgever niet valt aan te rekenen. Onder de gegeven omstandigheden had van de werknemer verwacht kunnen worden dat zij naar hulpmiddelen had gezocht om toch op de nieuwe vestiging te kunnen werken. De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek van de werkneemster weliswaar toe, maar kent niet de door werkneemster gevraagde ontslagvergoeding toe. De werkneemster dient genoegen te nemen met enkel een vergoeding gelijk aan de opzegtermijn van drie maanden.



Praktijk



Voor de praktijk is het van belang dat werkgevers zich ervan bewust zijn dat wijzigingen in de arbeidsomstandigheden door een overgang van onderneming voor risico van de werkgever kunnen komen. Als de werknemer het niet eens is met de nieuwe arbeidsomstandigheden, kan de werknemer de arbeidsovereenkomst via de rechter laten ontbinden en kan het zijn dat de werkgever een (hoge) ontslagvergoeding moet betalen. Daarbij is het de vraag of de ontbindingsgrond voor rekening en risico van de werkgever komt. Onder bepaalde omstandigheden kan dit het geval zijn, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn, zoals deze zaak laat zien. Het toont opnieuw aan – in lijn met vaste rechtspraak – dat een (fors) langere reistijd over het algemeen door de werknemer geaccepteerd dient te worden.



De beginselen "goed werkgeverschap" en "goed werknemerschap" spelen een belangrijke rol bij de vraag of een werknemer verplicht kan worden mee te werken aan een wijziging van de werklocatie. Er zal steeds een belangenafweging dienen plaats te vinden en er zal worden beoordeeld of de werkgever een redelijk voorstel heeft gedaan waarbij van de werknemer kan worden gevergd dat hij dit voorstel aanvaardt. Als in de arbeidsovereenkomst een eenzijdig wijzigingsbeding is opgenomen, kan van werknemers eerder worden verwacht dat zij meewerken aan de verplaatsing.



Let op



Om als werkgever goed voorbereid te zijn in situaties waarin de bedrijfslocatie – of de standplaats – waar de werknemer werkzaam is, wordt gewijzigd, kunnen de volgende elementen van belang zijn.

  1. Neem een eenzijdig wijzigingsbeding op in de arbeidsovereenkomst en voorkom problemen achteraf. De werknemer is immers bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst akkoord gegaan met toekomstige (redelijke) wijzigingen.

  2. Neem in de arbeidsovereenkomst de standplaats van de werknemer op, waarbij eveneens de bevoegdheid wordt voorbehouden deze standplaats te wijzigen.

  3. Bied werknemers een (tijdelijke) compensatieregeling aan om te voorzien in de nadelige gevolgen van de verplaatsing en extra reistijd. Dit is verstandig in het licht van het "goed werkgeverschap" en om te zorgen dat werknemers met de verplaatsing instemmen. Te denken valt aan het aanmerken van (een deel van) de reistijd als werktijd, een reiskostenvergoeding, een aanpassing van de werktijden en een verhuiskostenvergoeding. De hoogte van de vergoeding zal afhangen van de gevolgen die de verplaatsing voor de werknemer heeft. Om te voorkomen dat werknemers ondanks de compensatie niet akkoord gaan met de verplaatsing, kunt u zich hierover laten adviseren.

Auteurs

De foto van Aysegul Avci
Aysegül Avci
Advocaat
Amsterdam
Niels-Koene-CMS-NL
Niels Koene
Advocaat
Amsterdam