Standaard RAW Bepalingen 2010

15/03/2012

CROW heeft de Standaard RAW Bepalingen 2005 ("Standaard 2005") onlangs vervangen door de Standaard RAW Bepalingen 2010 ("Standaard 2010"). De Standaard 2010 is op meerdere punten aangepast ten opzichte van de Standaard 2005. Ik maak u graag attent op een belangrijke wijziging die met name een rol speelt bij aanbestedingsprocedures.

Controle verrekenprijzen

Standaard 2005
Onder de Standaard 2005 was een aanbestedende dienst, voorafgaande aan een gunning, verplicht op grond van artikel 01.01.04 Standaard 2005 de aanneemsom van een inschrijver te ontleden om zo te toetsen of er bij het berekenen van de aanneemsom gebruik was gemaakt van kennelijk onredelijke verrekenprijzen. Deze verplichting gold alleen in het geval de 'economisch meest voordelige inschrijving' het gunningscriterium was. De ratio van deze bepaling was dat de aanbestedende dienst op deze wijze kan bekijken of de inschrijver aan wie zij voornemens is het werk te gunnen daadwerkelijk de meest voordelige inschrijving heeft gedaan en niet ten koste van de aanbestedende dienst heeft gespeculeerd op over- dan wel onderschrijding van bepaalde hoeveelheden. Getoetst wordt derhalve of in de verrekenprijzen alle kosten zijn opgenomen die verband houden met de resultaatsverplichting.

Indien een aanbestedende dienst vervolgens van mening was dat de verrekenprijs kennelijk onredelijk was werd de inschrijver op de voet van 01.01.04 lid 03 Standaard 2005 in de gelegenheid gesteld dusdanige wijzigingen in de aanneemsom aan te brengen dat er geen sprake meer was van kennelijk onredelijke verrekenprijzen.

Standaard 2010
De aanbestedende dienst is onder de Standaard 2010 op grond van artikel 01.01.04 nog steeds in de gelegenheid te toetsen of een inschrijver ten koste van de aanbestedende dienst speculeert op hoeveelheden. Deze toets is onder de Standaard 2010 niet meer beperkt tot aanbestedingsprocedures met het gunningscriterium 'economisch meest voordelige inschrijving'. De toets bestaat er onder de Standaard 2010 echter niet uit dat de aanbestedende dienst toetst of er sprake is van een kennelijke onredelijke prijs. Deze toets is onder de Standaard 2010 namelijk komen te vervallen. In plaats daarvan is een meer objectief bepaalbare toets in de Standaard 2010 opgenomen; getoetst dient te worden of in de opgegeven verrekenprijzen alle kosten zijn opgenomen die voor het tot stand brengen van de resultaatsverplichting nodig zijn.

Indien een aanbestedende dienst vervolgens van mening is dat de aanneemsom niet alle kosten bevat die in de aanneemsom opgenomen zouden moeten worden dan deelt de aanbestedende dienst aan de inschrijver mede waarom zij dit van mening is en verzoekt zij de inschrijver een schriftelijke toelichting te geven op de ontleding van haar inschrijfsom. Indien vervolgens uit de schriftelijke toelichting van de inschrijver blijkt dat in de aanneemsom niet alle kosten zijn opgenomen die verband houden met het tot stand brengen van het werk dan wordt de inschrijving als ongeldig terzijde geschoven.

Conclusie
Waar de inschrijver onder de Standaard 2005 nog in de gelegenheid werd gesteld de inschrijving dusdanig te wijzigen dat er geen sprake meer was van kennelijk onredelijke inschrijfprijzen, is deze mogelijkheid in de Standaard 2010 in zijn geheel komen te vervallen. Indien blijkt dat de verrekenprijzen van een aanneemsom niet alle kosten bevatten volgt direct uitsluiting van de inschrijving.

Met deze wijziging is de Standaard meer in overeenstemming gebracht met aanbestedingsrechtelijke jurisprudentie. Aanbestedingsrechtelijk gezien is het een inschrijver immers niet toegestaan zijn aanbieding na inschrijving nog te wijzigen. Of de wijziging van de Standaard veel gevolgen zal hebben voor de praktijk is de vraag daar het Hof Den Haag (LJN: BU7159) onlangs ten aanzien van artikel 01.01.04 Standaard 2005 heeft geoordeeld dat dit artikel en daarmee het bestek in strijd is met het Europeesrechtelijke beginsel van gelijke behandeling.

Auteurs

De foto van Jildau Yilmaz
Jildau Yilmaz
Advocaat
Amsterdam