Stemmen voor gevorderden

04/01/2012

Bij verpanding van aandelen kan het stemrecht worden toegekend aan de pandhouder. Onlangs is een uitspraak gepubliceerd waarin de bevoegdheid van de pandhouder om het stemrecht uit te oefenen aan banden lijkt te zijn gelegd. Op grond van art. 2:198 lid 1 BW kunnen de aandelen in een besloten vennootschap worden verpand, tenzij de statuten dit uitsluiten. Bij de verpanding kan worden bepaald dat het stemrecht aan de pandhouder wordt toegekend (art. 2:198 lid 3 BW).
In de (financierings)praktijk is de pandhouder in de regel een persoon aan wie de aandelen niet vrijelijk kunnen worden overgedragen. De overgang van het stemrecht zal daarom moeten worden goedgekeurd door het daartoe bevoegde orgaan, meestal de algemene vergadering van aandeelhouders. Daarnaast is het gebruikelijk om in de pandakte te bepalen dat het stemrecht overgaat op de pandhouder onder de opschortende voorwaarde van (i) niet nakoming van de verplichtingen onder de (lenings)overeenkomst en (ii) de mededeling van de pandhouder aan de pandgever dat het stemrecht overgaat. Aan deze voorwaardelijke constructie liggen onder andere fiscale motieven ten grondslag die hier verder onbesproken zullen blijven.

Publicatie
Update_Banking_and_Finance_2012_januari_i
Downloaden
PDF 77,5 kB