Te laat openbaar maken van de jaarrekening: onbelangrijk verzuim of niet?

26-01-2012

Op 29 november 2011 is het belang van het tijdig - binnen– maanden na afloop van het boekjaar - openbaar maken van de jaarrekening nog eens door het Hof Arnhem aangestipt. Het hof oordeelde dat een overschrijding van de wettelijke termijn van openbaarmaking van de jaarrekening met 28 dagen, leidt tot aansprakelijkheid van de bestuurder voor de schulden van de inmiddels failliete vennootschap.

Relevante feiten
De curator van de failliete vennootschap Apeldoornse Asbestsanering B.V. (hierna: "de vennootschap") stelt de bestuurder van de vennootschap aansprakelijk voor het tekort in faillissement. De curator baseert zijn vordering op art. 2:248 BW. Het artikel bepaalt dat iedere bestuurder jegens de boedel aansprakelijk is, indien het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Het verzuim de jaarrekening tijdig te deponeren, doet vaststaan dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld, tenzij de termijnoverschrijding moet worden aangemerkt als een - buiten beschouwing te laten - onbelangrijk verzuim. De onbehoorlijke taakvervulling wordt voorts vermoed een belangrijke oorzaak te zijn van het faillissement. Aangezien de jaarrekening over 2003 in het onderhavige geval 28 dagen te laat is gedeponeerd, is de bestuurder volgens de curator aansprakelijk voor het tekort in faillissement.

De bestuurder voert tegen de vordering van de curator aan dat de jaarrekening weliswaar te laat is gedeponeerd, maar dat dit als een onbelangrijk - buiten beschouwing te laten - verzuim dient te worden aangemerkt. De bestuurder beroept zich er daarbij op dat hij in de veronderstelling verkeerde dat de accountant van de vennootschap zou zorgen voor de tijdige openbaarmaking van de jaarrekening over 2003 zoals dit met jaarrekening over eerdere jaren was gebeurd, dat hij dyslectisch is, dat de betrokken accountant de jaarrekening over 2003 naar zijn woonadres heeft gestuurd in plaats van naar het adres van de vennootschap en dat die jaarrekening daar in een verhuisdoos is beland.

De beoordeling
Het hof stelt voorop dat de vraag of een termijnoverschrijding als onbelangrijk verzuim kwalificeert, afhangt van de omstandigheden van het geval, in het bijzonder de redenen die tot overschrijding hebben geleid. Het hof benadrukt dat een overschrijding van de termijn voor openbaarmaking met 28 dagen niet op zichzelf als een onbelangrijk verzuim kan worden aangemerkt. Het hof meent, in tegenstelling tot de rechtbank, dat de door de bestuurder aangedragen feiten en omstandigheden onverlet laten dat de bestuurder gehouden was de jaarrekening tijdig te deponeren. Het lag op de weg van de bestuurder om maatregelen te treffen om de nakoming van die verplichting te waarborgen. Volgens het hof heeft de bestuurder dergelijke maatregelen echter achterwege gelaten of zich daarvan in ieder geval - door blindelings te vertrouwen op zijn accountant - onvoldoende gekweten. Onder die omstandigheden kan een termijnoverschrijding van 28 dagen niet als een onbelangrijk verzuim worden aangemerkt. Dat de bestuurder zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld, stond daarmee vast.

De bestuurder probeerde vervolgens onder aansprakelijkheid uit te komen, door te stellen dat de te late openbaarmaking van de jaarrekening met de oorzaak van het faillissement niets van doen had. Het hof wees de stelling van de hand. Zou al aangenomen moeten worden dat de te late openbaarmaking van de jaarrekening niet tot het faillissement van de vennootschap heeft geleid, dan volgt daaruit volgens het hof niet dat de onbehoorlijke taakvervulling door de bestuurder geen belangrijke oorzaak is van het faillissement. De bestuurder heeft onvoldoende omstandigheden aangevoerd om het vermoeden dat de onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement te weerleggen en is volgens het hof aansprakelijk voor het tekort in faillissement.

Slotsom
De onderhavige uitspraak toont nog maar eens aan dat het van groot belang is dat de jaarrekening tijdig wordt openbaar gemaakt. Kan een termijnoverschrijding van een paar dagen wellicht nog worden aangemerkt als een onbelangrijk verzuim, bij een langere termijnoverschrijding zullen er bijzondere feiten en omstandigheden aan de termijnoverschrijding ten grondslag moeten liggen. Dat terughoudendheid wordt betracht bij het aannemen van dergelijke feiten en omstandigheden, blijkt uit deze uitspraak. Met het naderen van de deadline voor openbaarmaking van de jaarrekening over 2010, verdient het daarom de aanbeveling om bestuurders nog eens te wijzen op hun plicht van tijdige openbaarmaking van de jaarrekening.