Uitlatingen via WhatsApp resulteren in ontslag op staande voet

28/05/2014

Velen gebruiken WhatsApp als gemakkelijk communicatiemiddel. Het is snel, gratis en je ziet ook nog eens of je bericht gelezen is. Ook voor werknemers is WhatsApp al lang geen geheim meer. Zij communiceren steeds vaker mét dan wel óver hun werkgever via WhatsApp. Zoals volgt uit twee recente uitspraken, wordt WhatsApp als serieus communicatiemiddel beschouwd door de rechter, en kan het (verkeerd) gebruik zelfs ontslag op staande voet tot gevolg hebben.

WhatsApp-en met de werkgever

Dat een leugentje aan de werkgever via WhatsApp grote gevolgen kan hebben, heeft een werkneemster van een kinderopvang onlangs aan den lijve ondervonden. De werkneemster stuurde op een winterse maandagochtend via WhatsApp het volgende bericht aan haar werkgever: 'Ben vannacht naar het ziekenhuis gegaan en word straks geopereerd aan mijn blindedarm'. De dag hierna heeft de werkgever contact opgenomen met alle ziekenhuizen in de omgeving, om te vragen waar werkneemster was opgenomen, zodat een bloemetje gestuurd kon worden. U raadt het al: geen van de ziekenhuizen in de omgeving had de werkneemster in het ziekenhuisbed liggen. Ook navraag bij werkneemster zelf resulteerde in geen gehoor. Zelfs voor haar familie was zij onvindbaar.

Ongeveer een week na het WhatsApp-bericht, is de werkgever door familie van de werkneemster bericht dat de werkneemster zich op Texel bevond en haar ziekenhuisopname nimmer heeft plaatsgevonden. De werkgever heeft vervolgens de werkneemster op staande voet ontslagen, onder meer omdat werkneemster een onjuiste ziekmelding heeft verricht en vervolgens onbereikbaar was voor haar werkgever. De werkneemster was het hier niet mee eens, en ging naar de rechter.

In de procedure voor de rechter stelt de werkneemster dat zij ten tijde van de 'ziekmelding' last had van psychische problemen, waardoor de gang van zaken haar niet kan worden aangerekend. Het ontslag op staande voet zou dan ook onterecht zijn gegeven. De rechter meent echter dat het de werkneemster zwaar te verwijten valt dat het vertrouwen van de werkgever fors geschaad is. Het sturen van een dergelijk onjuist WhatsApp-bericht en het vervolgens onbereikbaar zijn, levert in de gegeven omstandigheden een ontslag op staande voet op. Indien werkneemster had kunnen bewijzen dat de valse mededeling een gevolg is geweest van psychische klachten, zou dat anders zijn. Werkneemster heeft dat in deze zaak onvoldoende aangetoond, waardoor het ontslag op staande voet, aldus de rechter, terecht is gegeven.

WhatsApp-en over de werkgever

Ook een vervelende afloop was er voor de werknemer die niet mét maar óver de werkgever sprak op WhatsApp. Desbetreffende werknemer sprak met een collega op WhatsApp over de werkgever. Hoewel de exacte tekst niet bekend is gemaakt, zal de toon niet misselijk zijn geweest, gelet op de gebeurtenissen die volgden na dit WhatsApp gesprek. De desbetreffende collega heeft er namelijk voor gekozen om dit WhatsApp gesprek aan zijn werkgever te tonen. Hoewel dit niet van grote collegialiteit getuigt, kon de werkgever deze eerlijkheid waarderen. De werknemer die de WhatsApp-berichten had gestuurd, werd per e-mail medegedeeld dat al langer twijfel bestond over zijn betrouwbaarheid en loyaliteit. De disrespectvolle manier van praten over zijn werkgever heeft de emmer doen overlopen en heeft de werkgever doen besluiten om de werknemer op staande voet te ontslaan. Na dit ontslag op staande voet heeft de werknemer zijn bedrijfslaptop moeten inleveren en zijn de sms-berichten aan collega's
onderzocht. Hieruit kwamen nog bontere teksten naar voren en volgde onder meer dat de werknemer over een collega schreef 'her ego is too big to carry in her small ugly irritating body'. Tevens zou op 'seksueel zeer neerbuigende zin' zijn geschreven over weer een andere collega.

Ook de werknemer in deze zaak kon zich niet vinden in het ontslag op staande voet, en maakte de stap naar de rechter. In kort geding vordert de werknemer tot vernietiging van het ontslag op staande voet en toelating tot het werk. De werknemer voert aan dat de gegeven redenen voor het ontslag onjuist zijn en voor zover wel juist, geen dringende reden opleveren. De rechter ziet dat echter anders. Gelet op het bewijsmateriaal acht de kantonrechter het onvoldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat het ontslag op staande voet nietig is. De werknemer wordt dan ook in het ongelijk gesteld en zal eventueel in de bodemprocedure opnieuw het ontslag kunnen aanvechten.

Conclusie

Sinds enkele jaren is in de rechtspraak de tendens waarneembaar dat aan digitale communicatie evenveel waarde wordt gehecht als aan de old fashioned communicatie. Een voorbeeld van deze lijn in de rechtspraak bleek al in de zaken waarbij uitlatingen op Facebook ontslag tot gevolg kon hebben voor desbetreffende werknemer. De in dit artikel behandelde zaken passen uitstekend in deze tendens en verduidelijken nog eens dat er geen carte blanche bestaat via digitale communicatie. Hoewel het gebruik van WhatsApp wellicht onschuldig lijkt, en een bericht al snel kan worden verstuurd in een opwelling, doet men er goed aan om de gevolgen niet te onderschatten. Werkgevers die zich afvragen of zij het gebruik van WhatsApp of soortgelijke communicatie kunnen gebruiken in een ontslagzaak tegen de werknemer, krijgen met bovengenoemde uitspraken daarentegen extra munitie in hadden.

Auteurs

De foto van Aysegul Avci
Aysegül Avci
Advocaat
Amsterdam
Niels-Koene-CMS-NL
Niels Koene
Advocaat
Amsterdam