Uitstel van betaling alleen mogelijk met beschikking?

30/05/2017

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft in haar uitspraak van 10 mei 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1229) bevestigend op deze vraag geantwoord. De Afdeling was niet onder de indruk van het standpunt van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam. In deze bijdrage wordt deze uitspraak van de Afdeling behandeld.

Inhoud uitspraak 10 mei 2017

Omwonenden van het restaurant Shabu Shabu ondervonden regelmatig geuroverlast vanuit de keuken van het restaurant. Om een einde te maken aan deze overtreding heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam (het College) een last onder dwangsom opgelegd. Na afloop van deze begunstigingstermijn is vervolgens €30.000 aan verbeurde dwangsommen ingevorderd. Toen bleek dat Shabu Shabu de overtreding niet zou beëindigen, heeft het college opnieuw een last onder dwangsom opgelegd en tweemaal een dwangsom van €20.000 ingevorderd.

Shabu Shabu kon zich niet verenigen met de opgelegde last onder dwangsom en de invorderingsbesluiten. Het restaurant spande derhalve een juridische procedure aan.

Shabu Shabu voerde bij de Afdeling aan dat de invorderingsbevoegdheid zou zijn verjaard, nu meer dan een jaar was verstreken na de dag waarop de dwangsom was verbeurd en tussentijds verjaringstermijn niet was gestuit door het verlenen van uitstel van betaling als bedoeld in artikel 4:111, eerste lid, van de Awb door het College. Dit artikel houdt in dat de verjaringstermijn van de vordering wordt verlengd met de tijd gedurende welke de overtreder na de aanvang van die termijn uitstel van betaling heeft verkregen.

Het college daarentegen was van mening dat de verjaringstermijn wel was gestuit. In dat verband stelde het College dat Shabu Shabu had verzocht om uitstel van betaling, dat daarop door het college weliswaar niet was gereageerd, maar dat het niet over was gegaan tot het innen van de dwangsommen. Dat betekende volgens het college dat stilzwijgend uitstel van betaling was verleend aan het restaurant.

De Afdeling maakte daar snel korte metten mee. Indien er al van uit moest worden gegaan dat Shabu Shabu verzocht had om uitstel van betaling, dan betekende het feit dat het College daarop niet had gereageerd niet dat, zoals het College stelde, ook daadwerkelijk uitstel van betaling was verleend en de verjaringstermijn zou zijn gestuit. De Afdeling oordeelde vervolgens dat de bevoegdheid tot het invorderen van de dwangsom derhalve was verjaard.

Analyse

Vaak is het bestuursorgaan bereid te wachten met het invorderen van een dwangsom zolang een procedure loopt tegen een dwangsom (en/of het invorderingsbesluit). Alleen blijkt het niet altijd duidelijk te zijn op welke wijze de invorderingsbevoegdheid kan worden behouden. Het bestuursorgaan heeft immers maar een jaar de tijd om de verbeurde dwangsommen in te vorderen, tenzij deze bevoegdheid wordt gestuit (artikel 4:105-4:107 van de Awb) of verlengd (4:94 en 4:111 van de Awb). Een voorbeeld van het stuiten van de verjaring is bijvoorbeeld het versturen van een aanmaning en een voorbeeld van het verlengen van de verjaring is het verlenen van uitstel van betaling.

In deze bijdrage zal slechts worden stilgestaan bij de verlenging van de invorderingsbevoegdheid door middel van uitstel van betaling. Niet is uitgesloten dat een bestuursorgaan namelijk uitstel van betaling verleent om de overtreder de gelegenheid te geven de periode van bezwaar en beroep te kunnen overbruggen. Dit lijkt wenselijk nu bezwaar en beroep geen schorsende werking hebben (artikel 6:16).

Het bestuursorgaan moet aandacht besteden aan de wijze waarop het moet reageren op een verzoek om uitstel van betaling. Zij kan niet zo maar met iedere handeling een verzoek om uitstel van betaling inwilligen. Uit de jurisprudentie blijkt dat de volgende handelingen van het bestuursorgaan geen uitstel van betaling, en dus geen verlenging van de verjaringstermijn, tot gevolg hebben:

  • Een mededeling van het bestuursorgaan dat het voorlopig niet overgaat tot inning van de verbeurde dwangsommen (ABRvS 19 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA3682);
  • Een brief waarin het college aangeeft dat het invorderen van verbeurde dwangsommen wordt opgeschort tot na de uitspraak in hoger beroep (ABRvS 9 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1268);
  • Een brief waarin het college aangeeft dat het zal wachten met het treffen van verdere executiemaatregelen (ABRvS 27 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2087); en
  • Een naar de rechtbank gefaxte brief waarin het college de rechtbank, in het kader van een ingediend verzoek om een voorlopige voorziening, te kennen heeft gegeven dat het zal wachten met invordering van de verbeurde dwangsommen totdat op het beroep is beslist (ABRvS 25 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:151).

Voorgaande handelingen tonen aan dat het bestuursorgaan alleen uitstel van betaling kan verlenen als het bestuursorgaan een beschikking neemt waarin aan de overtreder daadwerkelijk uitstel van betaling wordt verleend. De beschikking dient de termijn te vermelden waarvoor het uitstel geldt. Ook kan het bestuursorgaan voorschriften verbinden aan de beschikking tot uitstel van betaling. In dergelijke gevallen moet worden gedacht aan het voldoen van de schuld in termijnen (MvT, Kamerstukken II 2003/04, 29 702, p. 43).

Kortom, een duidelijk voorgeschreven handelwijze maar in de praktijk blijkt het niet altijd even eenvoudig om de invorderingsbevoegdheid te verlengen. Belangrijk is dat een bestuursorgaan de termijnen van het verval van de invorderingsbevoegdheid noteert in haar agenda zodat tijdig actie kan worden ondernomen om verjaring van de invorderingsbevoegdheid te voorkomen.

Auteurs

De foto van Elvira Baars
Elvira Baars
Advocaat