Uitvoerder graafwerkzaamheden is aansprakelijk voor door netwerkbeheerder betaalde compensatievergoeding

HR 29 april 2011, LJN: BQ2935

06/06/2011

Bij graafwerkzaamheden zijn elektriciteitskabels beschadigd, hetgeen tot een grootschalige stroomstoring heeft geleid. De netbeheerder spreekt de uitvoerder van de graafwerkzaamheden met succes aan tot betaling van de compensatievergoeding die de netbeheerder aan zijn klanten heeft verstrekt.

Feiten

Een aannemer heeft werkzaamheden verricht ten behoeve van de aanleg van de Betuweroute. Voorafgaand aan de werkzaamheden heeft zij informatie opgevraagd over de in het desbetreffende perceel aanwezige kabels en leidingen. Vervolgens heeft een onderaannemer in opdracht van de aannemer graafwerkzaamheden verricht, waarbij zij kabels heeft beschadigd. Dit heeft geleid tot een grootschalige stroomstoring die meer dan 8 uur heeft geduurd. De kabels behoren tot het verzorgingsgebied van netbeheerder Liander. Ingevolge de Elektriciteitswet 1998 in verbinding met de Netcode dient de netbeheerder tot wiens verzorgingsgebied de elektriciteitskabels behoren, compensatievergoedingen te betalen aan aangeslotenen op zijn net bij wie de transportdienst ten gevolge van een stroomstoring langer dan vier uur onderbroken is geweest. Liander heeft uit hoofde van deze bepalingen  aan haar afnemers een bedrag van in totaal € 129.290,- aan compensatievergoedingen betaald. Liander vordert vervolgens hoofdelijke veroordeling van de aannemers tot vergoeding van de schade die zij als gevolg van de kabelbeschadiging heeft geleden.

Standpunt aannemers

De aannemers bestrijden dat de kabelbeschadiging de oorzaak is van de schade. Volgens hen is de schade ontstaan omdat de netbeheerder art. 16 lid 1 en art. 31 lid 1, aanhef en onder f, Elektriciteitswet 1998 in verbinding met art. 6.3.1 en 6.3.2 Netcode niet heeft nageleefd. Deze regelgeving zou de netbeheerder verplichten een stroomstoring binnen vier uur te verhelpen. Indien de netbeheerder daar niet aan voldoet moet ervan worden uitgegaan dat hij zijn organisatie niet adequaat heeft ingericht. Dit zou tot gevolg hebben dat er geen sprake is van causaal verband in de zin van art. 6:98 BW althans dat sprake is van eigen schuld van de netbeheerder.

Hof en Hoge Raad

Uitgaande van de inhoud en de totstandkomingsgeschiedenis van de Elektriciteitswet en de Netcode oordeelt de Hoge Raad dat er geen verplichting bestaat voor de netbeheerder ten opzichte van de afnemer een stroomstoring binnen vier uur te verhelpen en dat wanneer daaraan niet wordt voldaan, ervan moet worden uitgegaan dat de netbeheerder zijn organisatie niet adequaat heeft ingericht. De verplichting tot voldoening van een compensatievergoeding is niet erop gebaseerd dat de netbeheerder, reeds door enkele overschrijding van de vier-uren-norm, wanprestatie pleegt tegenover de afnemer. Zij is gebaseerd op de in de voormelde regelingen neergelegde bedoeling van de wetgever de afnemer een redelijke compensatie te verschaffen voor de door hem geleden schade, ongeacht het antwoord op de vraag of de netbeheerder tegenover hem civielrechtelijk aansprakelijk is. De Hoge Raad laat het oordeel van het hof in stand.

Naar het oordeel van het hof is er sprake van causaal verband (conditio sine qua non): indien de kabels bij de graafwerkzaamheden niet door de onderaannemer zouden zijn beschadigd, zou de netbeheerder geen compensatievergoedingen verschuldigd zijn geweest. Hierbij speelt een rol dat de kabelbeschadigingen hebben geleid tot een grootschalige stroomstoring en de aannemers de schade bij de kabelbeschadiging hadden kunnen voorzien.