Uitwisselbaarheid van functies

09/11/2016

Op 8 september 2016 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch een verrassende uitspraak gedaan over de wijze waarop de uitwisselbaarheid van functies moet worden vastgesteld. In tegenstelling tot de uitvoeringsregels van het UWV, achtte het Hof niet relevant wat de feitelijke werkzaamheden van de werknemers was, maar in welke functiegroep zij formeel waren ingedeeld. Hoe kwam het Hof tot dit besluit? En wat betekent dit voor de toekomstige beoordeling van de uitwisselbaarheid?

Achtergrond

De werknemer was werkzaam als chef-kok bij een verpleeghuis. Het verpleeghuis ging, na een positief advies van de ondernemingsraad, reorganiseren. De werknemer werd per 1 mei 2015 boventallig verklaard. Het verpleeghuis verkreeg toestemming van het UWV om de arbeidsovereenkomst op te zeggen en is daar ook toe over gegaan. De werknemer betoogde vervolgens bij de kantonrechter, en daarna bij het Gerechtshof, dat hij onterecht boventallig was verklaard. Hij vorderde daarbij herstel van de arbeidsovereenkomst. Volgens de werknemer was het afspiegelingsbeginsel onjuist toegepast nu andere collega's feitelijk niet als chef-kok werkten. De werknemer stelde dat daarom geen sprake was van uitwisselbare functies.

Uitvoeringsregels

Voor een houvast op de vraag wat nu exact een uitwisselbare functie is, kan aansluiting worden gezocht bij de Uitvoeringsregels van het UWV. Conform deze Uitvoeringsregels zijn uitwisselbare functies de functies die naar functie-inhoud, vereiste kennis en vaardigheden en vereiste competenties vergelijkbaar en naar niveau en beloning gelijkwaardig zijn. Daarbij is uitdrukkelijk opgenomen dat "bij het ontbreken van een schriftelijke functiebeschrijving of ingeval deze beschrijving sterk afwijkt van de feitelijke situatie, wordt uitgegaan van de feitelijke situatie". In de praktijk geven de feitelijke werkzaamheden dan ook altijd de doorslag voor de vraag of bepaalde functies onderling uitwisselbaar zijn.

Oordeel van het Hof

Het Hof oordeelde dat de aanstelling (en bijbehorende loonschaal) die medewerkers van het verpleeghuis op grond van hun arbeidsovereenkomst hebben en de werkzaamheden die het verpleeghuis op grond daarvan van hen kan verlangen, doorslaggevend zijn bij de beoordeling van de uitwisselbaarheid. Als de overige chef-koks feitelijk geen chef-kokswerkzaamheden uitvoeren, toont dit volgens het Hof aan dat het verpleeghuis een overschot aan chef-koks heeft. Dat het verpleeghuis om deze reden wenst te bezuinigen op de chef-koksfunctie, acht het Hof des te begrijpelijker. Het Hof oordeelt dan ook dat er correct is afgespiegeld.

Conclusie

De redenering van het Hof is bijzonder te noemen. Het is zeer de vraag of het UWV of andere rechters de redenering van het Hof zullen volgen. In de Uitvoeringsregels staat immers uitdrukkelijk vermeld dat de feitelijke situatie doorslaggevend is. In dit verband geldt – zoals altijd – het gezegde: Eén zwaluw maakt nog geen zomer.

Auteurs

Guus-Lemmen-45-CMS-NL
Guus Lemmen
Advocaat