Vakantiegeld: valt het wel of niet onder loonbeslag?

11/11/2014

Op 7 maart 2014 zijn wij in het artikel "Wat te doen bij loonbeslag" ingegaan op de rechten en plichten van de werkgever bij loonbeslag. Ten tijde van het schrijven van dat artikel was het nog onduidelijk of vakantiegeld dat is opgebouwd vóór de beslaglegging ook onder het loonbeslag kan vallen. Op 31 oktober 2014 heeft de Hoge Raad duidelijkheid gegeven ten aanzien van deze kwestie.

De beslagvrije voet

Het uitgangspunt is dat alles wat de werknemer van de werkgever tegoed heeft onder het loonbeslag valt, tenzij er een wettelijke uitzondering bestaat. Een wettelijke uitzondering is (onder andere) gemaakt voor de beslagvrije voet, oftewel het deel van het salaris dat de werknemer mag houden voor zijn (minimale) levensonderhoud en vaste lasten. Bij beslag op lonen en uitkeringen moet de beslagvrije voet per maand worden berekend. Het deel van het maandelijks inkomen dat boven de beslagvrije voet uitkomt, valt onder het beslag.

Onduidelijkheid over vakantiegeld

In de praktijk deed de vraag zich regelmatig voor of het inkomen dat boven de beslagvrije voet uitkomt ook (deels dan wel volledig) onder het loonbeslag valt indien dit inkomen de beslagvrije voet ontstijgt vanwege de jaarlijkse betaling van het opgebouwde vakantiegeld. De aanspraak op vakantiegeld wordt per maand opgebouwd maar het is gebruikelijk dat het vakantiegeld één keer per jaar wordt uitbetaald, meestal in de maand mei of juni. Hierdoor kan het totale inkomen in de maand van die betaling hoger zijn dan de beslagvrije voet terwijl de totale inkomsten in de andere maanden onder de beslagvrije voet bleven.

In een bepaalde zaak is het oordeel van de Hoge Raad gevraagd, nadat de Procureur Generaal bij de Hoge Raad cassatie in belang van de wet had ingesteld naar aanleiding van een uitspraak van 8 januari 2013 van de kantonrechter te Brielle. In deze zaak ging het niet om een loonbeslag, maar beslag op een AOW-uitkering. De uitkeringsgerechtigde kreeg een uitkering van € 1.074,97 per maand en de beslagvrije voet was destijds € 1.443,57. Dat betekent dat de hele uitkering aan de uitkeringsgerechtigde moest worden betaald. Elke maand bouwde hij echter ook € 58,94 aan vakantiegeld op. Als dat per maand zou worden betaald, dan zou het inkomen nog onder de beslagvrije voet hebben gelegen. Aangezien het vakantiegeld eenmalig werd betaald, kwam het maandinkomen eenmaal boven de beslagvrije voet uit en zou in die maand dus beslag gelegd kunnen worden op het meerdere boven € 1.443,57.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad heeft in een gemotiveerd arrest (http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2014:3068) helderheid gebracht over de vraag die gerechtsdeurwaarders, advocaten, rechters en werkgevers lange tijd verdeeld hield. Volgens de Hoge Raad wordt de jaarlijkse vakantiegelduitkering aangemerkt als een onderdeel van het maandinkomen in de periode waarover het is opgebouwd. Het jaarlijkse vakantiegeld valt niet zonder meer onder het beslag. Er zijn twee mogelijkheden:

  1. Het gewone maandelijkse inkomen ligt reeds boven de beslagvrije voet → de jaarlijkse vakantiegelduitkering valt volledig onder het beslag.
  2. Het maandelijkse inkomen (inclusief de maandelijkse aanspraak op vakantiegeld) ligt onder de beslagvrije voet → de jaarlijkse vakantiegelduitkering is slechts voor beslag vatbaar indien en voor zover het gebruikelijke maandelijkse salaris en 1/12 deel van het vakantiegeld boven de beslagvrije voet uitkomen.

Om problemen te voorkomen, doen werkgevers er goed aan om de berekening van de deurwaarder ten aanzien van de beslagvrije voet nauwkeurig te (laten) controleren.

Auteurs

De foto van Marc Zanten
Marc van Zanten
Partner
Amsterdam
De foto van Viola Zanetti
Viola Zanetti
Advocaat
Amsterdam