Van enkelvoud naar meervoud

HR 22 december 2017 ECLI:NL:HR:2017:3264

11/01/2018

Wanneer kan in een meervoudig te beslissen zaak de daaraan voorafgaande mondelinge behandeling door één rechter of raadsheer plaatsvinden? De Hoge Raad geeft hiervoor nadere regels.

Feiten

Een (ex-) werkneemster vraagt de kantonrechter haar werkgever te veroordelen haar een transitievergoeding te betalen. De kantonrechter heeft het verzoek afgewezen. De (ex-) werkneemster gaat in hoger beroep. Na een mondelinge behandeling ten overstaan van een rechter/raadsheer-commissaris, bekrachtigt het hof - in een meervoudige samenstelling - de beschikking van de kantonrechter.

Cassatie

De (ex-) werkneemster gaat in cassatie en klaagt over de beslissing van het hof om de mondelinge behandeling ten overstaan van een raadsheer-commissaris te laten plaatsvinden. De (ex-) werkneemster stelt dat een rechterlijke beslissing die mede wordt genomen op de grondslag van een (direct) daaraan voorafgaande mondelinge behandeling, behoudens bijzondere omstandigheden, behoort te worden gegeven door de rechter(s) ten overstaan van wie de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden. Het hof heeft niet vastgesteld dat er sprake was van bijzondere omstandigheden.

Artikel 15 en 16 Rv en de Regel van het arrest van 2014

Artikelen 15 en 16 Rv geven regels voor het enkelvoudig en meervoudig behandelen en beslissen in eerste aanleg en in hoger beroep. Hieruit volgt niet wanneer in meervoudig te beslissen zaken de mondelinge behandeling ten overstaan van de meervoudige kamer dient plaats te vinden, dan wel ten overstaan van een rechter/raadsheer-commissaris kan plaatsvinden. Dit dient nader te worden bepaald met inachtneming van (onder meer) het arrest van de Hoge Raad van 31 oktober 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3076), aldus de Hoge Raad. In dit arrest is geoordeeld dat een rechterlijke beslissing – die mede wordt genomen op de grondslag van een voorafgaande mondelinge behandeling – in beginsel behoort te worden gegeven door de rechter(s) ten overstaan van wie de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, teneinde te waarborgen dat het verhandelde ter zitting daadwerkelijk wordt meegewogen bij de totstandkoming van die beslissing (de "Regel van het arrest van 2014").

Hoofdregel

De Hoge Raad geeft aan dat indien een zaak meervoudig wordt beslist, de strekking van de Regel van het arrest van 2014 meebrengt dat een aan de beslissing voorafgaande mondelinge behandeling – die mede tot doel heeft dat de rechter partijen in de gelegenheid stelt hun stellingen toe te lichten – in beginsel dient plaats te vinden ten overstaan van de drie rechters of raadsheren die de beslissing zullen nemen (de "Hoofdregel").

Hoofdregel niet van toepassing

Hoe dan om te gaan met de situatie waarin een zaak meervoudig wordt beslist en een mondelinge behandeling niet mede tot doel heeft dat de rechter partijen in de gelegenheid stelt hun stellingen toe te lichten? De Regel van het arrest van 2014 belet dan niet dat de mondelinge behandeling plaatsvindt ten overstaan van een rechter-commissaris respectievelijk raadsheer commissaris, aldus de Hoge Raad.

In meervoudig te beslissen zaken bepaalt dus in beginsel het doel van de mondelinge behandeling of de Hoofdregel al dan niet van toepassing is. In zijn beschikking gaat de Hoge Raad dan ook in op de doelen van de mondelinge behandeling. Zo bepaalt het nieuwe artikel 30j Rv onder KEI dat zowel in vorderings- als verzoekschriftprocedures in aansluiting op de eerste schriftelijke uitwisseling een mondelinge behandeling wordt bepaald. Deze mondelinge behandeling heeft tot doel dat de rechter partijen in de gelegenheid stelt hun stellingen toe te lichten (zie nieuwe artikel 30k lid 1 Rv). Onder KEI geldt deze doelstelling ook in hoger beroep, wanneer er een mondelinge behandeling ex het nieuwe artikel 354 Rv of 360a Rv plaatsvindt, aldus de Hoge Raad. De Hoge Raad benadrukt dat mondelinge behandelingen ook een ander doel kunnen hebben, zoals bijvoorbeeld bij de schikkings- en inlichtingencomparitie na een tussenuitspraak (ex. artikel 87 en 88 Rv, in hoger beroep in verbinding met artikel 353 lid 1 Rv) in de dagvaardingsprocedure. Onder KEI valt deze mondelinge behandeling onder het nieuwe artikel 30o lid 1, aanhef en onder c Rv.

Afwijking van de Hoofdregel

De Hoge Raad gaat verder en oordeelt dat in een meervoudig te beslissen zaak (in eerste aanleg of in hoger beroep) in afwijking van de Hoofdregel kan worden bepaald dat een mondelinge behandeling - die mede tot doel heeft partijen de gelegenheid te geven hun stellingen toe te lichten - zal plaatsvinden ten overstaan van een rechter-commissaris of raadsheer-commissaris. Dan gelden wel de volgende regels. Uiterlijk bij de oproeping van partijen voor de mondelinge behandeling zal dit (schriftelijk of elektronisch) aan hen moeten worden meegedeeld. Vervolgens dient aan partijen gelegenheid te worden gegeven om te verzoeken dat de mondelinge behandeling zal worden gehouden ten overstaan van de meervoudige kamer die de beslissing zal nemen. Voor het doen van dit verzoek kan een termijn worden gesteld. Dit verzoek zal in beginsel moeten worden ingewilligd. Het verzoek kan alleen worden afgewezen op zwaarwegende gronden die in de uitspraak moeten worden vermeld.

Indien verwijzing van een zaak van de enkelvoudige kamer naar de meervoudige kamer (op de voet van art. 15 lid 2 Rv of art. 16 lid 3 Rv) plaatsvindt na een mondelinge behandeling waarin partijen in de gelegenheid zijn gesteld hun stellingen toe te lichten en die voorafgaat aan de eerstvolgende uitspraak, dient van de verwijzing mededeling aan partijen te worden gedaan. Aan partijen dient de gelegenheid te worden gegeven om te verzoeken dat een mondelinge behandeling zal worden gehouden ten overstaan van de meervoudige kamer die de beslissing zal nemen. Voor het doen van dit verzoek kan een termijn worden gegeven.

Kortom, Rechtbanken en gerechtshoven kunnen eenvoudig afwijken van de Hoofdregel, door hiervan tijdig mededeling te doen aan partijen en hen de gelegenheid te geven om te verzoeken dat de mondelinge behandeling zal worden gehouden ten overstaan van de meervoudige kamer die de beslissing zal nemen.

Conclusie

Het uitgangspunt in cassatie is dat het hof niet uiterlijk bij de oproeping aan partijen heeft meegedeeld dat de mondelinge behandeling zou plaatsvinden ten overstaan van een raadsheer-commissaris. Dat is in strijd met de hierboven door de Hoge Raad geformuleerde regel dat dit uiterlijk bij de oproeping van partijen voor de mondelinge behandeling moet worden meegedeeld. De Hoge Raad komt tot de conclusie dat de hierop gerichte klachten van de (ex-) werkneemster slagen. De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het Hof Den Haag en verwijst het geding naar het Hof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing.

Auteurs

Marlot-Tak-CMS-NL
Marlot Tak
Advocaat