Veiligstellen van bewijs in procedures Intellectuele Eigendom

16/04/2008

Wanneer men als houder van intellectuele eigendomsrechten geconfronteerd wordt met een inbreuk op deze exclusieve rechten, zijn er verschillende methodes om deze rechten te handhaven. Vaak wenst men echter graag eerst de omvang van de inbreuk vast te stellen.

Handhavingsrichtlijn

In het verleden is in de Newsflash al vaker bericht over de Europese Richtlijn met betrekking tot de handhaving van intellectuele eigendom. Deze Europese Richtlijn is door de Nederlandse wetgever geïmplementeerd in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en daardoor thans geldend Nederlands recht.

Veiligstellen van bewijs

De nieuwe bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bieden de houder van intellectuele eigendomsrechten onder andere de mogelijkheid om voorafgaande aan een inbreukprocedure voorlopig bewijs veilig te stellen. Tot de maatregelen ter bescherming van bewijs kunnen horen:

- conservatoir bewijsbeslag;

- gedetailleerde beschrijving en monsterneming ter zake van vermeend inbreukmakende zaken;

- gedetailleerde beschrijving van de bij de productie van de vermeende inbreukmakende zaken gebruikte materialen en werktuigen;

- gedetailleerde beschrijving van de documenten die op de inbreuk betrekking hebben.

Voor het veiligstellen van bewijs kan de Voorzieningenrechter verlof verlenen indien de houder van intellectuele eigendomsrechten voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er inbreuk op zijn rechten is gemaakt of dreigt te worden gemaakt. Deze maatregelen kunnen genomen worden zonder dat de wederpartij daartoe wordt gehoord. De veiliggestelde documenten (of de kopieën daarvan) worden ter gerechtelijke bewaring aan een bewaarnemer (bijvoorbeeld een notaris) gegeven. De gedachte achter dit nieuwe artikel in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is dat een houder van intellectuele eigendomsrechten in staat moet zijn om voldoende bewijs te verzamelen teneinde vast te stellen of er daadwerkelijk sprake is van een inbreuk op zijn rechten van intellectuele eigendom.

Inzagerecht?

Onduidelijk was tot nu toe of het veiligstellen van bewijs en dan met name van het veiligstellen van documenten, ook inhield dat de houder van de intellectuele eigendomsrechten deze voorafgaande aan de inbreukprocedure mocht inzien. Bij een dergelijke beslissing moet uiteraard ook rekening worden gehouden met de belangen van de vermeende inbreukmaker. Bovendien staat op het moment dat de beslissing moet worden genomen nog niet vast of er daadwerkelijk inbreuk wordt gemaakt.Vaak zullen de inbeslaggenomen bescheiden privé- en concurrentiegevoelige informatie bevatten. Tussen de belangen van de houder van de intellectuele eigendomsrechten en de belangen van de vermeende inbreukmaker moet dan ook een belangenafweging gemaakt worden.

Rechtbank Amsterdam

Onlangs werd de Rechtbank Amsterdam in de zaak Staatliche Porzellan-Manufactur Meissen GMBH tegen Deko Trends International B.V. geconfronteerd met de vraag of de houder van de intellectuele eigendomsrechten, nu het bewijsmateriaal was veilig gesteld, tevens een rechtmatig belang had bij inzage en afgifte van de (in het kader van het bewijsbeslag) beslagen goederen voorafgaande aan de inbreukprocedure. In haar vonnis van 8 april 2008 beantwoordde de Rechtbank de vraag voorlopig als volgt: de houder van intellectuele eigendomsrechten heeft alleen een gerechtvaardigd belang bij een dergelijke voorziening indien hij voldoende aannemelijk kan maken dat de vermeende inbreukmaker zich schuldig zou hebben gemaakt aan grootscheepse piraterij.