Verbod op gebruik merk in het buitenland

23/02/2006

In een geschil dat is ontstaan tussen een Nederlandse merkhouder en een bedrijf dat volgens de merkhouder inbreuk maakt op merkrechten in verschillende landen heeft de Rechtbank Rotterdam een verstrekkende beslissing genomen. De zaak ging over de vraag of het aangevallen bedrijf in de verschillende landen waarin de merkhouder merkinschrijvingen heeft inbreuk maakt.

De Nederlandse rechter kan in ieder geval een beslissing nemen voor de hele Benelux (in Nederland is merkenrecht Beneluxrecht). De Nederlandse rechter vond in deze zaak dat ook een beslissing voor andere landen dan de Benelux-landen gerechtvaardigd was omdat de Nederlandse merkhouder aannemelijk had gemaakt dat er in die andere landen merkrechten waren verkregen en de aangevallen partij ook naar het recht van die landen inbreuk maakt.

Een mooie uitkomst voor de Nederlandse merkhouder. Dat scheelt procedures in die andere landen. Deze merkhouder moet de zaak wel heel goed hebben onderbouwd. Een Nederlandse rechter zal immers niet zo snel een oordeel geven over het recht in een ander land. In zo'n land gelden namelijk andere wetten. Die wetten (en buitenlandse jurisprudentie) zijn door een Nederlands rechter niet zomaar toe te passen. Kortom: uit deze zaak volgt (nog eens) dat een Nederlandse rechter best bereid is om een zogenaamd grensoverschrijdend gebod of verbod op te leggen mits de eisende partij zéér goed motiveert (bijvoorbeeld met buitenlandse legal opinions) waarom dat in het specifieke geval gerechtvaardigd is.

Auteurs

De foto van Marcoline van der Dussen
Marcoline van der Dussen
Advocaat
Amsterdam