Verplichte accountantscontrole voor jaarrekening?

Kan een aandeelhouder met succes in rechte accountantscontrole afdwingen?

19/05/2010

De wet geeft regels met betrekking tot het verstrekken van de opdracht aan de accountant tot onderzoek van de jaarrekening. Tegelijk geldt een wettelijke vrijstelling van accountantscontrole respectievelijk beperking van opgaven in de jaarrekening voor de zogenaamde 'kleine' en 'middelgrote' rechtspersonen. In de praktijk wordt dit vanuit de macht der gewoonte wel eens uit het oog verloren. In een recent Kort Geding speelde dit en wordt gedeeltelijk antwoord gegeven op de hiervoor geformuleerde vraag. 

Algemeen

In statuten is standaard geregeld dat de rechtspersoon jaarlijks opdracht geeft tot onderzoek van de jaarrekening. Algemeen uitgangspunt der wet is dat die opdracht wordt gegeven door de algemene vergadering van aandeelhouders en, ingeval de aandeelhoudersvergadering in gebreke blijft, de raad van commissarissen of, zo deze ontbreekt, het bestuur. De accountantscontrole is niet verplicht voor 'kleine' rechtspersonen. Dit zijn rechtspersonen die op twee opvolgende balansdata zonder onderbreking nadien hebben voldaan aan twee of drie van de volgende vereisten (i) balanswaarde activa niet meer dan EUR 4.400.000, (ii) netto-omzet niet meer dan EUR 8.800.000 en (iii) gemiddeld aantal werknemers minder dan 50. 'Middelgrote' rechtspersonen zijn wettelijk vrijgesteld van bepaalde opgaven in de openbaar te maken jaarrekening. Dan gelden  - beknopt weergegeven - als vereisten (i) balanswaarde activa niet meer dan EUR 17.500.000, (ii) netto-omzet niet meer dan EUR 35.000.000 en (iii) gemiddeld aantal werknemers minder dan 250. 

Van belang is dat deze vrijstellingen niet dwingend zijn. De aandeelhoudersvergadering kan tot uiterlijk 6 maanden na afloop van het betreffende boekjaar toch besluiten tot accountantscontrole ter zake de 'kleine' rechtspersoon, dan wel met betrekking tot een 'middelgrote' rechtspersoon het openbaar maken van een "uitgebreidere" jaarrekening dan wettelijk vereist.

Opdrachtverstrekking afdwingbaar?

De Voorzieningenrechter te Den Haag heeft zich in een uitspraak van 26 november 2009 uitgelaten over de vraag of een individuele aandeelhouder de rechtspersoon kan dwingen tot het verstrekken van een opdracht aan de accountant tot onderzoek naar de jaarrekening:

Rhine-Danube Line 1 Nederland N.V. ("RDL N.V.") deponeert  jaarcijfers 2006 met de mededeling dat deze onvolledig zijn, omdat RDL N.V. voor de jaarcijfers 2006 "voor 90 % afhankelijk is van de resultaten van haar 100 % Zwitserse dochteronderneming". De Zwitserse dochter verzuimt voldoende informatie ter beschikking te stellen. In 2009 deelt de accountant van RDL N.V. om deze reden schriftelijke mede de opdracht voor het verrichten van accountantscontrole op de jaarrekeningen over 2006 tot en met 2008 niet uit te kunnen voeren en deze niet te aanvaarden. Tegelijk wijst de accountant erop dat de gedeponeerde jaarrekeningen 2005 tot en met 2007 uitwijzen dat RDL N.V. blijft binnen de wettelijke criteria voor de 'kleine' rechtspersoon en dat, mede gelet op de statuten van RDL N.V. die een expliciete verwijzing naar de wettelijke vrijstellingsregeling bevatten, accountantscontrole daarom dus achterwege kan blijven.   

Aandeelhouder X neemt hier geen genoegen mee. X stelt dat RDL N.V. op grond van wet en statuten gehouden is een opdracht tot accountantscontrole te verstrekken. Daarnaast, aldus X, is ook door het bestuur herhaaldelijk en zonder voorbehoud de toezegging gedaan aan de aandeelhoudersvergadering dat aan een accountant opdracht zal worden gegeven tot onderzoek van de genoemde jaarrekeningen. RDL N.V. verweert zich met een beroep op de hiervoor aangehaalde brief van de accountant. 

De Voorzieningenrechter honoreert het verweer van RDL N.V. X maakt niet duidelijk aan welke van de hiervoor genoemde vereisten voor vrijstelling niet is voldaan. Uit de geproduceerde (deels onvolledige) rapporten 2006 - 2008 blijkt naar voorlopig oordeel ook niet zonder meer dat RDL N.V. niet aan de vereisten voor vrijstelling voldoet. Tegenover de verklaring van de accountant heeft X niet voldoende aannemelijk gemaakt dat RDL N.V. niet aan te merken is als 'kleine' rechtspersoon in de zin der wet. Ook maakt X niet duidelijk waarom in weerwil van de wettelijke regeling en de statuten van RDL N.V. toch geen beroep op vrijstelling zou kunnen worden gedaan. Tot slot acht de Voorzieningenrechter geen verplichting aanwezig tot het doen uitvoeren van een vrijwillige accountantscontrole. Dat voor het boekjaar 2005 wel een opdracht is verstrekt en een accountantsverklaring is afgegeven, terwijl dat op zich gezien de criteria voor vrijstelling niet noodzakelijk was, maakt dat niet anders.

Commentaar

Deze uitspraak is qua uitkomst niet verrassend. Voor de MKB praktijk bevat zij een paar nuttige lessen. Het lijkt er sterk op dat men pas is gaan kijken naar de wettelijke vereisten voor vrijstelling, nadat gebleken was dat de accountant de opdracht niet kon aanvaarden wegens het ontbreken van informatie over de Zwitserse dochter. Ook buiten een dergelijke situatie zal naar verwachting in zijn algemeenheid de opdracht verstrekkende rechtspersoon willen horen van haar accountant of accountantscontrole überhaupt wel noodzakelijk is op grond van de wet. Dat geeft de rechtspersoon de keuzemogelijkheid om, bijvoorbeeld vanuit kostenoogpunt, de controle achterwege te laten of om toch de opdracht te verstrekken.

Opvallend aspect is dat de Voorzieningenrechter met de brief van de accountant aannemelijk acht dat aan de vereisten voor vrijstelling is voldaan, ondanks dat kennelijk de cijfers van de Zwitserse dochter ontbraken en, in theorie, consolidatie van die cijfers zou kunnen betekenen dat de toepasselijke wettelijke getalsdrempels worden overschreden.  Meest interessant is dat de wijze waarop de rechtspersoon al dan niet bewust is omgegaan met de mogelijkheid van vrijstelling, in de opvatting van de Voorzieningenrechter geen precedent schept. Als aan de wettelijke vereisten voor vrijstelling in enig jaar is voldaan, kan daarvoor worden geopteerd. Ook als in de jaren daarvoor wel opdracht is gegeven en accountantscontrole heeft plaatsgevonden, terwijl dan reeds aan de vereisten voor vrijstelling werd voldaan. 

Slotopmerkingen

Gesteld dat de vereisten voor vrijstelling niet golden, dan zou X met succes de wettelijke verplichting tot het verstrekken van de opdracht aan een accountant hebben kunnen afdwingen. De wet bepaalt dat iedere belanghebbende daarvan nakoming van de rechtspersoon kan vorderen. Daartoe kunnen in ieder geval individuele aandeelhouders, werknemers en schuldeisers in beginsel worden gerekend.    

In absolute zin zijn de beschreven lessen tevens van belang. De hiervoor weergegeven vereisten voor vrijstelling zullen, afgaande op kerncijfers uit openbare bronnen over het Nederlandse bedrijfsleven, voor zeer vele Nederlandse ondernemingen in het MKB relevant zijn. Of dat ook wel voldoende wordt onderkend, mag afgaande op deze zaak wellicht worden betwijfeld.