Voorstel tot wijziging wet bescherming persoonsgegevens

23/02/2009

Onlangs is het voorstel tot wijziging van de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) ingediend bij de Tweede Kamer. Deze wijziging is voorgesteld om administratieve lasten en nalevingskosten te verminderen. Daarnaast zal het wetsvoorstel ook enkele wettechnische gebreken herstellen.

Verbod doorgifte persoonsgegevens aan derde landen

De grootste wijziging is wel de beoogde afschaffing van de vergunningplicht voor doorgifte van persoonsgegevens naar derde landen die geen passend beschermingsniveau hebben. Op grond van het huidige art. 76 WBP is doorgifte naar deze landen verboden. In de praktijk leidt deze regel ertoe dat slechts naar een handjevol landen buiten de EU persoonsgegevens mogen worden verstuurd en in die landen mogen worden verwerkt. Dit staat echter haaks op de trend dat steeds meer ondernemingen (delen van) hun gegevensverwerking buiten de EU onderbrengen. Doorgifte naar die landen is alleen mogelijk op basis van een vergunning van de Minister van Justitie, of op grond van één van de in de WBP genoemde uitzonderingen.

Het verkrijgen van zo'n vergunning is echter bepaald geen sinecure. De aanvrager zal moeten aantonen dat de ontvangende partij buiten de EU de persoonsgegevens op zodanige manier verwerkt, dat deze in wezen dezelfde bescherming genieten als in Nederland. Het College Bescherming Persoonsgegevens ("CBP") toetst dit aan de WBP voordat de minister van Justitie over het al dan niet toewijzen van de vergunning adviseert. Concreet komt het er dus op neer dat een vergunning pas wordt verstrekt als de aanvrager bij het CPB genoegzaam aantoont dat de verwerking buiten de EU met passende waarborgen is beschermd.

Lastenverlichting

Het behoeft geen betoog dat het aanvragen (en daadwerkelijk verkrijgen) van een vergunning tijd, moeite en dus kosten met zich meebrengt. Door de vergunningsplicht af te schaffen beoogt het wetsvoorstel juist deze kosten te beperken. Deze verplichting vervalt echter alleen als gebruik wordt gemaakt van door de Europese Commissie goedgekeurde modelcontracten.

De wetgever beoogt met het schrappen van deze verplichting de administratieve lasten voor het bedrijfsleven te verlagen. Dit zijn kosten die het bedrijfsleven moet maken om aan de informatieverplichtingen van de overheid te voldoen. Uit de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel blijkt dat de wetgever uitgaat van een last van € 2.250,- per vergunningaanvraag (waarbij is berekend dat de gemiddelde medewerker tegen een uurtarief van € 45,- zo'n 50 uur aan de vergunningaanvraag besteed). Bij 90 vergunningaanvragen per jaar betekent dat een besparing voor het Nederlandse bedrijfsleven van (maarliefst) € 202.500,- Ook verwacht de wetgever dat de besparing in de toekomst zelfs nog hoger zal zijn, aangezien outsourcing van verwerking van persoonsgegevens naar bedrijven buiten de Europese Unie steeds vaker plaatsvindt.

Afschaffen vergunningplicht met modelcontracten

In deze modelcontracten (ook wel Model Contractual Clauses genoemd) is een juridisch raamwerk geformuleerd op grond waarvan persoonsgegevens tussen entiteiten kunnen worden verstuurd en verwerkt, waarbij de passende waarborgen tussen hen worden afgesproken. De Europese Commissie heeft twee modelcontracten goedgekeurd: één modelcontract voor doorgifte tussen twee verantwoordelijken, waarvan de één gevestigd is in de EU en de andere daarbuiten. En één modelcontract voor doorgifte naar de bewerker in een derde land Deze modelcontracten worden nu ook al gebruikt als onderbouwing bij het aanvragen van een vergunning. Op het aanvraagformulier wordt zelfs expliciet gevraagd of gebruik wordt gemaakt van deze modelcontracten.

Conclusie

Het is lovenswaardig dat de wetgever heeft besloten om in het kader van verlaging van administratieve lasten één van de hordes weg te nemen die aan het versturen en verwerken van persoonsgegevens buiten de EU in de weg staan. De beoogde besparing die de wetgever heeft berekend, lijkt in het licht van het totaal aantal vergunningaanvragen op jaarbasis betrekkelijk gering. Dat neemt niet weg dat hiermee een ogenschijnlijk onbegrijpelijke beperking, namelijk dat doorgifte op grond van een door de Europese Commissie goedgekeurd modelcontract onder de huidige WBP pas mag plaatsvinden als het CPB en de Minister van Justitie dit hebben goedgekeurd, komt te vervallen.