Home / Publicaties / Wet plattelandswoningen

Wet plattelandswoningen

14/01/2013

Romantisch wonen in het buitengebied? Per 1 januari 2013 wordt het mogelijk plattelandswoningen in het buitengebied toe te staan. Het wetsvoorstel plattelandswoningen dat door het vorige kabinet al was ingediend treedt dan in werking. Op grond daarvan kunnen gemeenten voormalige agrarische bedrijfswoningen bestemmen als plattelandswoning. Deze woningen krijgen daarmee een speciale status.

Plattelandswoningen zijn woningen die feitelijk als burgerwoning worden bestemd, maar die voor de wet als bedrijfswoning blijven gelden, waardoor de activiteiten van omliggende agrarische bedrijven niet worden belemmerd. Het komt regelmatig voor dat agrariërs hun (voormalige) boerderij verkopen aan iemand die niets met het agrarische bedrijf te maken heeft of om daar zelf te gaan wonen na de bedrijfsbeëindiging. Vaak is alleen het gebruik van de woning als agrarische bedrijfswoning toegestaan in het geldende bestemmingsplan. Met deze nieuwe wet wordt het mogelijk een boerderij te bewonen die geen deel meer uitmaakt van het boerenbedrijf. Tot nu toe stond de omzetting van een voormalige agrarische bedrijfswoning in een burgerwoning veelal in de weg aan uitbreiding van de agrarische activiteiten in de omgeving vanwege de geldende milieunormen voor onder andere stank en geluid, met mogelijke verpaupering van het platteland tot gevolg. De bewoners van een plattelandswoning worden dus niet beschermd tegen de milieugevolgen van het bijbehorend boerenbedrijf. Betwijfeld moet daarom worden of wonen op het platteland zo romantisch is als het begrip ‘plattelandswoning’ doet vermoeden.

De wet plattelandswoning regelt enerzijds dat de milieunormen die van toepassing zijn op een bedrijfswoning bij een boerderij ook (blijven) gelden wanneer deze agrarische woning wordt afgesplitst van de boerderij. Voor nabijgelegen bedrijven vindt dus geen aanscherping van de milieueisen plaats zoals normaal gesproken bij burgerwoningen. Voor door burgers bewoonde plattelandswoningen gelden dus dezelfde eisen voor luchtkwaliteit en geluid als voor boerenwoningen.

Daarnaast biedt de nieuwe wet de mogelijkheid aan gemeenten om in bestemmingsplannen de bestaande knelpunten op te lossen en om vooruitlopend op toekomstige ontwikkelingen te bepalen dat een agrarische bedrijfswoning door derden mag worden bewoond, zonder dat de nabijgelegen boerderij hierdoor (verder) wordt belemmerd. Daarbij dient de karakteristiek en de ontwikkeling van het platteland, de cultuurhistorische waarde van de bebouwing en van het landschap, de leefbaarheid van het platteland en de gezondheidsaspecten onder andere te worden betrokken. Gemeenten kunnen plattelandswoningen toestaan door deze als zodanig te bestemmen of door het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan dan wel door een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bestemmingsplan. Door een paraplubestemmingsplan vast te stellen kan de gemeente dit voor het gehele buitengebied binnen de gemeente regelen.

Door voormalige agrarische bedrijfswoningen de status van plattelandswoning te geven, wordt het makkelijker om deze door derden te laten bewonen, zonder het risico van klachten en bezwaren tegen een milieuvergunning voor nabijgelegen agrarische bedrijven. De nieuwe wet biedt daarmee een nieuwe impuls aan de ontwikkeling van het platteland.

Auteurs

De foto van Luurt Wildeboer
Luurt Wildeboer
Advocaat
Amsterdam