Wie betaalt de kosten lijkbezorging? De opdrachtgever of de erfgenamen?

25/01/2010

Hoewel de partner van de overledene zonder overleg met de zoon, de enige erfgenaam, de begrafenisondernemer alle opdrachten had gegeven, besliste de rechtbank onlangs dat vrijwel alle kosten door de zoon moesten worden betaald.

Casus
Na 30 jaar te hebben samengeleefd overlijdt de man eind 2007. De zoon van de man is de enige erfgenaam. Hij heeft de nalatenschap zuiver aanvaard. De vrouw regelt de crematie en heeft ondermeer de urn laten bijzetten. De vrouw heeft alle facturen betaald en verhaalt nu deze kosten op de zoon.
De rechtbank stelt dat de kosten van lijkbezorging, voorzover in overeenstemming met de omstandigheden van de overledene, schulden van de nalatenschap zijn. De zoon stelt dat de crematie zonder enig overleg met hem was geregeld. Voorts was het saldo van de nalatenschap vrijwel nihil.

Lijkbezorging: verschillende kosten
De rechtbank stelt dat ingevolge artikel 4:7 lid 1b BW de kosten van lijkbezorging voorzover zij in overeenstemming zijn met de omstandigheden van de overledene, schulden van de nalatenschap zijn. Dat houdt in dat de kosten wel in een rechtstreeks verband moeten staan met de lijkbezorging. Daaronder vallen volgens de rechtbank niet alleen de kosten van het eigenlijke begraven of cremeren, maar ook eventuele andere posten zoals annonce, vervoer van de overledene, begrafenisondernemer, kist, bloemen, volgauto's, catering, grafrecht en dankcorrespondentie etc.
De zoon had niet gesteld dat de gemaakte kosten onredelijk zouden zijn. De rechtbank stelt vast dat de kosten in beginsel ook in overeenstemming waren met de omstandigheden van de overledene.

Stilzwijgende toestemming
De zoon beriep zich op de redelijkheid en billijkheid, omdat de crematie door de vrouw zonder enig overleg met hem zou zijn geregeld.
Het stond echter vast dat de vrouw direct na het overlijden van haar partner, de zoon bij de gang van zaken heeft betrokken en dat de zoon ook die dag nog in het sterfhuis is geweest. Maar hij heeft zich toen in het geheel niet beziggehouden met de beslissingen die genomen moesten worden. De rechtbank stelt dat het algemeen bekend is dat een uitvaart voortvarend moet worden geregeld. De zoon had dan ook stilzwijgend toestemming gegeven, voorzover dat nodig was.
Omdat de zoon de nalatenschap zuiver had aanvaard, was hij aansprakelijk voor deze kosten.

Uitzondering
Een uitzondering werd wel gemaakt voor de kosten van de urnbijzetting. De rechtbank stelde dat de vrouw wist dat het saldo van de nalatenschap nagenoeg nihil was. Zij had dus moeten kiezen voor een minder kostbare bestemming voor de as. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat de zoon niet van die urnbijzetting op de hoogte was gesteld.
Deze kosten vielen dan ook niet volgens de rechtbank onder art. 4:7 BW en bleven dus voor rekening van de vrouw, de opdrachtgeefster.

Conclusie
Direct na het overlijden moeten veel beslissingen worden genomen. Op dat moment is vaak nog niet duidelijk of er een testament is, wie de erfgenamen zijn en hoe groot de nalatenschap is. Indien er geen overleg wordt gepleegd met de (wettelijke) erfgenamen over de wijze van lijkbezorging loopt de opdrachtgever, veelal de partner of een van de kinderen, het risico dat zij als opdrachtgever voor in ieder geval een deel van de kosten zelf aansprakelijk blijft. Het is in die situatie raadzaam om te kiezen voor een wijze van lijkbezorging die past bij de leefsituatie van de overledene en dus niet een keuze te maken gevoed door emotie.