Wijziging BTW-heffing woon-/werkpand op komst!

05/07/2010

Door een wijziging van de BTW-richtlijn 2006 op het gebied van heffing over het privégebruik van onroerende zaken is aanpassing van de Nederlandse BTW-wetgeving noodzakelijk. De Minister van Justitie heeft onlangs een wetsvoorstel gepubliceerd dat de BTW-heffing op dit punt wijzigt.

Huidige systematiek
Een ondernemer heeft thans de keuze om een onroerende zaak die hij zowel voor bedrijfs- als privédoeleinden gebruikt, voor de BTW geheel tot zijn bedrijfsvermogen te bestemmen. Indien de ondernemer hiervoor kiest, komt nu nog de in rekening gebrachte BTW geheel en direct voor aftrek in aanmerkring. Het privégebruik wordt vervolgens voor de BTW gelijkgesteld met een dienst en gedurende de eerste 10 jaar belast met BTW (indien voor de onroerende zaak volledige of gedeeltelijke aftrek van voorbelasting is ontstaan).

Nieuwe systematiek
Het nieuwe wetsvoorstel zet de systematiek van de algehele aftrek en heffing over het privégebruik overboord. Na implementatie van de gewijzigde Richtlijn in de Nederlandse BTW-wetgeving zal er een verplichte beperking van de BTW-aftrek voor het privégebruik gelden. Daar staat tegenover dat er geen BTW-heffing meer plaatsvindt over het privégebruik. Hierdoor zal de BTW over de uitgaven voor een woon-/werkpand slechts aftrekbaar zijn naar evenredigheid van het gebruik voor bedrijfsdoeleinden. Deze aftrek beperking kan vervolgens zowel opwaarts als neerwaarts worden gecorrigeerd aan de hand van eventuele wijzigingen in het gebruik. Deze herziening vindt plaats conform de reeds bestaande regeling met betrekking voor de herziening van de aftrek voor investeringsgoederen. Indien eenmaal is gekozen om het pand tot privévermogen te bestemmen, dan kan de BTW later niet meer in aftrek worden genomen.
Voor de BTW over kosten met betrekking tot onderhoudswerkzaamheden aan het pand zal gelden dat deze aftrekbaar zijn in verhouding van het gebruik in het desbetreffende kalender-/ boekjaar. De aftrek kan eventueel aan het eind van dát jaar worden gecorrigeerd. De aldus afgetrokken BTW kan in latere jaren niet meer worden herzien.

Voorbeeld nieuwe systematiek
Een ondernemer schaft een woon-/werkpand aan voor € 200.000 en bestemt dit pand voor de BTW volledig tot zijn bedrijfsvermogen. De BTW bedraagt € 38.000 en de ondernemer gaat het pand voor 80% gebruiken voor bedrijfsdoeleinden waarvoor recht op aftrek van voorbelasting bestaat en voor 20% voor privédoeleinden. De ondernemer kan onmiddellijk (80% van € 38.000 =) € 30.400 in aftrek brengen (en dus niet meer direct € 38.000). De overige € 7.600 is uitgesloten van aftrek. De wijziging in het privégebruik gedurende de eerste 9 jaar na het jaar van aanschaf leidt niet tot BTW-heffing bij de ondernemer, maar tot herziening van de BTW-aftrek. Indien het privégebruik toeneemt tot 30% in jaar 2 dan betekent dit dat 10% van de aan dit jaar toegerekende aftrek moet worden herzien. Deze herziening bedraagt (30% -/- 20% van € 3.800 =) € 380.

Conclusie
Het systeem met betrekking tot de BTW-heffing over privégebruik van tot het bedrijfsvermogen bestemde onroerende zaken gaat op de schop. De BTW-heffing zal plaatsmaken voor een beperking van de aftrek van de voorbelasting (eventueel gecorrigeerd aan de hand van gewijzigd gebruik).
Het nieuwe systeem heeft een financieringsnadeel ten opzichte van het huidige systeem daar het huidige systeem in beginsel een algehele aftrek van voorbelasting toekent. Het nieuwe stelsel houdt direct rekening met het privégebruik waardoor de BTW op het moment van aankoop slechts gedeeltelijk in aftrek kan worden gebracht. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2011. Indien men voornemens is om een woon-/werkpand te verwerven, kan het voor de BTW aantrekkelijker zijn om hiertoe vóór genoemde datum over te gaan.

Auteurs

Paul Hulshof
Paul Hulshof
Belastingadviseur
Amsterdam