Home / Publicaties / Beoogde bestemming aanvaardbaar? Dan zo nodig publiekrechtelijk...

Beoogde bestemming aanvaardbaar? Dan zo nodig publiekrechtelijk kostenverhaal!

18/12/2014

In CMS Newsflash Real Estate & Construction 2013, nr. 13, besteedde ik aandacht aan een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling), waarin de vraag aan de orde kwam of een gemeente aan gronden een bepaalde bestemming, waartegen zij op zichzelf planologisch geen bezwaar heeft, mag weigeren toe te kennen om de enkele reden dat zij met de betrokken grondeigenaar geen overeenstemming heeft bereikt over het verhaal van kosten die aan dat planologisch besluit verbonden zijn. De uitspraak luidde dat dat niet mag en dat de gemeente in zo'n geval dan maar een exploitatieplan moet vaststellen om tot kostenverhaal te kunnen komen.

Recent heeft de Afdeling opnieuw uitgesproken dat wanneer de gemeenteraad te kennen heeft gegeven geen planologische bezwaren te hebben tegen een voorgenomen ontwikkeling, de enkele omstandigheid dat tussen de betrokken grondeigenaar en de gemeente geen anterieure overeenkomst is gesloten op zichzelf onvoldoende is om aan de desbetreffende percelen niet de beoogde bestemming toe te kennen.

In casu ging het om een geval dat speelde in de gemeente Cranendonck (ABRvS 22 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3776). Appellanten hadden vóór aanvang van de bestemmingsplanprocedure al een ruimtelijke onderbouwing overgelegd waarin werd ingegaan op de bouw van vijf woningen op de desbetreffende percelen. Vervolgens had de raad het standpunt ingenomen dat de overgelegde ruimtelijke onderbouwing overeenstemde met de daaraan gestelde gemeentelijke eisen en dat voldoende duidelijk was wat de ruimtelijke en milieu-hygiënische gevolgen waren van deze woningbouw. De ruimtelijke onderbouwing vermeldde onder meer dat de beoogde woningen buiten de geluidscontour van 50 dB(A) van het nabijgelegen bedrijventerrein zouden zijn gesitueerd. Eerst in het verweerschrift in het kader van het beroep bij de Afdeling had de raad naar voren gebracht dat onduidelijk was hoe hoog de geluidsbelasting op de gevel van deze woningen als gevolg van industrielawaai zou zijn. Niet gebleken was dat de raad op enig ander moment aan appellanten had meegedeeld dat de ruimtelijke onderbouwing tekort schoot.

De gemeenteraad had bij de vaststelling van het bestemmingsplan de bewuste gronden van appellanten buiten het plan gelaten omdat er met hen geen anterieure overeenkomst tot stand was gekomen. Vast stond echter dat gemeente en appelanten de bereidheid hadden uitgesproken een anterieure overeenkomst aan te gaan, die gericht zou zijn op de inrichting van de openbare ruimte op de percelen.

Gelet op art. 6.12, eerste en tweede lid Wro (de principeverplichting om een exploitatieplan vast te stellen, tenzij (onder meer) het kostenverhaal anderszins is verzekerd) en omdat geen planologische bezwaren bestonden tegen de woningen, zoals de raad ter zitting had bevestigd, achtte de Afdeling de enkele omstandigheid dat geen anterieure overeenkomst was gesloten op zichzelf onvoldoende om aan het perceel geen woningbouwbestemming toe te kennen.

De Afdeling verwees hierbij naar haar uitspraak inzake de gemeente Nuth (ABRvS 3 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR4016). Weliswaar werd in die zaak door de Afdeling in de kern genomen hetzelfde overwogen als in de hier besproken uitspraak, maar daar wees de Afdeling op diverse bijzondere omstandigheden waardoor het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan (zonder daarin de gronden van appellant mee te nemen) wel erg nadelig voor de appellant uitpakte. Sinds de uitspraak betreffende de gemeente Reimerswaal ((Voorzitter) ABRvS 25 oktober 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:1783, Gst. 2014/17 m.nt. R.J. Lucassen) bestond al de indruk dat die bezwaarlijke gevolgen van het vaststellingsbesluit niet redengevend waren voor de uitspraak. De hier besproken uitspraak lijkt die indruk te bevestigen. Kortom, de gemeenteraad zal onder omstandigheden verplicht zijn een exploitatieplan vast te stellen in het kader van planologische medewerking aan en particulier ontwikkelingsinitiatief.

Auteurs

De foto van Robert Lucassen
Robert Lucassen
Advocaat
Amsterdam