Home / Publicaties / Bestuurders persoonlijk aansprakelijk voor boete niet-naleving...

Bestuurders persoonlijk aansprakelijk voor boete niet-naleving cao

05/08/2015

Twee bestuurders van een voormalig uitzendbureau zijn persoonlijk aansprakelijk voor het niet-naleven van bepalingen uit de CAO voor Uitzendkrachten. Het uitzendbureau betaalde de uitzendkrachten te weinig salaris. Dit leverde de bestuurders een gezamenlijke boete van € 21.000 op.

Achtergrond

De zaak werd aanhangig gemaakt door de Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU). Deze organisatie houdt zich onder andere bezig met controle op correcte naleving van de CAO voor Uitzendkrachten en de CAO Sociaal Fonds voor de Uitzendbranche. In april 2011 kondigde SNCU aan bij X BV (het uitzendbureau in kwestie) dat zij een dergelijke controle instelde.

Bij de controle ontstond het vermoeden dat X BV een groot aantal artikelen uit de cao niet (correct) naleefde. In het bijzonder rees het vermoeden dat aan werknemers te weinig salaris was betaald over de periode juli 2009 tot en met maart 2011. Bij nader onderzoek werd het te weinig betaalde salaris begroot op een bedrag van maar liefst € 101.822 bruto. Op grond van de cao vorderde SNCU van de bestuurders in de procedure onder meer een nabetaling van dit achterstallig salaris aan de werknemers, en daarnaast betaling van een forfaitaire schadevergoeding van € 22.313 aan SNCU. Op basis van de cao heeft SNCU daartoe een zelfstandig recht. Saillant detail is dat X BV de bedrijfsactiviteiten eind 2011 had gestaakt en enige tijd daarna is uitgeschreven bij het handelsregister.

De bestuurders waren van mening dat SNCU de vordering eerst bij X BV moest proberen te verhalen, omdat de werknemers daar in dienst waren geweest. X BV had haar administratie uitbesteed aan boekhouders van een administratiekantoor. Bovendien was het volgens de bestuurders zelf niet meer mogelijk om te betalen. Zij beschikten niet (meer) over de juiste naam- en adresgegevens van de voormalig werknemers van X BV.

Juridisch kader

In de CAO voor Uitzendkrachten is een stichting in het leven geroepen die toeziet op naleving van de cao. De SNCU houdt toezicht op naleving van de bepalingen uit de cao en kan indien nodig ook optreden. Zij vervult daarmee als het ware de rol van cao-politie.

Een bestuurder van een vennootschap is jegens derden in beginsel niet aansprakelijk voor schulden van de onderneming. Op deze regel zijn uitzonderingen. Een mogelijkheid is dat de bestuurder aansprakelijk is op grond van een onrechtmatige daad. Ook moet de bestuurder een ernstig verwijt van het onrechtmatig handelen kunnen worden gemaakt. De rechtbank diende dit in onderhavige zaak te toetsen.

Het oordeel

De rechtbank Den Haag veegde het eerste argument van de bestuurders eenvoudig van tafel. Er rust geen verplichting op SNCU om betaling van het achterstallig salaris eerst bij X BV te proberen te verhalen. Dit te meer nu de onderneming de bedrijfsactiviteiten had gestaakt en was uitgeschreven bij het handelsregister. In feite zou dit een loze exercitie zijn geweest.

De rechtbank zag echter geen grond om de bestuurders persoonlijk aansprakelijk te houden voor betaling van achterstallig salaris. Bij gebreke van de benodigde gegevens, zou het niet mogelijk zijn om de vordering aan de oud-werknemers te voldoen. Deze eis werd daarom afgewezen.

Tot slot resteerde de forfaitaire schadevergoeding. Gezien de hoogte van het te weinig betaalde salaris moest daar volgens de rechtbank per definitie een ernstig persoonlijk verwijt worden gemaakt aan de toenmalige bestuurders. De omstandigheid dat zij de administratie hadden uitbesteed, deed niet af aan hun verantwoordelijkheid. De rechtbank achtte de bestuurders hoofdelijke aansprakelijk voor schadevergoeding van een bedrag van € 21.000.

Conclusie

Een bestuurder kan jegens een derde aansprakelijk zijn indien hem een ernstig verwijt te maken is. In dit geval leverde de forse salarisachterstand over een periode van twee jaar per definitie een persoonlijk verwijt. De onderbouwing van de rechtbank is op dit punt uiterst summier. Binnen meerdere bedrijfstakken waarin een (algemeen verbindend verklaarde) cao van toepassing is, zijn zogenaamde nalevingsstichtingen in het leven geroepen. Deze stichtingen zien erop toe of werkgevers de desbetreffende cao wel correct naleven en treden op in het geval dat dat niet zo is. Het komt regelmatig voor dat ondernemingen dwingendrechtelijke bepalingen uit een cao niet naleven. Dat levert overigens niet zonder meer een externe bestuurdersaansprakelijkheid op. Bij zaken die eerder in de rechtspraak voorbij kwamen, probeerden werkgevers claims onder meer te ontlopen door te stellen dat zij niet over voldoende verhaalsmogelijkheden zouden beschikken. In deze zaak ging de rechtbank eenvoudig mee in het standpunt van SNCU. Desondanks doen bestuurders er goed aan de (dwingendrechtelijke) bepalingen uit de cao correct na te leven. Bij gebreke daarvan kan dat tot fikse boetes leiden, ook wanneer de onderneming de werkzaamheden heeft gestaakt.

Auteurs

Guus-Lemmen-45-CMS-NL
Guus Lemmen