Home / Publicaties / Een prikkel tot nakoming

Een prikkel tot nakoming

23/09/2009

In veel intellectuele eigendomsprocedures legt de rechter de inbreukmaker een verbod of gebod op. Bijvoorbeeld een verbod om verder nog inbreukmakende producten te vervaardigen en te verhandelen of een bevel tot het plaatsen van een rectificatie. Zonder een deugdelijk pressiemiddel is een dergelijk verbod of gebod echter niet meer dan een tandenloze tijger.

In vrijwel alle IE-zaken gaat een verbod of gebod daarom vergezeld van een dwangsom. De dwangsom is een geldsom die de in het ongelijk gestelde partij (de inbreukmaker) op vordering van de in het gelijk gestelde partij (meestal de rechthebbende) moet betalen, mocht hij niet of niet tijdig aan de hoofdveroordeling voldoen. Vooral in kort geding wordt dit middel op ruime schaal toegepast om de gevraagde voorzieningen kracht bij te zetten. Het biedt de inbreukmaker een aanzienlijke prikkel tot nakoming.

Dwangsom als aansporing
De dwangsom is niet een vorm van schadevergoeding. Het is een aansporing voor de veroordeelde om de veroordeling na te komen. De eisende partij kan dus, naast dwangsommen, ook nog schadevergoeding vorderen, bijvoorbeeld ter vergoeding van de door de inbreuk geleden schade. De rechter zal echter in veel gevallen niet de volledige dwangsommen zoals gevorderd toewijzen, maar slechts in zoverre als dit voldoende stimulans biedt aan de veroordeelde om zich bij de veroordeling neer te leggen. In Nederland komen de verbeurde dwangsommen, ofwel de dwangsommen die verschuldigd worden omdat de opgelegde hoofdverplichting niet wordt nagekomen, toe aan de eisende partij. In Duitsland vloeien deze gelden echter in de staatskas.

In bepaalde gevallen kunnen de dwangsommen oplopen tot een astronomische bedrag, bijvoorbeeld indien een dwangsom is opgelegd voor elke dag dat de niet-naleving van het rechterlijke vonnis voortduurt. Het recht is echter - tot op zekere hoogte - voorzien van een aantal checks and balances. Zo moet de in het gelijk gestelde partij wel tijdig (binnen 6 maanden) de dwangsommen opvorderen om te voorkomen dat deze verjaren. In uitzonderingsgevallen kan de partij die is veroordeeld in de dwangsommen, de rechter vragen deze te verminderen of zelfs geheel op te heffen, bijvoorbeeld als het voor hem onmogelijk is aan de hoofdveroordeling te voldoen.

Zijn dwangsommen wel verschuldigd?
Het is vaak onduidelijk óf er dwangsommen verschuldigd zijn, oftewel: of sprake is van niet nakomen van de hoofdverplichting. In een recent arrest van het Haagse Gerechtshof van 28 april 2009 speelde deze vraag. De inbreukmaker was in de inbreukprocedure veroordeeld tot het rondsturen van een rectificatiebrief aan haar afnemers op straffe van een dwangsom. De inbreukmaker stuurde vervolgens de rectificatiebrief aan haar afnemers, maar voegde een begeleidende brief bij waarin zij meldde dat de bewuste uitspraak van de rechter een duidelijke misvatting was en waarin zij haar afnemers verzocht vooral geen gehoor te geven aan de oproep om inbreukmakende materialen te retourneren. Het Haagse Hof oordeelde dat door de begeleidende brief de werking van het bevel van de rechter werd ontkracht en aldus de hoofdverplichting niet deugdelijk was nagekomen, zodat er wel dwangsommen waren verbeurd. Kortom, een wijze les om niet op dergelijke wijze te proberen onder een hoofdveroordeling uit te komen.

Auteurs

De foto van Rogier de Vrey
Rogier de Vrey
Counsel / Head of IP
Amsterdam