Home / Publicaties / Geen verzekeringsplicht onderwijsinstellingen bij...

Geen verzekeringsplicht onderwijsinstellingen bij risicovolle schoolactiviteiten

16/11/2011

Inleiding
Bij arrest van 28 oktober jl. oordeelde de Hoge Raad dat een onderwijsinstelling niet zonder meer gehouden is om te zorgen voor een ongevallenverzekering die adequate dekking biedt voor door die onderwijsinstelling in het kader van het onderwijs georganiseerde risicovolle activiteiten. Evenmin rust op die onderwijsinstelling de verplichting haar studenten duidelijk te maken dat geen verzekering is gesloten die een dergelijke dekking biedt. Een zo vergaande zorgplicht kan in haar algemeenheid niet worden aanvaard, zo oordeelde de Hoge Raad.

Feiten
Het betrof in dit arrest een studente die deelnam aan een door de onderwijsinstelling georganiseerde kartwedstrijd. Dit evenement maakte deel uit van een sportactiviteitenprogramma van de onderwijsinstelling. Deelnemers aan één of meer van deze activiteiten ontvingen daarvoor extra studiepunten.

De studente vloog tijdens de kartwedstrijd uit de bocht, waardoor zij beide enkels brak.

Procesverloop
De studente heeft de onderwijsinstelling gedagvaard, waarbij de studente veroordeling van de onderwijsinstelling vorderde, nader op te maken bij staat. Aan deze vordering heeft de studente ten grondslag gelegd dat de onderwijsinstelling haar als minderjarige heeft laten deelnemen aan een verplichte onderwijsactiviteit, te weten: de kartwedstrijd, terwijl de onderwijsinstelling daarvoor geen adequate verzekering had afgesloten.

Volgens de studente had de onderwijsinstelling aldus in strijd gehandeld met het door de onderwijsinstelling verstrekte informatiemateriaal én in strijd met de maatschappelijke zorgplicht.

Met het verstrekte informatiemateriaal doelde de studente op artikel 4 van de onderwijsovereenkomst die zij met de onderwijsinstelling had gesloten. In dat artikel wordt met betrekking tot de inrichting van het onderwijs verwezen naar de onderwijs- en examenregeling (hierna: "OER") van de onderwijsinstelling. Art. 13 OER bepaalt: "13. Verzekeringen
Het ROC van Twente heeft voor alle ingeschreven studenten een verzekering afgesloten.
13.1 Ongevallenverzekering
De ongevallenverzekering, waarbij de eigen verzekering voorgaat en die dus als een aanvullende verzekering moet worden gezien, is van kracht:
a. tijdens het verblijf in de school of op het schoolterrein en tijdens het deelnemen aan activiteiten of bijeenkomsten, uitgaande van de school;
b. (...)"

Echter, de verzekeraar stelde zich op het standpunt dat de betreffende polis geen dekking bood op grond van een uitsluiting opgenomen in artikel 3 van die polis. Dat artikel bepaalt dat verzekeraars niet tot uitkering zijn gehouden indien een ongeval plaatsvindt bij het deelnemen door verzekerde aan een snelheidswedstrijd met (onder meer) motorrijtuigen.

Rechtbank, hof en Hoge Raad
De rechtbank oordeelde dat de onderwijsinstelling onrechtmatig had gehandeld door geen adequate verzekering te regelen, terwijl de onderwijsinstelling volgens de inhoud van het OER de indruk had gewekt dat zulks wel het geval zou zijn.

De onderwijsinstelling is in hoger beroep gegaan van het vonnis van de rechtbank.

Het hof vernietigde het vonnis waarbij het hof onder meer overwoog dat het van algemene bekendheid is dat ongevallenverzekeringen beperkingen en uitsluitingen van de dekking plegen te kennen, in het bijzonder bij risicovolle activiteiten. De Hoge Raad besliste dat het oordeel van het hof dat de studente niet redelijkerwijs dekking mocht verwachten onjuist noch onbegrijpelijk is. Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de zorgplicht van een onderwijsinstelling niet zo ver gaat dat zij zonder meer gehouden is om te zorgen voor een ongevallenverzekering die voor in het kader van het onderwijs georganiseerde activiteiten dekking biedt, althans om haar studenten duidelijk te maken dat geen verzekering is gesloten die een dergelijke dekking biedt.

De AG merkte nog in zijn conclusie op dat van een verzekeringsplicht voor derden slechts in zeer specifieke gevallen sprake is, namelijk bij het opwekken van kernenergie en de WAM (Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen).

Overigens stond in dit arrest de aansprakelijkheid op grond van de schending van de verzekeringsplicht centraal en niet de aansprakelijkheid van de onderwijsinstelling op zich.

Het kan dus wel zo zijn dat onder bepaalde omstandigheden een onderwijsinstelling aansprakelijk is voor de schade die studenten oplopen tijdens deelname aan een risicovolle activiteit die in het kader van het onderwijs verplicht is gesteld. Echter, onderwijsinstellingen zijn niet verplicht daartoe een verzekering voor hun studenten af te sluiten, aldus de Hoge Raad.

Auteurs

Annemarie de Best