Home / Publicaties / Gerechtshof verduidelijkt het ‘recht om vergeten t...

Gerechtshof verduidelijkt het ‘recht om vergeten te worden’ door zoekmachines in Nederland

07/04/2015

De afgelopen maanden is er in Nederland een aantal vonnissen gewezen in geschillen tussen natuurlijke personen en Google. Aan de orde was telkens de vraag of Google verplicht is om op verzoek bepaalde koppelingen in zoekresultaten in haar zoekmachine te verwijderen (mensen in staat te stellen ‘vergeten te worden’). De belangenafweging die daarbij moet worden gemaakt valt tot nog toe telkens uit in Googles voordeel, maar afgaande op het arrest van het Amsterdamse gerechtshof van 31 maart 2015 hoeft dit zeker niet altijd zo te zijn.

Verzet tegen zoekresultaten

Hoe zat het ook alweer? Na het controversiële Google Spain-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (“Europees Hof”) in 2014 (lees ons eerdere bericht hier) leek het mogelijk voor een grote hoeveelheid personen om zich te verzetten tegen Googles verwerking van persoonsgegevens door middel van het tonen van relevante zoekresultaten. Het recht op bescherming van persoonsgegevens van de ‘betrokkene’ (de persoon om wiens gegevens het gaat) moet immers "in beginsel" voorgaan op het recht van Google om die gegevens te verwerken (te tonen en rangschikken) en het recht van het publiek om de informatie te raadplegen, aldus het Europees Hof. Slechts als er bijzondere redenen voor zijn, kan het gerechtvaardigd zijn dat het belang dat het publiek heeft op toegang tot informatie voorgaat.

Een zoekmachine zoals Google heeft een gerechtvaardigd belang bij het verwerken van persoonsgegevens, niet in de laatste plaats omdat een zoekmachine een belangrijke maatschappelijke functie vervult bij de navigatie op internet. In het kader van dat ‘gerechtvaardigd belang’ moet de exploitant van een zoekmachine bij de verwerking van persoonsgegevens een afweging maken tussen zijn eigen belangen en de rechten van betrokkenen (met name het grondrecht op privacy). Dit volgt uit artikel 7 sub f Richtlijn bescherming persoonsgegevens (95/46/EG), welk artikel is geïmplementeerd in nationaal recht. Het Europees Hof stoelt het recht om online te worden vergeten op het bestaande recht van ‘verzet’ tegen de verwerking van persoonsgegevens. Dit recht kan de betrokkene inroepen als er “zwaarwegende en gerechtvaardigde redenen [zijn] die verband houden met zijn bijzondere situatie” en met name in het kader van een verwerking als die van artikel 7 sub f van de richtlijn.

Twee recente Nederlandse uitspraken

Hoewel dus “in beginsel” de rechten van natuurlijke personen prevaleren boven die van een zoekmachine en die van het publiek om de informatie te ontvangen, is dat niet altijd daadwerkelijk het geval. Nadat Google ‘vergeetverzoeken’ van respectievelijk een zakenman en een veroordeelde crimineel (gedeeltelijk) had afgewezen, richtten de personen in kwestie zich tot de rechter. De eerste zaak resulteerde in een vonnis van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam (12 februari 2015), de tweede in een arrest van het Hof Amsterdam van 31 maart 2015 (hoger beroep tegen een kortgedingvonnis van 18 september 2014).

Vzr. Rechtbank Amsterdam 12 februari 2015

De eerste zaak was aangespannen door een partner van KPMG. Hij verzette zich tegen zoekresultaten die verwezen naar nieuwsberichten die melding maakten van het feit dat hij enige tijd in een wooncontainer bivakkeerde na een geschil over betaling met de aannemer die zijn huis verbouwde. De rechtbank is kort gezegd van oordeel dat het recht van Google op informatievrijheid prevaleert boven de rechten van de zakenman. Google hoeft dus geen koppelingen te verwijderen. Opvallend in dit vonnis is dat de voorzieningenrechter een onjuiste interpretatie lijkt te geven van het Google Spain-arrest. Hij ziet het recht om vergeten te worden als uitzondering op het algemene uitgangspunt van het recht op informatievrijheid (r.o. 4.7). Dit terwijl – zoals hierboven al werd gezegd – het Europees Hof in Google Spain juist overweegt dat de rechten op privacy en de bescherming van persoonsgegevens voor moeten gaan. Dit vraagt om een andere belangenafweging dan die welke de voorzieningenrechter heeft gemaakt.

Gerechtshof Amsterdam 31 maart 2015

In het arrest van het Hof Amsterdam ging het om een veroordeelde prostitutie-crimineel die geconfronteerd werd met nieuwsberichten en andere webpagina's die over hem gaan. Bovendien is er een boek geschreven dat deels op de situatie van de man is gebaseerd en waarin zijn eigen naam wordt gebruikt. Reeds in eerste aanleg oordeelde de voorzieningenrechter onder andere dat Google koppelingen naar webpagina’s die over de crimineel gingen, niet hoefde te verwijderen. De voorzieningenrechter gaf daarbij een opmerkelijke interpretatie van Google Spain door te stellen dat alleen verzet mogelijk is tegen zoekresultaten die “onnodig diffamerend” of “buitensporig” zijn; maatstaven die het Europees Hof niet gebruikt. In hoger beroep komen deze begrippen niet terug en overweegt het Hof Amsterdam waar het gaat om het verwijderen van zoekresultaten, dat de betrokkene zich kan verzetten tegen een verwerking van persoonsgegevens die onverenigbaar is met de Richtlijn bescherming persoonsgegevens. Daar voegt het aan toe (r.o. 3.5):

Een dergelijke onverenigbaarheid kan niet enkel het gevolg zijn van onnauwkeurigheid van de gegevens maar ook omdat zij ontoereikend, niet ter zake dienend of bovenmatig zijn voor de doeleinden van de verwerking, omdat zij niet zijn bijgewerkt of omdat zij langer worden bewaard dan noodzakelijk is. De betrokkene kan op basis van zijn door de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (...) gewaarborgde grondrechten verlangen dat op hem betrekking hebbende informatie niet meer via opneming in een resultatenlijst van het [de] zoekmachine ter beschikking wordt gesteld van het grote publiek. Dit zal echter niet het geval zijn indien de inmenging in de grondrechten van de betrokkene wegens bijzondere redenen, zoals de rol die deze persoon in het openbare leven speelt, wordt gerechtvaardigd door het overwegende belang dat het publiek erbij heeft om toegang tot de informatie te krijgen.

Het verzoek van de crimineel wordt afgewezen omdat het publiek in het algemeen een groot belang heeft om toegang te verkrijgen tot informatie omtrent ernstige delicten en dus ook omtrent de strafvervolging en veroordeling van de escortbaas.

Toekomstige toepassing Google Spain-arrest

Het Hof Amsterdam past de criteria uit Google Spain (wel) correct toe. Niettemin komt het hof, na een afweging, tot de conclusie dat de koppelingen niet verwijderd hoeven te worden, omdat ze nog relevant en actueel zijn en het publiek in dit specifieke geval een overwegend belang heeft de betreffende koppelingen te zien. Dit lijkt mij een correcte benadering. Het maskeren van zoekresultaten door Google zou beperkt moeten blijven tot die situaties waarin een betrokkene een recht van verzet toekomt en een bepaalde verwijzing niet meer ter zake doet, achterhaald is of verouderd is. Maar in uitspraken daterend van vóór het Amsterdamse arrest van 31 maart 2015 leek de Nederlandse rechter geneigd om de Google Spain-criteria minder in het voordeel van betrokkenen uit te leggen dan het Europees Hof. Correcte navolging van de overwegingen van het Amsterdamse arrest betekent in de praktijk dat de meer doorsnee, niet-veroordeelde betrokkene zich succesvol zou moeten kunnen verzetten tegen bepaalde zoekresultaten die een zoekmachine in Nederland toont, een en ander in lijn met het Google Spain-arrest. In hoeverre dit maatschappelijk gewenst is, is een ander verhaal.

Auteurs

Jurre Reus