Home / Publicaties / Waardering buitengerechtelijk deskundigenrapport van...

Waardering buitengerechtelijk deskundigenrapport van door partijen gezamenlijk benoemde deskundige

28/01/2015

Inleiding

In een poging tot onderlinge overeenstemming over een geschil te komen, kunnen partijen gezamenlijk een deskundige benoemen die een oordeel geeft over (een onderdeel van) het geschil. In de onderhavige zaak heeft de Hoge Raad geoordeeld over de waardering van het rapport van zo'n gezamenlijk benoemde deskundige.[1]

Feiten

Eiser was betrokken bij een verkeersongeval. De veroorzaker van het verkeersongeval had een WAM-verzekering bij Achmea. Achmea heeft aansprakelijkheid jegens Eiser erkend. Eiser en Achmea hebben vervolgens gezamenlijk een wederzijds adviseur aangesteld om het verlies aan arbeidsvermogen van Eiser vast te stellen. De wederzijdse adviseur heeft een conceptrapport opgesteld waarop beide partijen hebben gereageerd. Vervolgens heeft de wederzijdse adviseur gerapporteerd dat de totale schade wegens verlies van arbeidsvermogen € 355.718 bedroeg. Uit een rapport van een door Eiser ingeschakelde deskundige bleek dat de schade € 845.321 bedroeg. Achmea heeft bijna € 325.000 aan voorschotten aan Eiser betaald. Eiser heeft Achmea gedagvaard en betaling van een bedrag van € 616.864,35 gevorderd.

Oordeel van het hof

Het hof heeft de vordering van Eiser voor een bedrag van € 325.341,22 toegewezen met aftrek van hetgeen Achmea reeds had voldaan. Het hof overwoog daarbij dat het rapport van de gezamenlijk benoemde deskundige gezien de wijze van totstandkoming niet slechts als een vrijblijvend advies mocht worden beschouwd dat Eiser naast zich neer zou kunnen leggen op de enkele grond dat hij het er niet mee eens was. Partijen zijn de benoeming van een wederzijdse adviseur immers na langdurige discussie overeengekomen en beide partijen achtten de wederzijdse adviseur deskundig op het desbetreffende gebied. Daarnaast heeft Eiser een zeer aanzienlijke invloed gehad op de stukken waarop de wederzijdse adviseur zich heeft gebaseerd en de gegevens in een gesprek toegelicht. Er was een gedetailleerd plan van aanpak en partijen hebben op een conceptrapport gereageerd waarna het eindrapport werd opgesteld. Het rapport was zeer uitvoerig en alle mogelijke aspecten die bij de berekening een rol spelen waren meegewogen. Het was volgens het hof de bedoeling van partijen dat het rapport de overeenstemming tussen partijen een heel stuk dichterbij zou brengen. Het rapport was niet slechts een inventarisatie of een oriënterende verkenning. Gelet op het voorgaande konden partijen alleen bezwaar maken tegen onderdelen van het rapport indien die bezwaren stevig waren onderbouwd.

Het hof oordeelt dat Eiser door middel van het rapport van zijn eigen deskundige voldoende onderbouwd bezwaar heeft gemaakt waardoor Eiser aanspraak kan maken op een serieus nader onderzoek van die bezwaren. Het hof zal de door de rechtbank benoemde deskundige vragen om een nadere uiteenzetting maar overweegt daarbij dat als die deskundige op voor het hof aanvaardbare gronden aangeeft dat de wederzijds benoemde deskundige in redelijkheid tot de bepaalde benadering en berekening kon komen, dat in het algemeen voor het hof aanleiding zal zijn om die benadering en berekening te volgen nu beide partijen de wederzijdse adviseur hebben aangesteld en diens onderzoek zeer zorgvuldig is verricht.

Oordeel van de Hoge Raad

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Eiser tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad overweegt dat het aan de rechter is om te beoordelen welke waarde aan een gezamenlijk buitengerechtelijk deskundigenrapport moet worden toegekend (art. 152 lid 2 Rv) en dat het is overgelaten aan de feitenrechter of hij een deskundigenbericht gelast (art. 194 lid 1 Rv). Het staat de rechter daarom vrij om bij de beoordeling van het geschil een gezamenlijk buitengerechtelijk rapport tot uitgangspunt te nemen, ook als bezwaren zijn geuit tegen de wijze van totstandkoming of de inhoud daarvan. Hetzelfde geldt als een partij voorafgaand aan de totstandkoming van het rapport heeft aangegeven zich niet aan het rapport gebonden te zullen achten.

Conclusie

Uit dit arrest blijkt dat de waardering van een buitengerechtelijk rapport van een gezamenlijk benoemde deskundige is overgelaten aan de rechter. De rechter kan het rapport tot uitgangspunt nemen, ook als partijen bezwaren tegen dat rapport hebben geuit. Dat geldt ook als een partij op voorhand heeft aangegeven zich niet aan het rapport gebonden te zullen achten. De rechter mag zich bij zijn beoordeling laten voorlichten door een door hemzelf te benoemen deskundige.

[1] Hoge Raad 19 december 2014, <em>ECLI</em>:NL:HR:2014:3654.