De verplichting tot dubbele registratie van woninghuurovereenkomsten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest blijft van kracht
Contactpersonen
Het Grondwettelijk Hof heeft een belangrijk arrest gewezen over de registratie van woninghuurovereenkomsten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. In een arrest van donderdag 3 april 2025 heeft het Hof de bepalingen van de Brusselse ordonnantie van 25 april 2024 vernietigd, die voorzagen in een unieke registratie van woninghuurovereenkomsten via het gewestelijk platform Irisrent. Concreet betekent deze vernietiging dat verhuurders van Brusselse woningen hun huurovereenkomsten zowel op het gewestelijke platform Irisrent als op het federale platform MyRent moeten blijven registreren.
Oorsprong van het probleem
Deze situatie vloeit voort uit de bevoegdheidsverdeling inzake de registratie van huurovereenkomsten tussen de federale overheid en de gewesten. De federale overheid is bevoegd voor de registratieformaliteit en de registratiebelasting op huurovereenkomsten, terwijl de gewesten bevoegd zijn voor de burgerrechtelijke aspecten van de registratie. In overeenstemming met deze bevoegdheden heeft de federale overheid het platform MyRent opgezet, terwijl het Brussels Gewest via de ordonnantie van 25 april 2024 zijn eigen systeem, Irisrent, heeft ingevoerd.
Met het oog op administratieve vereenvoudiging wilde de ordonnantie van 25 april 2024 de federale registratieverplichting via MyRent op het grondgebied van het Brussels Gewest afschaffen. Volgens deze ordonnantie moesten verhuurders hun huurovereenkomsten vanaf 1 januari 2025 enkel nog registreren via Irisrent. De FOD Financiën (federaal) had echter eind 2024 meegedeeld dat de verplichting tot registratie op het federale platform vanaf 1 januari 2025 bleef bestaan, aangezien het Gewest niet bevoegd is om deze verplichting af te schaffen.
Beslissing van het Grondwettelijk Hof
Het Hof werd gevat door de federale regering, die de afschaffing van de registratieverplichting op MyRent aanvocht. De grondwettelijke rechters oordeelden dat het Brussels Gewest weliswaar bevoegd is om een eigen registratieprocedure in te voeren op basis van zijn bevoegdheid inzake huurrecht, maar dat deze bevoegdheid niet toelaat om de federale registratieverplichting af te schaffen. Dit zou immers een inbreuk vormen op de fiscale bevoegdheid van de federale wetgever. Het Hof heeft bijgevolg de bepalingen vernietigd die in deze afschaffing voorzagen.
Gevolgen voor verhuurders
Verhuurders van woningen in het Brussels Gewest blijven dus onderworpen aan een dubbele registratieverplichting, terwijl zij hadden gehoopt op een enkele registratie. [RJ1] jDit vereist een verhoogde waakzaamheid van verhuurders om elk risico op niet-naleving van de federale en gewestelijke regelgeving te vermijden.
Zich bewust zijnde van de absurditeit en de administratieve last van deze dubbele procedure, lijkt het Gewest de afgelopen maanden nauw samen te werken met de federale diensten om een geharmoniseerd en efficiënter kader uit te werken, met het oog op een administratieve vereenvoudiging voor zowel verhuurders als huurders. Wordt vervolgd…