Hervorming van de regels van het Belgisch Burgerlijk Wetboek inzake leningen
Op 22 mei 2026 heeft de Belgische regering een wetsvoorstel (in het kader van een openbare raadpleging) gepubliceerd waarmee titel 5 wordt ingevoerd in Boek 7 “Bijzondere contracten” van het Burgerlijk Wetboek. Dit wetsvoorstel zal het bestaande regime voor de “lening op interest” grondig hervormen.
Dit vernieuwd wettelijk kader geldt principieel als aanvullend recht (tenzij anders bepaald). Daarnaast blijft dit kader ondergeschikt aan bestaande financieelrechtelijke bepalingen die voorrang genieten als lex specialis, zoals specifieke regelgeving inzake consumentenkrediet en hypothecair krediet opgenomen in het Belgische Wetboek van economisch recht.
Terwijl onder het huidige regime een lening op interest tot stand komt op het ogenblik van uitbetaling van de geleende gelden, introduceert het wetsvoorstel het algemeen uitgangspunt dat geldleningen (en leningen in het algemeen) tot stand komen door loutere wilsovereenstemming (en niet door uitbetaling). Deze fundamentele verschuiving effent het pad voor de afschaffing van het bestaande (kunstmatige) onderscheid tussen een “krediet” en een “lening”.
Het wetsvoorstel codificeert kernprincipes voor clausules inzake interest die in het kader van financieringsdocumentatie frequent worden onderhandeld, zoals de beginselen dat interest enkel aangroeit op opgenomen bedragen en jaarlijks betaalbaar is (tenzij anders overeengekomen). Bovendien moeten variabele interestvoeten duidelijk worden omschreven aan de hand van een formule en een benchmark.
Het regime inzake vervroegde terugbetaling en daarmee verband houdende vergoedingen (“funding loss”/”break costs”) is eveneens ingrijpend herzien, waarbij verschillende vereisten gelden naargelang het type geldlening. Als algemeen beginsel hebben ontleners bij geldleningen op interest met een bepaalde looptijd niet langer een wettelijk recht op vervroegde terugbetaling, tenzij dit contractueel is overeengekomen of er specifieke uitzonderingen van toepassing zijn (zoals de uitzonderingen opgenomen in de wet inzake de financiering van Belgische kmo’s).
Daarnaast voorziet het wetsvoorstel omkadering inzake wanbetaling en terugvordering. Bijvoorbeeld, elke contractuele verhoging van de interest bij laattijdige betaling wordt beperkt tot 2% per jaar over het uitstaande bedrag.
Een laatste aandachtspunt voor institutionele financiering is het voorgestelde kader voor eeuwigdurende geldleningen. Het wetsvoorstel beoogt flexibiliteit te behouden voor instrumenten uitgegeven door gereglementeerde financiële instellingen en gelijke tred te houden met de evoluerende prudentiële vereisten.
Over het algemeen is het wetsvoorstel een belangrijke ontwikkeling voor kredietverstrekkers die overeenkomsten naar Belgisch recht gebruiken in een B2B-context. Het wetsvoorstel voorziet in een welgekomen afschaffing van het onderscheid tussen kredieten en leningen alsook van bepaalde verouderde beperkingen. De wet inzake de financiering van Belgische kmo’s zou door deze hervorming niet worden geraakt.
De openbare raadpleging loopt tot 20 juli 2026.
Neem voor meer informatie contact op met uw CMS-contactpersoon of met de CMS-experts binnen het Banking & Finance-team.