De Belgische mededingingsautoriteit publiceert haar jaarlijks verslag van het jaar 2020
Contactpersoon
Op 18 mei 2021 publiceerde de Belgische Mededingingsautoriteit ("BMA") haar jaarverslag 2020 dat een beeld geeft van de belangrijkste ontwikkelingen en zaken die in haar praktijk zijn ingebed en waarin zij haar toekomstige handhavingsprioriteiten bij de uitoefening van haar bevoegdheid op het Belgische grondgebied toelicht.
Hoewel de aanwezigheid van de BMA op Europese en internationale fora er slechts in geringe mate door werd beperkt, heeft de COVID-19-pandemie een impact gehad op de fusieactiviteit, aangezien het totale aantal aangemelde transacties aanzienlijk lager lag dan in 2019, met een daling van bijna 25%. Terwijl in 2019 twee huiszoekingen werden uitgevoerd, is dat aantal in 2020 gedaald tot nul. Met negen antitrustbeschikkingen en de inleiding van zeven onderzoeken legde de BMA de nadruk op het opsporen van kartels in plaats van op het vervolgen van (mogelijke) inbreuken op misbruik van machtspositie. Er valt overigens een sterke toename te noteren van beschikkingen die voorlopige maatregelen bevatten, al waren deze niet systematisch positief.
Wat haar regulerende activiteiten betreft, heeft de BMA de voorwaarden voor een vereenvoudigde procedure voor concentratiecontrole verruimd om haar aandacht toe te spitsen op de grotere transacties en heeft het haar clementierichtsnoeren en boetebeleid aangepast om ze in overeenstemming te brengen met de herzieningen van boek IV van het Wetboek van economisch recht.
In de clementieregeling is thans uitdrukkelijk bepaald dat, indien de onderneming of ondernemersvereniging heeft opgehouden te bestaan en geen rechtsopvolger heeft, het onderzoek kan worden verricht en de beslissing kan worden genomen ten aanzien van de natuurlijke persoon alleen. Naast enkele tekstuele verduidelijkingen wordt in de richtsnoeren ook de Engelse taal die voorheen in clementieprocedures werd gebruikt, uitgesloten.
Voor de wijzigingen was het boetebedrag dat door de BMA kon worden opgelegd, beperkt tot 10% van de Belgische jaaromzet van ondernemingen die tot een inbreuk op het mededingingsrecht waren veroordeeld. Dit maximum is nu verhoogd tot 10% van de wereldwijde omzet, in overeenstemming met de boeterichtsnoeren van de Europese Commissie.
De wetgeving inzake misbruik van economische afhankelijkheid die een jaar geleden in werking is getreden, heeft tot grote onzekerheid geleid. Tot nu toe hebben vooral rechtbanken zich over deze materie gebogen en uitspraken gedaan met gemengde resultaten. In de komende jaren zullen de BMA en de rechters samen de concrete toepassing van het wettelijk kader van de artikelen I.6, 4° en IV.2/1 van het Wetboek van economisch recht moeten uittekenen. Misbruiken van economische afhankelijkheid kunnen bestaan wanneer een onderneming een onmisbare economische partner is voor de andere. Deze kunnen nu worden beboet tot 2% van de geconsolideerde Belgische jaarlijkse omzet van de onderneming.
Wat de toekomstige handhavingsprioriteiten betreft, zal de BMA, onder invloed van de transformerende digitale en steeds groener wordende economie en de onlangs goedgekeurde bepaling inzake misbruik van economische afhankelijkheid, zich in het bijzonder richten op de digitale, farmaceutische, telecom-, energie-, logistieke en openbare aanbestedingssectoren die een groot deel van de huidige economie blijven uitmaken. Deze sectoren kunnen immers als de usual suspects worden beschouwd, omdat zij, met uitzondering van de energiesector, overeenstemmen met de sectoren die eerder als prioritair werden aangemerkt. Meer aandacht voor de naleving van het mededingingsrecht door actoren die daarin actief (plannen te) zijn, is en blijft van cruciaal belang.