Hoe te voldoen aan de voorschriften van de Belgische toezichthouder in het kader van SFDR (Sustainable Finance Disclosure Regulation)
Contactpersoon
Naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Europese Verordening betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (“SFDR”) op 10 maart 2021, heeft de Belgische toezichthouder (“FSMA”) een aantal praktische richtlijnen uiteengezet in een mededeling van 9 maart 2021, waarvan bepaalde richtlijnen vooruitlopen op de technische reguleringsnormen die de Europese Commissie alsnog dient vast te stellen in de nabije toekomst.
De richtlijnen zijn gericht aan Belgische gereglementeerde ondernemingen die diensten van portefeuillebeheer en/of beleggingsadviesdiensten verrichten (o.a. kredietinstellingen, instellingen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, pensioenfondsen, (beheersvennootschappen van) ICB’s en AICB’s en verzekeringsondernemingen) en beoogt meer transparantie te creëren zodat de koper in staat wordt gesteld een oordeel te vormen over (i) de wijze waarop de duurzaamheidsrisico’s in aanmerking worden genomen bij de creatie en het beheer van dat financieel product of die financiële dienst, en (ii) de impact van de beleggingsbeslissingen of beleggingsadvies van de financiëlemarktdeelnemers op de duurzaamheidsfactoren. De FSMA verwacht dat de procedures van de ondernemingen transparant zijn en aangeven welke ecologische, sociale en governance (“ESG”) aspecten in aanmerking zijn genomen en, indien nodig, zo snel mogelijk een actieplan opstellen om aan deze bepalingen te voldoen.
Sinds 10 maart 2021 moeten de hierboven vermelde ondernemingen, op ondernemingsniveau, informatie verschaffen over:
- de manier waarop zij duurzaamheidsrisico’s in het beheer en/of beleggingsadvies integreren (artikel 3 SFDR) en de integratie van de duurzaamheidsrisico’s in hun beloningsbeleid (artikel 5 SFDR)In kader van het beheer en/of beleggingsadvies, laat de FSMA de ondernemingen de keuze om deze risico’s al dan niet te integreren. Doen ze dit niet, moet deze keuze duidelijk en leesbaar op hun website worden gerechtvaardigd en vermelden vanaf wanneer zij voornemens zijn om deze risico’s wel te integreren. Indien dergelijke risico’s wel worden geïntegreerd, moeten de ondernemingen de gedragslijnen inzake de risico’s publiceren, die verschilt naargelang het gaat om beleggingsadvies- of beheeractiviteiten. In het eerste geval gaat het om de wijze waarop de risico’s in het advies worden geïntegreerd met vermelding van de volgorde van prioriteit van de verschillende risico’s. In het tweede geval gaat het om een individuele identificatie van de risico’s die worden geïntegreerd met een gedetailleerd overzicht van de eventuele indicatoren aan de hand waarvan de risico’s worden beoordeeld. Dergelijke risico’s kunnen bestaan uit de moeilijkheid voor een onderneming die de reputatie heeft het klimaat te schaden, om stakeholders aan te trekken en te behouden (reputatierisico) of de goedkeuring van een striktere wetgeving inzake milieunormen (politiek risico).Ook met betrekking tot het beloningsbeleid laat de FSMA de betrokken ondernemingen de keuze om de duurzaamheidsrisico’s al dan niet te integreren. De ondernemingen maken melding van hun keuze op hun website en vermelden in geval van een dergelijke integratie, informatie over de manier waarop deze risico’s worden geïntegreerd.
- de belangrijkste ongunstige effecten van de door hen genomen beleggingsbeslissingen of het door hen verstrekte beleggingsadvies op de duurzaamheidsfactoren (artikel 4 SFDR)In dit geval maakt de FSMA een onderscheid tussen het vermogensbeheer en het beleggingsadvies, waarbij in kader van beleggingsadvies ondernemingen kunnen kiezen of zij al dan niet de ongunstige effecten in aanmerking nemen. Voor het vermogensbeheer wordt een verder onderscheid gemaakt naargelang het aantal werknemers. Zo zullen dergelijke ondernemingen met minder dan 500 werknemers ervoor kunnen opteren om de ongunstige effecten al dan niet in aanmerking te nemen. Zijn er meer dan 500 werknemers, dient vanaf 30 juni 2021 verplicht een verklaring op de website te worden gepubliceerd over het “due diligence”-beleid (zoals uiteengezet in de SFDR).
De verplichtingen op productniveau zijn van toepassing op ICB’s en AICB’s naar Belgisch recht en de verzekeringen met een beleggingscomponent. De FSMA verwacht dat deze entiteiten reeds voldoen aan deze verplichtingen die betrekking hebben op de precontractuele informatieverstrekking.
De FSMA merkt op dat wijzigingen aan het beleggingsbeleid van een ICB een persbericht vereisen die dergelijke wijzigingen publiceert en beleggers de mogelijkheid moet bieden om gedurende één maand kosteloos uit te treden. Indien de aanpassing van het prospectus of de precontractuele informatie aanleiding geeft tot de opname van bijkomende informatie of een herformulering van het beleggingsbeleid, is dergelijke kosteloze uitstapmogelijkheid niet van toepassing.
De transparantie die op dit niveau van toepassing is, heeft betrekking op:
- de integratie van duurzaamheidsrisico’s (artikel 6 SFDR)De FSMA stelt vast dat minstens de volgende informatie moet worden verstrekt: (i) een beschrijving van de duurzaamheidsrisico’s (incl. het onderscheid van de risico’s op korte en lange termijn en een overzicht van de mogelijke gevolgen bij realisatie van elk risico), (ii) de integratie van de duurzaamheidsrisico’s in beleggingsbeslissingen (en indien nodig wordt een onderscheid gemaakt voor de wijze waarop duurzaamheidsrisico’s worden geïntegreerd in de beleggingsbeslissingen voor de compartimenten die vallen onder artikel 8 en 9 en de andere compartimenten) en (iii) de resultaten van de beoordeling van de waarschijnlijke effecten van de duurzaamheidsrisico’s op het rendement van de compartimenten (voor zover relevant rekening houdend met de gevolgen en de waarschijnlijkheid ervan, eventueel met de inschatting van de hoogte van dit risico).
- het promoten van ecologische of sociale kenmerken (artikel 8 SFDR) en duurzame beleggingen (artikel 9 SFDR)De FSMA benadrukt dat een product niet tegelijk onder artikel 8 en artikel 9 kan vallen.In beide gevallen dienen tal van informatieverplichtingen te worden opgenomen, waaronder een duidelijke weergave van het artikel waartoe het product behoort, de gebruikte bronnen voor de gegevens, de frequentie van de beoordeling van de geselecteerde activa en een uitleg over wat er met de geselecteerde activa gebeurt indien ze niet meer voldoen aan de vooropgestelde bindende criteria om de doelstelling of kenmerken te bereiken.
- het promoten van ecologische of sociale kenmerken en van duurzame beleggingen op websites (artikel 10 SFDR)Op dit punt herneemt de FSMA wat reeds is uiteengezet in de SFDR en wordt benadrukt dat vanaf 1 januari 2022 melding moet worden gemaakt van het algemene duurzaamheidsgerelateerde effect van het financiële product aan de hand van duurzaamheidsindicatoren.
Tot slot wordt benadrukt dat:
- elke publicitaire mededeling in lijn dient te zijn met de precontractuele informatie die verschaft moet worden in overeenstemming met de SFDR;
- producten met een ESG-label in principe onder artikel 8 SFDR vallen, tenzij zij kunnen worden beschouwd als een product dat een duurzame belegging tot doel heeft.
- Indien een ICB noch een ecologisch of sociaal kenmerk promoot krachtens artikel 8 SFDR, noch een duurzame belegging tot doel heeft, dient de ICB zich te onthouden van enige publiciteit voor ESG-kenmerken of duurzaamheid teneinde greenwashing te vermijden.
- Voldoet een ICB niet aan de vereisten van artikel 8 of 9 SFDR maar heeft het toch een ESG-label, dient de publiciteit een duidelijk zichtbare waarschuwing te bevatten dat het product geen financieel product is die onder andere ecologische of sociale kenmerken promoot of een duurzame belegging is.
Deze Belgische richtlijnen zijn zeer welgekomen gezien de SFDR een zeer actueel thema is en wij vaststellen dat nog niet alle Belgische financiële instellingen er klaar voor zijn. De richtlijnen tonen ook aan dat de Belgische toezichthouder in staat is om een pragmatische aanpak te volgen (vergelijkbaar met de ontwikkelingen in vb. Luxemburg en Ierland), in plaats van een zeer strikte -zo niet dogmatische- aanpak zoals de Franse toezichthouder heeft gedaan.