Einde van de uitkeringen voor het tijdskrediet zonder motief en verhoging van de leeftijd om in aanmerking te komen voor het tijdskrediet eindeloopbaan vanaf 1 januari 2015
Contactpersonen
Principes
Het regime van het tijdskrediet, bepaald in de CAO nr. 103 en het Koninklijk Besluit van 12 december 2001, voorziet in een recht voor werknemers uit de privésector om tijdelijk hun professionele activiteiten te onderbreken volgens de volgende drie formules:
- het tijdskrediet « zonder motief »: volledige schorsing van het contract, halftijdse tewerkstelling of 4/5de tewerkstelling;
- het tijdskrediet « met motief »: volledige schorsing van het contract, halftijdse tewerkstelling of 4/5de tewerkstelling in specifieke gevallen;
- het tijdskrediet eindeloopbaan (oude werknemers): halftijdse tewerkstelling of 4/5de tewerkstelling tot aan de pensioenleeftijd.
Voor 1 januari 2015, boden deze drie formules tevens de mogelijkheid om te genieten van onderbrekingsuitkeringen van de RVA om het verlies van het loon te compenseren.
Vanaf 1 januari 2015, ten gevolge van wijzigingen ingevoerd door het Koninklijk besluit van 30 december 2014, is het niet meer mogelijk om onderbrekingsuitkeringen te ontvangen in geval van een tijdskrediet «zonder motief». Bovendien worden vanaf 1 januari 2015 de periodes van tijdskrediet «zonder motief» ook niet meer gelijkgesteld met arbeidstijd met het oog op de pensioenberekening.
Daarentegen worden de onderbrekingsuitkeringen wel behouden in het kader van het tijdskrediet «met motief». In bepaalde gevallen van gemotiveerd tijdskrediet (zorg voor een kind van minder dan 8 jaar, zorg voor een ernstig ziek familielid en palliatieve zorgen), werd het recht op onderbrekingsuitkeringen verlengd met 12 maanden. De cao nr. 103 dient nog aangepast te worden in die zin.
Wat het tijdskrediet eindeloopbaan betreft, werd de leeftijd die recht geeft op onderbrekingsuitkeringen eindeloopbaan op 60 jaar gebracht (in plaats van 55) voor zover de werknemer tevens over een professionele loopbaan van ten minste 25 jaar beschikt op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever.
Echter deze leeftijd kan verlaagd worden naar 55 jaar onder bepaalde voorwaarden (onderneming in herstructurering, lange loopbaan, zwaar beroep,…). Deze afwijkende leeftijd wordt op 56 jaar gebracht in 2016, op 57 jaar in 2017, 58 jaar in 2018 en op 60 jaar in 2019 behoudens indien een CAO aangenomen in de nationale arbeidsraad andere termijnen bepaalt.
Inwerkingtreding
De nieuwe wetgeving betreffende het tijdskrediet is van toepassing op alle eerste aanvragen voor onderbrekingsuitkeringen die ingaan na 31 december 2014. Onder eerste aanvragen wordt verstaan:
- alle aanvragen van werknemers die voor het eerst onderbrekingsuitkeringen aanvragen;
- alle aanvragen voor onderbrekingsuitkeringen die geen ononderbroken verlenging onder dezelfde vorm zijn van een op 31 december 2014 lopende periode van onderbrekingsuitkeringen.
In bepaalde bijzondere gevallen, blijft de oude wetgeving bij uitzondering van toepassing.