Het Marktenhof vernietigt beslissing Belgische mededingingsautoriteit in de zaak Caudalie
Contactpersoon
Het Marktenhof heeft de beslissing van de Belgische mededingingsautoriteit vernietigd waarbij aan Caudalie een geldboete van 859.310 EUR is opgelegd wegens schending van het mededingingsrecht door het opleggen van minimumwederverkoopprijzen en het beperken van de actieve en passieve verkoop in haar selectieve distributienetwerk. De Belgische mededingingsautoriteit zal nu een nieuwe beslissing moeten nemen in deze zaak.
De beslissing van de BMA
Naar aanleiding van klachten ingediend door Newpharma en Pharmasimple, startte de Belgische mededingingsautoriteit ("BMA") een onderzoek in november 2017, en in februari 2018 voerde het Auditoraat dawn raids uit in de burelen van Caudalie in zowel België als Frankrijk.
De praktijken die werden onderzocht waren het opleggen door Caudalie van een minimumwederverkoopprijs aan haar selectieve distributeurs en de beperking van actieve en passieve verkoop in de online omgeving voor verkoop door haar distributeurs aan klanten gevestigd in een andere lidstaat, zoals uiteengezet in ons artikel van 25 november 2020.
Op 20 november 2020 heeft het Auditoraat van de BMA een met redenen omkleed voorstel van beslissing ingediend bij de voorzitter van de BMA met betrekking tot de vermeende mededingingsbeperkende praktijken.
In een poging om het onderzoek af te sluiten zonder sanctie, heeft Caudalie het Mededingingscollege toezeggingen gedaan die voornamelijk bestonden uit een geplande mededeling aan haar distributeurs over de voorwaarden die zij aan distributeurs kan opleggen om de integriteit van haar distributienetwerk te waarborgen en haar merkimago en productkwaliteit te beschermen, alsmede een bevestiging dat haar distributeurs zelf de wederverkoopprijs van de producten van Caudalie konden bepalen.
De BMA was evenwel van oordeel dat de inbreuk in kwestie vaststond en voldoende ernstig was om het opleggen van een boete te rechtvaardigen.
In haar beslissing van 6 mei 2021 heeft de BMA de voormelde toezeggingen verbindend verklaard en als verzachtende omstandigheid in aanmerking genomen om de boete te verlagen tot 859.310 EUR wegens overtreding van het mededingingsrecht, zoals hierboven beschreven.
Voor meer informatie over de oorspronkelijke beslissing van de BMA, zie ons artikel van 11 mei 2021.
Het arrest van het Marktenhof
Op 14 juni 2021 heeft Caudalie verzocht om schorsing en vernietiging van de beslissing van de BMA. Het Marktenhof gelastte op 30 juni 2021 de schorsing van de beslissing van de BMA voor zover deze de toezeggingen aanvaardde en verbindend verklaarde tot de uitspraak ten gronde.
Ten gronde oordeelde het Marktenhof in haar arrest van 1 december 2021 dat de BMA de toezeggingen door Cadaulie had verschoven van hun beoogde doel. Inderdaad, de BMA kon de bedoeling van Caudalie niet door haar eigen intentie vervangen. Meer bepaald heeft de BMA het aanvankelijke doel van de toezeggingen, zijnde om het onderzoek zonder enige sanctie af te sluiten (artikel IV.52, §1, 7° WER), aangepast door modaliteiten die verzachtende omstandigheden vormen en die de boete mogelijks kunnen verlagen (artikel IV.52, §1, 2° WER). Bijgevolg was de toegepaste rechtsgrondslag in de beslissing met betrekking tot deze toezeggingen onjuist en vormde zij een onwettigheid.
Commentaar
De zaak Caudalie is uitzonderlijk omdat beslissingen van de BMA met toezeggingen vrij zeldzaam blijven. Na deze nietigverklaring moet de BMA nu een nieuwe beslissing nemen. Paradoxaal genoeg zou de opgelegde boete in die nieuwe beslissing hoger kunnen uitvallen indien Caudalie de betrokken toezeggingen niet als verzachtende omstandigheden aanvoert. Bovendien zouden de door Caudalie voorgestelde toezeggingen kunnen worden omgezet in door de BMA opgelegde modaliteiten om ervoor te zorgen dat de inbreuk daadwerkelijk wordt beëindigd.
Er zij op gewezen dat het bestaan van de inbreuk zelf door Caudalie in het kader van deze beroepsprocedure niet werd betwist. Daarom zal het voor Caudalie moeilijk zijn om deze in de vervolgprocedure te betwisten. In de toekomst zal de BMA zeker voorzichtiger zijn bij de behandeling van dergelijke toezeggingen die worden gedaan door ondernemingen met als doel het onderzoek af te sluiten zonder sanctie.
In dit verband zij eraan herinnerd dat de Europese Commissie momenteel de regels inzake verticale overeenkomsten evalueert die zijn vervat in de Verticale Groepsvrijstellingsverordening, die op 31 mei 2022 verstrijkt – zie ons artikel van 15 juli 2021 in dit verband. Ondernemingen die hun distributieovereenkomsten niet aan de nieuwe regels aanpassen, kunnen inderdaad te maken krijgen met een verscherpt onderzoek door de mededingingsautoriteiten.