Home / Publicaties / Ondergaat het overheidspersoneel een gezondheidsc...

Ondergaat het overheidspersoneel een gezondheidscrisis?

29/04/2020

Op 4 mei 2020 mogen de niet-essentiële bedrijven, die op 3 mei moesten sluiten omdat ze ‘social distancing’ onvoldoende konden garanderen, opnieuw opstarten op voorwaarde dat zij een reeks gezondheidsmaatregelen instellen. Voor andere bedrijven blijft telethuiswerk de norm. Wat is de stand van zaken voor publieke overheden en welke concrete gevolgen zullen zij ondervinden na 4 mei?

Ondanks het feit dat Belgische ambtenaren tot op vandaag slechts beperkt hebben geleden onder de huidige gezondheidscrisis – publieke overheden konden de meerderheid van hun personeel blijven tewerkstellen – roept de verlening van de inperkingsmaatregelen ter bestrijding van het Covid-19, zoals bepaald in het Ministerieel Besluit van 23 maart 2020, en de nieuwe exit-strategie een reeks nieuwe vragen op.

Zo zullen overheden die bijvoorbeeld bepaalde procedures hebben opgeschort omwille van de crisis, hun strategie moeten herevalueren in het licht van de lange periode die er nog aankomt waarbinnen de inperkingsmaatregelen nog zullen gelden. Op deze manier kunnen overheden voorkomen dat bepaalde termijnen worden overschreden en vorderingen worden ingesteld omwille van een schending van de redelijke termijn vereiste die op hen rust.

De besluitvormingsprocedures van overheden ondervinden over het algemeen hinder ingevolge de gezondheidscrisis. Bepaalde overheden hebben daarom reeds voorzien in de mogelijkheid om besluiten te kunnen aannemen via video conference, al dan niet met elektronische stemming. Andere overheden hebben deze stap echter nog niet gezet en worden, derhalve, geconfronteerd met procedures die gedurende een lange en onbepaalde periode worden uitgesteld.

Of het nu gaat om een selectie-, benoemings-, tucht- of ontslagprocedures, het is tijd voor overheden om in aangepaste procedures te voorzien, waarbij, in de mate van het mogelijke, rekening wordt gehouden met de publiekrechtelijke basisprincipes, zoals het recht op verdediging en het recht op eerbiediging van een redelijke termijn. Het is zo dat, in bepaalde gevallen, kan worden afgeweken van de door de overheid opgelegde inperkingsmaatregelen indien deze ‘te restrictief’ worden geacht om het principe van continuïteit van de openbare dienst te kunnen waarborgen. Desalniettemin moeten beide belangen steeds tegen elkaar afgewogen worden en kan afwijken slechts nadat de situatie grondig werd geanalyseerd en op gedetailleerde wijze werd gerechtvaardigd in het administratief dossier.

In elk geval, zelfs indien ambtenaren hun normale vergoeding en behandeling blijven genieten, zal de overheid maatregelen moeten treffen om tegemoet te komen aan de huidige crisis. De overheid kan in dit verband bepaalde maatregelen van orde treffen.

Het meest actuele voorbeeld is het overplaatsen van ambtenaren naar een bepaalde diensten om zo een tekort als gevolg van de crisis in een andere dienst op te vangen. Zo werd op 22 april 2020 een Koninklijk Besluit uitgevaardigd om de rotatie van federale ambtenaren tussen verschillende diensten te bevorderen1.

Maatregelen van orde vormen geen enkel probleem indien het gaat om statutaire ambtenaren. Er dient echter wel enige voorzichtigheid aan de dag te worden gelegd wanneer deze maatregelen van orde betrekking hebben op contractuelen. Het risico bestaat immers dat contractuelen zich beroepen op een impliciet ontslag als gevolg van een eenzijdige wijziging van een essentieel bestanddeel van hun arbeidsovereenkomst. Wij achtten dit risico eerder beperkt, gelet de huidige crisisomstandigheden, maar het is toch raadzaam om contractuelen hun opmerkingen te laten formuleren met betrekking tot de genomen maatregelen en hen toegang te verschaffen tot het administratief dossier dat op hen betrekking heeft. Zo dienen overheden er nauw op toe te zien dat bewijsstukken die het goede verloop van de procedure aantonen en die de genomen maatregelen van orde in het belang van de dienst rechtvaardigen, goed worden bewaard. Het is in elk geval aan te raden om verplaatsingen zoveel mogelijk op vrijwillige basis uit te voeren.

Tot slot, kan ook telethuiswerk voor ambtenaren in vraag worden gesteld omdat er geen specifiek wet-of regelgevend kader bestaat dat op de publieke sector van toepassing is. De overheid zal er minstens voor moeten zorgen dat er een schriftelijk document bestaat waarin de modaliteiten met betrekking tot telethuiswerk in tijden van Coronacrisis uiteengezet worden.

Elke Duden en Caroline Debehault staan u graag bij in het beheer van uw personeelsdienst en in het ontwikkelen van specifieke besluitvormingsprocedures die kunnen worden aangewend tijdens de huidige gezondheidscrisis ten gevolge van het Covid-19.

 


Koninklijk besluit van 22 april 2020 houdende bijzondere maatregelen voor de personeelsleden van het federaal openbaar ambt in het kader van de gezondheidscrisis ten gevolge van het coronavirus COVID-19, B.S., 24 april 2020.     

Auteurs

Elke Duden
Elke Duden
Partner
Antwerpen
Caroline Debehault
Caroline Debehault
Advocaat
Brussel
Sofie Kusters
Sofie Kusters
Junior Advocaat
Antwerpen