CMS staat AVR bij in aanbestedingszaak over afvalverwerking BAR-gemeenten
Het gerechtshof Den Haag heeft AVR op 29 september in het gelijk gesteld in een langlopende aanbestedingsprocedure over de verwerking van huishoudelijk restafval van de BAR-gemeenten. CMS stond AVR gedurende de gehele procedure bij.
De zaak draaide om de opdracht voor de verwerking van huishoudelijk restafval van de BAR-gemeenten. Die opdracht werd niet aanbesteed, maar via Irado ondergebracht bij Afvalsturing Friesland. Volgens de betrokken partijen viel deze constructie onder de zogenoemde quasi-inhouse-uitzondering op de aanbestedingsplicht.
Het gerechtshof Den Haag oordeelt echter dat niet aan de voorwaarden voor deze uitzondering is voldaan. De overeenkomsten tussen de BAR-gemeenten, Irado en Afvalsturing Friesland zijn daarom vernietigd. Het arrest volgt op een prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 15 januari 2026, die in dezelfde procedure werd gewezen.
Het hof benadrukt onder meer dat uitzonderingen op de aanbestedingsplicht strikt moeten worden uitgelegd en dat partijen die zich op een uitzondering beroepen moeten aantonen dat aan alle voorwaarden is voldaan. Ook geeft het arrest nadere duidelijkheid over de eisen voor gezamenlijk toezicht en de toepassing van het activiteitencriterium.
De uitspraak is van belang voor overheden, publiekrechtelijke samenwerkingsverbanden en marktpartijen die betrokken zijn bij quasi-inhouse-constructies. Het arrest verduidelijkt onder welke voorwaarden opdrachten zonder aanbesteding kunnen worden gegund en bevestigt dat deze uitzonderingen strikt worden getoetst.