Opzegging door Corendon van overeenkomst met Prijsvrij was niet strijdig met het mededingingsrecht
Het gerechtshof Amsterdam oordeelt in zijn arrest van 1 oktober 2024, gepubliceerd op 4 november 2024, over een langlopende procedure tussen Prijsvrij en Corendon, beide actief in de markt voor (online aangeboden) pakketreizen. In 2013 had Corendon een agentuurovereenkomst met Prijsvrij opgezegd. Volgens Prijsvrij was die opzegging in strijd met het mededingingsrecht. In een eerder tussenarrest oordeelde het gerechtshof al dat het mededingingsrechtelijke betoog van Prijsvrij niet op zou gaan als zij volgens het mededingingsrecht een 'eigenlijke agent' van Corendon was. Afspraken tussen een principaal en een agent vallen namelijk buiten het kartelverbod. Het gerechtshof oordeelt nu dat Prijsvrij een eigenlijke agent van Corendon was omdat zij slechts zeer beperkte risico's in de onderlinge relatie droeg. Verder heeft Prijsvrij niet bewezen dat de opzegging het gevolg was van verboden afstemming tussen Corendon en Tjingo, een andere agent.
Hoogste bestuursrechter bekrachtigt boete van de ACM aan moederonderneming voor de kartelovertreding van haar dochter
Op 5 november 2024 bekrachtigt het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) een boete die de ACM in 2015 oplegde in het koel- en vrieshuiskartel. De ACM had Samskip beboet voor deelname aan het kartel door haar toenmalige dochteronderneming actief in de opslag van vis in de regio IJmuiden. Het CBb bevestigt dat de ACM het uitgangspunt mocht hanteren dat Samskip als 100%-aandeelhouder beslissende invloed uitoefende op haar dochteronderneming en kon worden beboet. Het CBb matigt wel de boete van Samskip omdat de juridische procedure te lang heeft geduurd.
Moederonderneming mag aan haar opgelegde boete voor kartelovertreding van dochter niet op dochter verhalen
In een op 15 november 2024 gepubliceerd arrest oordeelt het gerechtshof Den Haag dat een moederonderneming een aan haar opgelegde kartelboete niet op haar voormalige dochteronderneming kan verhalen. De ACM legde voor deelname aan het meelkartel in 2014 een boete op aan Bencis voor de kartelovertreding van haar toenmalige dochter Meneba. Meneba was voor deze kartelovertreding in 2010 al beboet. Het gerechtshof bepaalt dat Bencis de aan haar opgelegde boete niet op Meneba (nu Dossche) kan verhalen, omdat zij ten tijde van de overtreding één onderneming vormden. Bencis wordt daarom geacht de kartelovertreding zelf te hebben begaan. Bovendien is Meneba niet onrechtvaardig verrijkt, omdat de ACM aan beide ondernemingen een boete naar draagkracht oplegde.
ACM staakt onderzoek naar fabrikant en distributeurs van IT-apparatuur
Op 21 november 2024 maakt de ACM bekend dat zij het onderzoek dat zij een jaar geleden naar een grote fabrikant van IT-apparatuur en diens distributeurs startte, thans heeft stopgezet in verband met gebrek aan bewijs. De ACM plaatst niettemin de waarschuwing dat zij de sector in de gaten blijft houden en nieuwe signalen serieus zal onderzoeken.
Nader onderzoek naar overname glasvezelnetwerk van DELTA Fiber door KPN en APG nodig
Op 28 november 2024 publiceert de ACM een besluit waarin is bepaald dat de voorgenomen overname van een deel van het glasvezelnetwerk van DELTA Fiber door Glaspoort, een joint venture van KPN en APG, meer onderzoek behoeft. Volgens de ACM zou de overname de concurrentie tussen vaste telecomnetwerken (koper, kabel en glasvezel) beperken. Bovendien worden telecomaanbieders zonder eigen netwerk in bepaalde gebieden volledig afhankelijk van KPN voor (wholesale)toegang tot het netwerk. De ACM ziet de voorgenomen overname als onderdeel van een strategie van 'kralen rijgen' door KPN, die sinds 2020 meerdere kleine glasvezelnetwerken met gezamenlijk een aanzienlijke dekking heeft overgenomen. Glaspoort en DELTA Fiber hebben op 18 december 2024 een vergunning aangevraagd bij de ACM.
Mededingingsrechtelijke risico's bij private equity volgens de ACM
In een speech op 2 december 2024 beschrijft Martijn Snoep, bestuursvoorzitter van de ACM, waarom de ACM extra waakzaamheid betracht wanneer zij kijkt naar private equity en venture capital. De ACM maakt zich vooral zorgen over het zogenoemde 'kralen rijgen', waarbij meerdere overnames onder de meldingsdrempels worden gedaan. Deze overnames kan de ACM niet onderzoeken, maar zij leiden samen mogelijk wel tot marktmacht. Daarnaast ziet de ACM een risico dat private equity-ondernemingen via minderheidsaandelen of bestuursposities in meerdere concurrerende ondernemingen invloed kunnen uitoefenen. De ACM maakt zich verder zorgen over investeringen in voorheen versnipperde markten die minder op winst georiënteerd waren, zoals dierenartsen en kinderdagverblijven. Volgens de ACM moet er gezocht worden naar een afweging tussen verschillende belangen en marktprikkels. Hoe dat precies moet gebeuren, is aan de wetgever.
Non-concurrentiebeding in maatschapsovereenkomst niet strijdig met kartelverbod
Op 5 december 2024 oordeelt de rechtbank Gelderland dat een kaakchirurg onvoldoende bewijs heeft geleverd om het non-concurrentiebeding in haar maatschapsovereenkomst nietig te verklaren wegens strijd met het kartelverbod. De kaakchirurg wilde na haar vertrek uit de maatschap haar praktijk thuis voortzetten, maar het non-concurrentiebeding verhinderde dit. De kortgedingrechter oordeelt dat een verwijzing naar de (te) lange duur van het beding onvoldoende is om strijd met het kartelverbod aan te tonen.
ACM oordeelt positief over duurzaamheidsafspraken tussen asfaltproducenten
Op 9 december 2024 publiceert de ACM haar informele beoordeling van een samenwerking tussen asfaltproducenten op het gebied van duurzaamheid. Het samenwerkingsinitiatief heeft als doel het momenteel meest gangbare 'hot mix asfalt' uit te faseren en de markt zo veel mogelijk over te laten stappen op asfalt dat met lagere temperatuur wordt geproduceerd. Omdat een lagere productietemperatuur leidt tot minder energie- en brandstofverbruik is dit asfalt duurzamer. Op basis van de Beleidsregel Toezicht ACM op duurzaamheidsafspraken oordeelt de ACM dat het initiatief niet in strijd lijkt met de mededingingsregels.
Bestuursvoorzitter ACM deelt visie op problemen in agro-nutri-sector en ziet rol voor de ACM
In een blog van 9 december 2024 deelt Martijn Snoep, bestuursvoorzitter van de ACM, zijn kijk op de agro-nutri-sector en de rol die de ACM kan spelen in het verminderen van problemen in die sector. Snoep onderscheidt drie vormen van marktfalen in de sector: een ongelijke machtsverhouding tussen boeren en inkopers, negatieve effecten van de agrarische sector op de samenleving - zoals gronduitputting en stikstofuitstoot - en informatieasymmetrie tussen consumenten en boeren. Snoep schetst de rol van de ACM om deze vormen van marktfalen op te lossen. De ACM spant zich onder andere in om de onderhandelingspositie van boeren te verbeteren en zet vol in op de aanpak van greenwashing.
Rechtbank Amsterdam acht zichzelf bevoegd in schadevergoedingsprocedure ethyleenkartel
In een tussenvonnis van 18 december 2024 oordeelt de rechtbank Amsterdam over de bevoegdheid van de Nederlandse rechter in een civiele schadevergoedingsprocedure naar aanleiding van het ethyleenkartel. In 2020 legde de Europese Commissie boetes op aan afnemers van ethyleen, een gas dat wordt gebruikt in de chemische industrie, voor een jarenlange overtreding van het kartelverbod. Stichting Ethylene Claims vordert vergoeding van geleden schade. De Nederlandse rechter heeft in deze zaak rechtsmacht omdat de ankergedaagde in Nederland is gevestigd en door de Europese Commissie als inbreukmaker is aangemerkt. De rechtbank Amsterdam zal zich dus buigen over de inhoud van de zaak, tenzij partijen ervoor kiezen om de zaak verder te laten behandelen door de Netherlands commercial court (NCC). Daarvoor acht de rechtbank de zaak geschikt.
Selectief distributiestelsel van HP niet zonder meer uitgezonderd van het kartelverbod
Op 18 december 2024 oordeelt de rechtbank Amsterdam (niet voor het eerst) over een geschil tussen 123inkt en HP. Volgens 123inkt is het selectieve distributiestelsel dat HP hanteert voor de distributie van onder meer printers en cartridges in strijd met het kartelverbod. HP voerde aan dat de technologische ontwikkeling van de markt een selectief distributiestelsel noodzakelijk maakt, maar de rechtbank gaat daar niet in mee. Volgens de rechtbank voldoet het selectieve distributiestelsel van HP niet aan de Metro-criteria en valt het daarmee binnen het bereik van het kartelverbod. HP kan ook geen beroep doen op de verticale groepsvrijstelling, omdat haar marktaandeel op de relevante markt groter is dan 30%. De rechtbank geeft HP de gelegenheid om nader schriftelijk toe te lichten waarom haar selectieve distributiestelsel voldoet aan de voorwaarden van artikel 101 lid 3 VWEU. Daarna volgt een nieuwe uitspraak in dit geschil.
Contact
Wilt u meer weten of van gedachten wisselen over deze publicatie? Neem dan contact met ons op, wij gaan graag met u in gesprek.