De eerste stap is gezet: Milieudefensie ontvankelijk in klimaatzaak tegen ING
Op 9 september 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam een tussenvonnis gewezen in de klimaatzaak van Milieudefensie tegen ING Groep en ING Bank. De rechtbank oordeelde dat Milieudefensie ontvankelijk is in haar collectieve vorderingen. Hiermee is een belangrijke processuele horde genomen. Het betreft echter een tussenvonnis, over de inhoud van de zaak is nog niet beslist.
Deze zaak past in een bredere trend: naast producenten van fossiele brandstoffen worden ook partijen die deze activiteiten faciliteren, zoals financiële instellingen, steeds vaker aangesproken op hun klimaatverantwoordelijkheid. De ontvankelijkheidsverklaring bevestigt dat ook financiële instellingen in toenemende mate doelwit kunnen worden van klimaatgerelateerde claims.
Wat speelt er?
Milieudefensie heeft tegen ING een collectieve actie ingesteld, waarbij Milieudefensie als belangenbehartiger opkomt voor de belangen van huidige en toekomstige generaties Nederlanders. De kern: de vraag of ING als grote systeembank een eigen verantwoordelijkheid draagt bij het beperken van de opwarming van de aarde tot de 1,5°C-limiet uit het Akkoord van Parijs.
Toets rechtbank
Het vonnis gaat uitsluitend over de ontvankelijkheidsvereisten. De rechtbank heeft onder meer vastgesteld dat:
- de belangen waarvoor Milieudefensie opkomt voldoende gelijksoortig zijn (artikel 3:305a lid 1 BW);
- de statuten van Milieudefensie aansluiten bij die belangen (artikel 3:305a lid 1 BW);
- Milieudefensie voldoende representatief is, mede gelet op haar trackrecord, samenwerkingen en ruim 100.000 leden (artikel 3:305a lid 1 en 2 BW).
ING had onder meer betoogd dat Milieudefensie niet-ontvankelijk moest worden verklaard, omdat toewijzing van de vorderingen niet tot daadwerkelijke emissiereductie zou leiden. De rechtbank oordeelt dat dit een inhoudelijke beoordeling vergt die het kader van de ontvankelijkheidsvraag te buiten gaat.
Het vervolg
De zaak gaat door met een schriftelijke ronde: conclusie van repliek op 2 december 2026, gevolgd door dupliek op 3 maart 2027. De mondelinge behandeling staat gepland in de tweede helft van het tweede kwartaal van 2027. Wij volgen deze zaak op de voet en delen verdere updates zodra deze beschikbaar zijn.