Advocaat-Generaal A. Rantos ("AG") van het Hof van Justitie van de Europese Unie ("Hof") heeft op 30 april 2025 in zijn conclusie antwoord gegeven op de prejudiciële vraag van de Zweedse hoogste bestuursrechter of prijswijzigingen in het kader van een raamovereenkomst, gegund op basis van het criterium laagste prijs, kwalificeren als een verandering van de algemene aard van de raamovereenkomst in de zin van artikel 72 lid 2 van de Richtlijn 2014/24/EU ("Richtlijn").
Wat voorafging
De Zweedse politie heeft twee raamovereenkomsten gesloten met twee dienstverleners voor het afslepen van voertuigen, gegund op basis van de laagste prijs. Deze prijs bestaat uit een vaste prijs voor afsleepwerkzaamheden vanaf een ophaalpunt dat ligt binnen een straal van 10 kilometer rond de plaats waar het voertuig naartoe moet worden gebracht en een toeslag per kilometer voor afsleepwerkzaamheden buiten dit gebied. Tijdens de aanbesteding is bepaald dat de geoffreerde prijzen gedurende de gehele looptijd van de raamovereenkomst niet mochten worden gewijzigd. Gedurende de looptijd wordt de vergoedingsmethodiek veranderd, door de straal van 10 kilometer te vergroten naar 50 kilometer, en de vaste prijzen en prijzen per kilometer te wijzigen. Deze wijzigingen hebben echter niet een verhoging van de totale opdrachtwaarde tot gevolg. De vraag komt op of deze prijswijziging resulteert in een wijziging van de algemene aard van de raamovereenkomst, wat duidt op een wezenlijke wijziging en dus niet zonder nieuwe voorafgaande aanbestedingsprocedure mag worden doorgevoerd.
De conclusie
Aan de hand van een analyse van de tekstuele uitlegging, de ontstaansgeschiedenis en de doelstellingen van artikel 72 Richtlijn, overweegt de AG dat "veranderingen van algemene aard" van de overeenkomst en "wezenlijke wijzigingen" geen gelijkwaardige begrippen zijn. Het begrip "veranderingen van algemene aard" van de opdracht valt volgens de AG weliswaar onder het begrip "wezenlijke wijziging", maar is beperkt tot de grootste categorie wezenlijke wijzigingen.
De AG concludeert dat een wijziging van de vergoedingsmethodiek, waarbij het evenwicht tussen de vaste en de variabele prijzen wordt veranderd en de prijsniveaus zodanig worden aangepast dat de totale opdrachtwaarde niet meer dan marginaal verandert, alleen resulteert in een verandering van de algemene aard van de raamovereenkomst op het moment dat hierdoor:
- het voorwerp van de opdracht verandert, of
- het soort aanbesteding verandert.
Dit geldt ongeacht de vraag of deze wijziging onder het ruimere begrip "wezenlijke wijziging" van de Richtlijn valt.
Hoe nu verder?
De AG heeft met zijn conclusie het Hof van een onafhankelijk en niet bindend advies voorzien. Het is nu aan het Hof om zich over deze kwestie uit te laten en daarin het advies van de AG al dan niet op te volgen. Het arrest van het Hof wordt binnenkort verwacht.
Contact
Wij volgen deze ontwikkeling op de voet. Heeft u vragen? Neem dan contact met ons op, wij gaan graag met u in gesprek.