Bedrijven werken met sommige partners jarenlang samen. Maar wat gebeurt er als één van de partijen de jarenlange samenwerking wil beëindigen? De Hoge Raad behandelt binnenkort een zaak waarbij DPD de samenwerking met twee transportbedrijven wilde beëindigen. Uit die procedure blijkt het belang van de precieze omstandigheden, zoals:
- hoe intensief is de samenwerking;
- hoe lang loopt de samenwerking;
- wat staat er in het contract; en,
- wat hadden de partijen bij de start van de samenwerking voor ogen.
DPD werkte sinds 2008 en 2011 samen met twee transportbedrijven. De contracten werden elk jaar automatisch verlengd en hadden een opzegtermijn van één maand. In november 2018 besloot DPD de samenwerking op te zeggen. De transportbedrijven vonden de opzegtermijn van één maand te kort en claimden schade.
De rechtbank vond de opzegging in lijn met de contractuele afspraken, maar het hof Den Bosch was het hier niet mee eens. Het hof oordeelde dat een langere opzegtermijn redelijk was, gezien de intensieve en lange samenwerking. Bij het maken van de contractuele afspraken was daar geen rekening mee gehouden.
De Advocaat-Generaal (A-G) van de Hoge Raad ondersteunt het oordeel van het hof. Volgens de A-G moet rekening worden gehouden met (de aanvullende werking van) redelijkheid en billijkheid. Vooral als de praktijk anders uitpakt dan bij het opstellen van het contract voorzien was. Een opzegtermijn van één maand gaf de transportbedrijven onvoldoende tijd om zich voor te bereiden op het einde van de samenwerking. De bal ligt nu bij de Hoge Raad; is deze het hiermee eens of niet?
Contact
Wilt u hierover op de hoogte blijven of heeft u vragen over het beëindigen van langdurige samenwerkingen? Laat het ons weten, wij denken graag met u mee.