EU-Hof oordeelt: geen overdrachtsbelasting bij aandelenruil in groepsherstructureringen
Een baanbrekende uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie kan de belastingheffing op aandelentransacties met vastgoedrijke vennootschappen in heel Europa ingrijpend veranderen. Op 4 juni 2026 heeft het HvJ EU arrest gewezen in de zaak Nova Iberomoldes (Zaak C-837/24). Het Hof heeft geoordeeld dat het EU-recht lidstaten verbiedt om overdrachtsbelasting te heffen op aandelenruiltransacties die worden gebruikt voor de vorming van een holdingvennootschap — ook wanneer de ingebrachte aandelen worden gehouden in vennootschappen die onroerend goed bezitten.
Achtergrond
De zaak betrof de oprichting van Nova Iberomoldes, een Portugese holdingvennootschap. Het aandelenkapitaal van de vennootschap werd niet volgestort in geld, maar door middel van inbreng van aandelen in andere vennootschappen — waarvan sommige onroerend goed bezaten. De Portugese belastingdienst stelde dat deze inbreng onderworpen moest zijn aan overdrachtsbelasting (imposto municipal sobre as transmissões onerosas de imóveis, oftewel IMT), waarbij de aandelenoverdracht werd behandeld als een overdracht van het onderliggende onroerend goed.
De uitspraak
Het HvJ EU heeft geoordeeld dat deze transactie een “herstructureringstransactie” vormde in de zin van de EU-Richtlijn kapitaalbelasting (2008/7/EG). Wanneer een vennootschap een meerderheidsbelang verwerft in een andere vennootschap — en de tegenprestatie geheel of gedeeltelijk uit aandelen bestaat in plaats van geld — beschouwt de Richtlijn dit als een herstructureringstransactie die moet zijn vrijgesteld van indirecte belastingen. De Richtlijn is bedoeld om fiscale belemmeringen voor kapitaalverwerving en de reorganisatie van vennootschappen binnen de EU weg te nemen.
Het Hof verwierp het beroep van Portugal op de uitzonderingen in de Richtlijn. Ten eerste is de uitzondering voor “heffingen op de overdracht van effecten” uitsluitend van toepassing op effectenoverdrachten die zelfstandige transacties vormen — niet op overdrachten die deel uitmaken van een bredere herstructurering. Ten tweede vereist de uitzondering voor “overdrachtsbelasting op onroerend goed” een daadwerkelijke juridische eigendomsoverdracht van onroerend goed. Daarvan was in dit geval geen sprake: het onroerend goed bleef bij de oorspronkelijke eigenaar. Het Hof voegde daaraan toe dat ook vanuit economisch perspectief geen overdracht van feitelijke eigendom plaatsvond in deze intragroepsherstructurering. Het feit dat de belasting werd berekend op basis van de waarde van het onderliggende onroerend goed deed aan deze analyse niet af.
Het Hof verwierp eveneens het argument van Portugal dat de belasting gerechtvaardigd was als antimisbruikmaatregel. Hoewel lidstaten oprecht misbruik of fraude mogen bestrijden, kunnen zij zich niet beroepen op algemene vermoedens die automatisch alle aandelentransacties met vastgoedvennootschappen als misbruik aanmerken. Een bepaling die “zonder uitzondering” van toepassing is op elke transactie met aandelen in vastgoedvennootschappen — ongeacht concreet bewijs van fraude — gaat verder dan noodzakelijk en is in strijd met het evenredigheidsbeginsel.
Gevolgen voor Nederland
Het Nederlandse recht behandelt momenteel bepaalde aandelenverwervingen in “vastgoedlichamen” alsof het onderliggende onroerend goed zelf is overgedragen, waardoor overdrachtsbelasting verschuldigd wordt. Deze benadering is vergelijkbaar met de Portugese regels die in Nova Iberomoldes onverenigbaar zijn bevonden met het EU-recht.
Voor reguliere commerciële overnames van aandelen in vastgoedrijke vennootschappen — waarbij de tegenprestatie in geld bestaat — zullen de Nederlandse regels waarschijnlijk ongewijzigd blijven. Wanneer een aandelenverwerving echter is vormgegeven als een aandelenruil (waarbij de tegenprestatie geheel of gedeeltelijk uit aandelen bestaat), suggereert het arrest dat Nederlandse overdrachtsbelasting niet van toepassing zou moeten zijn, mits de verwerving kwalificeert als daadwerkelijke kapitaalinbreng of herstructurering (of bijkomende handeling daarbij). Dit geldt zelfs als de verworven vennootschap onroerend goed bezit en de Nederlandse regels normaliter “door de aandelen heen kijken” naar dat vastgoed.
Ook de voorwaarden die worden gesteld aan de vrijstellingen voor fusie en interne reorganisatie in de overdrachtsbelasting kunnen op gespannen voet staan met EU-Richtlijn kapitaalbelasting, voor zover zij ertoe leiden dat in geval van een daadwerkelijke kapitaalinbreng of herstructurering met betrekking tot een vastgoedlichaam overdrachtsbelasting wordt geheven. Met name voorwaarden die zonder uitzondering van toepassing zijn — ongeacht of er concreet bewijs is van fraude of misbruik — en "claw-back" bepalingen met een te ruim toepassingsbereik zouden in strijd kunnen zijn met het evenredigheidsbeginsel.
Dit kan verder gaan dan de bestaande Nederlandse vrijstellingen voor fusies, splitsingen en interne reorganisaties. Belastingplichtigen die recent overdrachtsbelasting hebben betaald over aandelentransacties die mogelijk onder de reikwijdte van de vrijstelling van de Richtlijn vallen — en waarvan de aanslag nog niet onherroepelijk vaststaat — doen er goed aan te beoordelen of een bezwaarschrift of teruggaafverzoek op zijn plaats is.
Wat te verwachten
Het Ministerie van Financiën en de Belastingdienst hebben nog niet gereageerd op dit arrest. Wij verwachten discussie over de reikwijdte van het arrest — met name of het uitsluitend van toepassing is op “zuivere” aandelenruiltransacties, of ook op transacties met een gedeeltelijke tegenprestatie in geld of andere activa. Wij volgen de ontwikkelingen nauwgezet en houden u op de hoogte zodra het Nederlandse standpunt duidelijker wordt.
Kernpunten
- Aandelenruiltransacties bij oprechte groepsherstructureringen moeten op grond van het EU-recht zijn vrijgesteld van indirecte belastingen — ook als nationale regels “door de aandelen heen kijken” naar de waarde van het onderliggende onroerend goed.
- De Nederlandse overdrachtsbelastingregels voor aandelenverwervingen in vastgoedlichamen moeten mogelijk worden herzien in het licht van dit arrest.
- Antimisbruikmaatregelen moeten gericht zijn op concrete aanwijzingen van misbruik — algemene vermoedens die “zonder uitzondering” van toepassing zijn op alle aandelentransacties met vastgoedvennootschappen zijn onevenredig en onverenigbaar met het EU-recht.
- Belastingplichtigen die reorganisaties met aandelenruiltransacties overwegen, doen er goed aan te beoordelen of de vrijstelling van de Richtlijn van toepassing is en de zakelijke gronden voor de transactie te documenteren.
Meer informatie of advies
Wilt u meer weten of van gedachten wisselen over deze publicatie? Neem dan contact met ons op, wij gaan graag met u in gesprek.