Open navigation
Zoeken
Zoeken

AI, werkdruk en gedrag: waarom een gedragscode juist nu belangrijker wordt

03 jul. 2026 Nederland 4 min lezen

AI op de werkvloer, we kunnen er niet meer omheen. AI maakt werknemers mondiger en beter geïnformeerd. Met één prompt worden juridische analyses gemaakt, brieven opgesteld en persoonlijke onderhandelingsstrategieën uitgewerkt. AI kan bijdragen aan een gelijkwaardigere arbeidsrelatie, maar kent ook een keerzijde: de drempel om een meningsverschil te formaliseren wordt lager.

Tegelijkertijd kan AI zelf een bron van werkdruk worden. AI kan een middel zijn om werkdruk te verlagen, maar leidt in de praktijk soms ook tot hogere verwachtingen, intensivering van werk en grotere druk op prestaties. Bedrijven doen er goed aan om bij de inzet van AI, onder andere, te beoordelen of deze inzet kan leiden tot psychosociale arbeidsbelasting (PSA). Zo ja, dan is er werk aan de winkel.

AI en (psychosociale) arbeidsbelasting

Werkgevers zijn op grond van de Arbeidsomstandighedenwet verplicht beleid te voeren gericht op het voorkomen of beperken van PSA, waaronder werkdruk, stress, burn-out, pesten en intimidatie vallen. Werkgevers zijn niet wettelijk verplicht om een gedragscode te introduceren om PSA te voorkomen maar er is wel een verplichting om PSA-beleid te borgen. Wat ons betreft is een gedragscode bij uitstek een middel om die verplichting praktisch in te vullen.

Gedragscode en AI-beleid als praktische instrumenten

De praktijk en jurisprudentie laten zien dat bedrijven baat hebben bij een gedragscode. Het maakt duidelijk wat wel en niet kan binnen de organisatie, hoe werknemers elkaar daarop kunnen  aanspreken, welke hulp wordt geboden en hoe er wordt gehandeld bij gedrag in strijd met de gedragscode. Dit beschermt zowel klagers als degene over wie wordt geklaagd. 

Een gedragscode kan bepalingen bevatten over omgangsvormen, vertrouwelijke informatie, digitale communicatie en AI-gebruik op het werk. Juist omdat AI niet alleen werk uit handen neemt maar ook de norm verhoogt – sneller, meer en foutloos – ontstaat een nieuwe bron van werkdruk die aandacht verdient in PSA-beleid. 

ChatGPT als katalysator van arbeidsconflict

Dat de inzet van AI op het werk kan leiden tot frictie volgt uit een recente beschikking van de kantonrechter Zeeland-West-Brabant van 27 februari 2026. Een zieke werknemer gebruikte ChatGPT op zijn werklaptop om zijn juridische positie te bepalen en de hoogte van een beëindigingsvergoeding te verkennen. Hij vroeg aan ChatGPT hoeveel hij kon eisen en hoe te onderhandelen. De werkgever ontsloeg de werknemer op staande voet, onder meer wegens privégebruik van de laptop en het invoeren van informatie over de arbeidsrelatie in ChatGPT. Het ontslag hield echter geen stand. De rechter oordeelde dat het AI-gebruik slechts in beperkte mate verwijtbaar was: niet was gebleken dat bedrijfsgeheimen waren gedeeld en privégebruik van de werklaptop was niet verboden. Er was helemaal geen beleid over het gebruiken van AI. 

In een andere kwestie had een werkneemster met behulp van AI haar werkzaamheden uitgevoerd. Dit tot ontevredenheid van de werkgever en, volgens de werkgever, ook van klanten. De werkgever had niet het volledige loon uitbetaald omdat er schade zou zijn geleden door de inzet van AI. De kantonrechter floot de werkgever terug. Er was geen beleid over werken met AI en de werkgever kon niet aantonen dat schade was geleden door het handelen van de werkneemster, laat staan dat sprake was van roekeloos gedrag waar schade door was ontstaan.

Definitief geen wettelijke verplichting, wel juridische noodzaak

Om de regeldruk bij bedrijven niet toe te laten nemen, is de voorgenomen wettelijke verplichting van een gedragscode van de baan. Dat is een gemiste kans, bedrijven zijn namelijk juist geholpen met een gedragscode en een verplichtstelling draagt daar aan bij. Een gedragscode versterkt onder andere de juridische positie van werkgevers. Uit jurisprudentie volgt dat de kantonrechter toetst of het de werknemer bekend was wat wel en niet was toegestaan bijvoorbeeld op basis van een gedragscode.

Beleid moet leven in de organisatie

Het vaststellen van regels alleen is onvoldoende. Een gedragscode werkt pas wanneer werknemers de regels kennen en herkennen in de praktijk. Bespreek de code daarom regelmatig tijdens onboarding en teamoverleggen. Daarbij verdient ook AI-geletterdheid aandacht: sinds februari 2025 zijn organisaties op grond van de AI-verordening verplicht te zorgen dat werknemers voldoende kennis hebben om verantwoord met AI te werken. Onvoldoende kennis leidt tot meer stress, fouten en conflicten. Vergeet ook de medezeggenschap niet: de ondernemingsraad heeft instemmingsrecht bij regelingen over arbeidsomstandigheden. Vroegtijdige betrokkenheid van de ondernemingsraad vergroot het draagvlak en voorkomt discussies achteraf. Die vroegtijdige betrokkenheid sluit aan bij de recente aanbeveling van de SER-Commissie Bevordering Medezeggenschap om de Wet op de ondernemingsraden te actualiseren en ondernemingsraden eerder en meer strategisch te betrekken bij ontwikkelingen zoals de inzet van AI binnen ondernemingen.

Conclusie

AI, werkdruk en gedrag komen samen op de werkvloer. PSA-beleid is verplicht, AI-geletterdheid is verplicht, maar de samenhang ontbreekt vaak. Gedragscodes richten zich op ongewenst gedrag, terwijl AI-beleid afzonderlijk en vaak technisch wordt vormgegeven. Juist daar ligt het risico. De besproken uitspraken laten zien: eerst komt de vraag of er beleid was, daarna of het beleid kenbaar was en goed is toegepast. Zonder duidelijke kaders staat iedereen op de werkvloer zwakker.

Terug naar boven Terug naar boven
Opent in nieuw venster