Per 2025 zijn er in Nederland verschillende wijzigingen doorgevoerd in het arbeidsrecht. In dit artikel behandelen wij de belangrijkste veranderingen en de geplande wetswijzigingen voor de toekomst.
Wat is veranderd?
Handhaving op schijnzelfstandigheid
Een belangrijke wijziging in 2025 is gericht op het aanpakken van schijnzelfstandigheid. Schijnzelfstandigheid betekent kort gezegd dat iemand zich presenteert als zelfstandige terwijl in de praktijk sprake is van een arbeidsovereenkomst. De Belastingdienst heeft vanaf 1 januari 2025 de handhaving hervat. Dit betekent dat de Belastingdienst weer actief zal controleren op schijnconstructies. Gedurende een overgangsperiode van één jaar worden geen boetes opgelegd, mits werkgevers en werkenden kunnen aantonen dat zij stappen ondernemen om schijnzelfstandigheid te voorkomen.
Wijziging 30%-regeling
Daarnaast geldt een wijziging met betrekking tot de 30%-regeling. De 30%-regeling houdt in dat werkgevers bepaalde werknemers onbelast tot 30% van hun loon kunnen vergoeden voor extraterritoriale kosten. Vanaf 1 januari 2027 wordt deze regeling vervangen door een 27%-regeling voor arbeidsovereenkomsten die na 1 januari 2024 zijn aangegaan. Voor deze nieuwe overeenkomsten blijft de vergoeding in 2025 en 2026 nog 30% van het loon. Na 1 januari 2027 wordt dit 27% van het loon. Voor regelingen gestart vóór 1 januari 2024 blijft de vergoeding 30%.
Naast de eerder genoemde wijzigingen heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) ook nieuwe salariscriteria vastgesteld voor verblijfs- en werkvergunningen voor buitenlandse werknemers van buiten de EU/EEA en Zwitserland. Als niet wordt voldaan aan de vastgestelde normbedragen, komt de betreffende buitenlandse werknemer niet in aanmerking voor de vereiste vergunning. Dit heeft invloed op zowel bestaande als toekomstige werknemers. Het is daarom van groot belang om ervoor te zorgen dat deze werknemers, zowel nu als in de toekomst, continu voldoen aan de vastgestelde criteria. Dit kan gevolgen hebben voor de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse werknemers in Nederland. Het is essentieel om hierop tijdig te anticiperen en te zorgen voor naleving van de vereisten.
Hogere boete bij illegale arbeid
Vanaf 1 februari 2025 kunnen werkgevers die buitenlandse werknemers zonder geldige vergunning in dienst nemen, rekenen op hogere boetes van de Nederlandse Arbeidsinspectie. Bedrijven die buitenlandse werknemers zonder de juiste vergunning in dienst hebben, riskeren een boete tot € 11.250 per persoon. Dit betreft een verhoging ten opzichte van de huidige boete van maximaal € 8.000. De boete kan nog hoger uitvallen als de illegale arbeid gepaard gaat met ernstige misstanden, zoals het afnemen van paspoorten of slechte huisvesting. De maximale boete van € 11.250 geldt wanneer de overtreding opzettelijk is begaan.
Wat staat ons te wachten?
Wetsvoorstel Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden
Naast de hierboven genoemde handhaving door de Belastingdienst, is het "Wetsvoorstel Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden" een ander onderdeel van de aanpak tegen schijnzelfstandigheid. Dit wetsvoorstel introduceert onder meer een rechtsvermoeden voor werknemers die € 32,24 of minder per uur verdienen. Bij werknemers die een lager tarief ontvangen wordt vermoed dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. In dat geval is het aan de werkgever om te bewijzen dat dit niet het geval is.
Modernisering van concurrentiebedingen
Daarnaast is er een "(concept)Wetsvoorstel aanscherping concurrentiebeding" ter modernisering van het concurrentiebeding. Het huidige concurrentiebeding is uitsluitend geldig indien het schriftelijk is vastgelegd en niet onredelijk beperkend is voor de werknemer. Bovendien is dit beding in principe alleen toegestaan in arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd. Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is een concurrentiebeding alleen toegestaan als er zwaarwegende bedrijfsbelangen zijn die schriftelijk zijn gemotiveerd. Het wetsvoorstel beperkt de duur van het concurrentiebeding tot maximaal 12 maanden en vereist een expliciete geografische aanduiding. Werkgevers moeten schriftelijk motiveren waarom een concurrentiebeding nodig is en zijn verplicht om 50% van het maandsalaris te betalen voor elke maand dat het beding geldt.
Wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers
Het "Wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers" is gericht op het bieden van meer stabiliteit en zekerheid voor flexwerkers. De voorgestelde maatregelen omvatten een aantal belangrijke veranderingen. Zo zullen nul-urencontracten en min-/maxcontracten verdwijnen en plaatsmaken voor basiscontracten. Deze basiscontracten garanderen een minimum aantal uren waarvoor werknemers worden ingeroosterd en betaald. Daarnaast wordt een norm vastgesteld voor extra beschikbaarheid, waardoor werknemers niet verplicht zijn buiten deze tijden te werken. Verder zal de huidige ketenregeling worden aangepast. Dit houdt in dat na drie tijdelijke arbeidsovereenkomsten bij dezelfde werkgever, pas na vijf jaar een nieuw tijdelijke arbeidsovereenkomst mag worden aangeboden, in plaats van na zes maanden. Tot slot wil het kabinet ook de positie van uitzendkrachten verbeteren.
Conclusie
De meeste bovengenoemde plannen en (concept)wetsvoorstellen worden dit jaar bij het parlement ingediend, met een beoogde ingangsdatum van 1 januari 2026. Wij adviseren werkgevers zich proactief voor te bereiden op deze veranderingen.
Contact
Wilt u meer weten of heeft u ondersteuning nodig bij de implementatie van deze wijzigingen? Neem dan contact met ons op, wij gaan graag met u in gesprek.