Open navigation
Zoeken
Vestigingen – Nederland
Ontdek alle kantoren
Wereldwijd bereik

CMS biedt niet alleen deskundig juridisch advies voor lokale jurisdicties, maar werkt ook met u samen om de uitdagingen van wereldwijde zakelijke en juridische omgevingen het hoofd te bieden.

Ontdek ons bereik
Insights – Nederland
Ontdek alle Insights
Zoeken
Expertise
Insights

Onze experts geven uw bedrijf toekomstgericht advies in diverse specialismen en sectoren wereldwijd.

Zoek naar onderwerpen
Vestigingen
Wereldwijd bereik

CMS biedt niet alleen deskundig juridisch advies voor lokale jurisdicties, maar werkt ook met u samen om de uitdagingen van wereldwijde zakelijke en juridische omgevingen het hoofd te bieden.

Ontdek ons bereik
CMS Netherlands
CMS Netherlands Abroad
Insights
Insights per type
Over CMS

Selecteer uw regio

Publicaties 30 nov. 2021 · Nederland

CMS Green Guidance - De publieke opinie als grootste risicofactor

5 min lezen

Op deze pagina

Auteurs

Duurzaamheid in financiële dienstverlening is een vakgebied waarin expertises op het gebied van financiering, duurzaamheid, compliance en legal elkaar vinden. In CMS Green Guidance delen we maandelijks wat urgent is vanuit juridisch perspectief. Een groene gids over (nieuwe) regelgeving en trends.

Climate litigation is een realiteit die strategische implicaties vereist. Het onderkennen van de risico’s moet onderdeel van de governance zijn.

De publieke opinie als grootste risicofactor

Stilzitten als je geschoren wordt. Dat was jarenlang het beste advies voor ondernemingen die te maken kregen met actiegroepen of andere vormen van publieke verontwaardiging. 'Inmiddels is inactiviteit op ESG-gebied een grote risicofactor voor ondernemingen en dus de financiële sector', betoogt Simon Hardonk, advocaat in de praktijkgroep Corporate Restructuring & Insolvency.

Waarom is de publieke opinie zo belangrijk voor de financiële sector?

‘De publieke opinie is de grote aanjager van veranderingen als het gaat om duurzaamheid momenteel, ook bij grote ondernemingen. Belangenverenigingen kunnen via social media met succes hun achterban vergroten en mobiliseren. Dat kan sneller en meer effect sorteren dan invoering van wetgeving en internationale regelgeving, die, bijna per definitie, achterloopt.

Wetgeving is zeker niet overbodig, het biedt een steun in de rug. Dat zie je vooral bij zogeheten soft law, zoals de overeenkomsten Parijs en de UN principles en SDG's. Maar de grootste gamechanger is dat grote bedrijven nu moeten vrezen onderdeel van een publiek debat te worden, met alle gevolgen van dien. Zeker nu milieudefensie succes heeft gehad in de rechtszaak tegen Shell. In het publieke debat vindt een genuanceerd tegengeluid maar beperkt gehoor. Reputatiemanagement moet daarom echt onderdeel zijn van een bedrijfsstrategie, in combinatie met een duidelijk langetermijndoel.

Wat ik zie is dat er bij overnames en (her)financieringen naast een financiële, nu ook een environmental due diligence wordt gedaan, om risico’s op het gebied van duurzaamheid vroegtijdig te signaleren. Het belangrijkste daarbij is hoe levensvatbaar het businessmodel is en blijft. Dan kijk je naar:

  • Disruptierisico’s
  • Financierbaarheid
  • Langetermijnrisico’s

Een van de grote disruptierisico’s is de wijziging van consumentvoorkeuren. Als je door een gewijzigde voorkeur wordt overvallen, kan het zijn dat je activiteiten moet staken of onderdelen moet afstoten. Als je niets doet, krijg je een steeds hoger risicoprofiel. Beleggers verkopen dan uiteindelijk hun belangen en de financierbaarheid van de onderneming wordt lastiger en duurder.’

Ondernemingen vrezen de toenemende juridisering. Terecht?

‘Ik raad aan om in de algemene strategie vast te leggen hoe je daarmee omgaat of, nog beter, hoe je het kunt voorkomen. Zo kan je bijvoorbeeld beter voorop lopen dan als laatste de verplichte regelgeving gaan volgen. De publieke opinie gaat bedrijven vaker dwingen om actie te ondernemen, dat is een feit. Climate litigation is een realiteit en heeft strategische effecten. Je moet de discussie aangaan en een plan voorbereid hebben. In bestuurskamers valt deze boodschap misschien niet altijd even goed, maar de publieke opinie valt onder risicobeheersing. Ook als er niet gelijk een rechtszaak wordt aangespannen. Zelfs zonder voldoende juridische grondslag kan je tot de orde worden geroepen en je kunt dan geen eigen genuanceerd beeld naar buiten brengen. Dat is misschien belangrijker om te beseffen.’

Bij COP26 in Glasgow was een van de voornaamste doelen het mobiliseren van de financiële sector. Is die aansporing nodig?

‘Het is een terechte oproep, maar wat mij opvalt, is dat de ‘hoe’ ontbreekt. Hoe zorgen we dat die financieringen die nodig zijn voor de energietransitie daadwerkelijk verstrekt worden? Nieuwe technieken, want daar gaat het vaak over, kennen een lange terugverdientijd en hebben in de regel een hoog risicoprofiel. Banken mijden hoge risico’s. Ik merk dat je op het niveau van het kredietdossier tegen dit probleem aanloopt. Daar stokt dan het proces, ondanks de bereidheid op hogere niveaus om naar een groter belang te kijken.

Een ander probleem vormen bedrijven die een oud businessmodel willen omvormen, bijvoorbeeld een staalproducent. Het is eenvoudiger en goedkoper om een minder belastende activiteit te financieren, dan een bestaande activiteit. Maar dat betekent niet dat de bestaande activiteiten niet minstens zo belangrijk zijn. Ook die moeten verduurzaamd worden waarvoor investeringen onmisbaar zijn. Wie neemt die verantwoordelijkheid? Dat is het probleem dat we met elkaar moeten oplossen.

Het risico is dat bepaalde industrieën straks niet meer financierbaar zijn, zoals dat in het verleden met wapenindustrie en tabaksindustrie is gebleken. Als je een grote fabriek financiert kijk je niet alleen naar de kasstromen, maar ook naar de waarde van de assets. Zowel de toekomstige kasstromen als de waarde van de assets staan onder de druk als bijvoorbeeld de consumentenvoorkeur of de regelgeving wijzigt. Ontvlechten en afsplitsen is een manier om het risico te mitigeren, maar per saldo verandert er dan voor het milieu niets. Je zou de discussie kunnen voeren of pensioenfondsen daar verantwoordelijkheid voor moeten nemen en daar juist extra geld voor beschikbaar zouden moeten stellen, in plaats van desinvesteren.’

Uit welke richting moet de oplossing komen?

‘Als je het vergelijkt met de coronacrisis, dan ga je richting financiering door de overheid, als er niemand overblijft door middel van subsidies of het garant staan voor financieringen. Er is wel een nieuw initiatief van de Glasgow Financials alliance voor net-zero. Daarin werken banken en verzekeraars samen met als doel nul CO₂-uitstoot in 2050. Vooralsnog lijken banken producten aan te bieden die voornamelijk bestaan voor korting op rente voor bedrijven die wel duurzaam zijn, is mijn indruk. Mijn zorg is dat er weinig partijen overblijven om die transitie die zo hard nodig is, wel te financieren. De bereidheid om daar in te stappen wordt snel minder. Voor ondernemingen die asset light zijn en dus weinig bezittingen hebben, is het makkelijker. Misschien moet de overheid voor de grootste top-100 vervuilers wel panklare subsidies verstrekken om het tij te keren. Anders betalen we daar op de lange termijn alsnog collectief de prijs voor.’


Lees ook:
https://cms.law/en/nld/publication/cms-funds-market-study-2021

Terug naar boven