De terugkeer van Hyves in een veranderd juridisch landschap
Bevestig dat u een mens bent om de audio te starten.
Goed nieuws voor Nederlandse millennials en Gen X'ers. Op 22 september 2026, precies 22 jaar na de oorspronkelijke lancering, heeft Mediahuis Hyves nieuw leven ingeblazen. Hyves was ooit het grootste sociale netwerk van Nederland. Het platform telde op het hoogtepunt meer dan 7,6 miljoen Nederlandse gebruikers en in 2010 was het op de Nederlandse markt zelfs groter dan Facebook. Facebook haalde Hyves echter in, en in 2013 verdween Hyves als socialemediaplatform.
Hyves keert nu terug in een nauwelijks herkenbaar juridisch landschap. Toen Hyves in 2013 offline ging, bestond het huidige Europese regelgevingskader voor digitale diensten en online socialemediaplatforms nog niet. De Algemene verordening gegevensbescherming ("AVG") was nog in ontwikkeling, terwijl de digitaledienstenverordening ("DSA"), de digitalemarktenverordening ("DMA") en de AI-verordening ("AI Act") nog niet in de steigers stonden. De Nederlandse toezichthouder beschikte over aanzienlijk beperktere handhavingsbevoegdheden en private handhaving door middel van collectieve acties, zoals we die sinds de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie ("WAMCA") kennen, was nog niet aan de orde.
Dertien jaar later opereren socialemediaplatforms in een fundamenteel andere omgeving. Europese regelgeving heeft zich in hoog tempo ontwikkeld, toezichthouders kregen vergaande handhavingsbevoegdheden en toezicht en handhaving gaan steeds vaker hand in hand met collectieve acties. Dit is met name relevant in Nederland, dat zich heeft ontwikkeld tot een van de meest belangrijke jurisdicties voor massaclaims. De terugkeer van Hyves biedt in dat licht een interessant moment om eens stil te staan bij de wijze waarop het juridisch landschap voor socialemediaplatforms is veranderd en welke ontwikkelingen er verder nog worden verwacht.
Van privacy naar een bredere set digitale regelgeving
Toen Hyves op zijn hoogtepunt was, was het nog onderworpen aan regels die waren opgesteld in een tijd waarin het internet in de kinderschoenen stond. Dat betekende echter niet dat platforms vrij spel hadden, bijvoorbeeld bij de verwerking van persoonsgegevens. Veel privacybeginselen die we vandaag nog kennen, zoals rechtmatigheid, doelbinding, dataminimalisatie en passende beveiliging van persoonsgegevens, golden destijds al.
Een belangrijk verschil met de huidige situatie was dat de toenmalige Nederlandse toezichthouder, de voorganger van de Autoriteit Persoonsgegevens ("AP"), over aanzienlijk beperktere handhavings- en sanctiebevoegdheden beschikte. De AVG, die op 25 mei 2018 van kracht ging, bracht hierin verandering. De AVG harmoniseerde het Europese privacyrecht en introduceerde het "one-stop-shop"-mechanisme, waarbij één leidende toezichthouder verantwoordelijk is voor grensoverschrijdende verwerkingsactiviteiten. Boetes kunnen oplopen tot EUR 20 miljoen of 4% van de wereldwijde jaaromzet van een onderneming en daarnaast kunnen toezichthouders onder bepaalde omstandigheden de verwerking van persoonsgegevens beperken of geheel verbieden, met potentieel verstrekkende gevolgen voor ondernemingen.
De AVG was slechts het begin van een bredere verschuiving in de regelgeving. De zorgen zagen aanvankelijk vooral op de verwerking van persoonsgegevens, maar socialemediaplatforms ontwikkelden zich steeds verder tot complexe digitale ecosystemen die een centrale plaats in onze samenleving innamen. Beleidsmakers en toezichthouders zijn zich in lijn met die ontwikkeling gaan richten op bredere vraagstukken, zoals online veiligheid, transparantie van aanbevelingssystemen, invloed van algoritmen op gebruikersgedrag, marktmacht van grote technologiebedrijven en gebruik van kunstmatige intelligentie. De bestaande regelgeving, waaronder de AVG, bood slechts in beperkte mate een antwoord op (de risico's van) deze ontwikkelingen.
Nieuwe verplichtingen voor aanbieders van digitale diensten
De EU heeft in het licht van deze ontwikkelingen de afgelopen jaren een breder digitaal regelgevingskader ingevoerd, bijvoorbeeld met de DSA en de AI Act. De DSA, die sinds februari 2024 volledig van kracht is, beoogt een veiligere en transparantere online omgeving te creëren. Aanbieders van digitale diensten, waaronder socialemediaplatforms, moeten onder meer besluiten over het verwijderen van content toelichten, meer transparantie bieden over online advertenties, gebruikers meer inzicht geven in aanbevelingssystemen en dienen manipulatieve ontwerptechnieken, zogenoemde dark patterns, te vermijden. Overtredingen kunnen leiden tot boetes van maximaal 6% van de wereldwijde jaaromzet of een tijdelijke schorsing van de dienst.
De AI Act is op 1 augustus 2024 in werking getreden en wordt stapsgewijs van kracht. Deze verordening zal steeds relevanter worden naarmate platforms meer gebruikmaken van AI voor aanbevelingssystemen, contentmoderatie, advertenties en personalisatie. De AI Act bevat onder meer transparantieverplichtingen en specifieke vereisten voor bepaalde hoogrisico-AI-systemen, met boetes die in bepaalde gevallen kunnen oplopen tot 7% van de wereldwijde jaaromzet.
De regelgeving voor socialemediaplatforms is de afgelopen dertien jaar aanzienlijk uitgebreid. Waar de nadruk aanvankelijk vooral lag op de rechtmatige verwerking van persoonsgegevens, moeten platforms tegenwoordig voldoen aan een veel breder regelgevingskader waarin transparantie, online veiligheid, verantwoordelijkheid voor algoritmen en het voorkomen van manipulatieve ontwerptechnieken centraal staan.
Toename van publieke en private handhaving
De toename van regelgeving is gepaard gegaan met een aanzienlijke versterking van de relevante toezichthouders. Zij maken actief gebruik van hun verruimde handhavingsbevoegdheden en leggen regelmatig aanzienlijke boetes op aan technologiebedrijven wegens overtreding van voornoemde digitale regelgeving. Zo legde de Nederlandse Autoriteit Persoonsgegevens eerder dit jaar een boete van EUR 825 miljoen op aan Uber wegens het geautomatiseerd deactiveren van accounts van chauffeurs in strijd met de AVG, en beboette de Ierse toezichthouder TikTok voor EUR 530 miljoen en de Europese Commissie X voor EUR 120 miljoen wegens overtredingen van de DSA.
Dat zijn forse bedragen. Vanuit litigation-perspectief is echter een minstens zo belangrijke ontwikkeling, die gedaagden mogelijk aan een nog groter risico blootstelt, de opkomst van private handhaving door middel van collectieve acties. Claimorganisaties kunnen sinds de invoering van de WAMCA ook collectieve schadevergoeding vorderen namens grote groepen benadeelden in een opt-outprocedure.
Dit heeft de prikkel om te procederen vergroot, en ook de financiering van dergelijke acties gestimuleerd. Nederland heeft zich daarmee in relatief korte tijd ontwikkeld tot een belangrijke jurisdictie voor massaclaims, waarvan een aanzienlijk deel betrekking heeft op vermeende schendingen van privacy- en gegevensbeschermingsregels door grote technologiebedrijven (zoals wij ook toelichten in het CMS European Class Action Report). Belangenorganisaties zijn onder meer WAMCA-procedures gestart tegen Meta, X, Amazon, Oracle, Salesforce, TikTok en, meer recent, Snap. Eisers vorderen in deze zaken doorgaans enkele honderden euro's aan schadevergoeding per benadeelde persoon, waardoor de totale potentiële exposure al snel in de miljarden euro's kan lopen.
Verruiming van grondslagen in Wamca-procedures
Het is bovendien opvallend dat de juridische grondslag voor collectieve acties tegen technologiebedrijven steeds breder wordt. Waar eerdere WAMCA-procedures tegen technologiebedrijven voornamelijk om de AVG draaiden, beroepen eisers zich in toenemende mate op het bredere Europese digitale regelgevingskader, waaronder de DSA en de AI Act. Dit zien we bijvoorbeeld in de recente procedure tegen Snap, die zich breder richt op de inrichting en werking van het platform en waar niet alleen de verwerking van persoonsgegevens centraal staat.
De procedure tegen Snap draait om vier kernverwijten:
- verslavende ontwerpkenmerken, zoals Snapstreaks, Snapscore, infinite scrolling en gepersonaliseerde aanbevelingen;
- onvoldoende bescherming van minderjarigen en ontoereikende maatregelen tegen illegale activiteiten;
- onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens en profilering; en
- onvoldoende herkenbare reclame, in het bijzonder reclame gericht op minderjarigen.
De claimstichtingen vorderen net als in vergelijkbare WAMCA-procedures tegen technologiebedrijven materiële en immateriële schadevergoeding, tot EUR 1.850 per gebruiker (Snap heeft ongeveer 6 miljoen gebruikers in Nederland), alsmede gebods- en verbodsvorderingen die zien op de inrichting en werking van het platform. Zo wordt onder meer gevorderd dat Snap bepaalde ontwerpkenmerken, zoals de hiervoor genoemde infinite scroll en Snapstreaks, verwijdert, een effectieve leeftijdsverificatie invoert, maatregelen neemt om te voorkomen dat eerder verwijderde gebruikers zich opnieuw registreren en bepaalde vormen van profilering en gerichte advertenties staakt.
Vooralsnog is een aanzienlijk aantal collectieve acties tegen technologiebedrijven in Nederland echter geheel of gedeeltelijk aangehouden in afwachting van de beantwoording van prejudiciële vragen die de rechtbank Rotterdam in een procedure tegen Amazon aan het Hof van Justitie van de Europese Unie ("HvJEU") heeft gesteld. Die vragen hebben onder meer betrekking op de vraag of de AVG claimorganisaties toestaat schadevergoeding te vorderen zonder uitdrukkelijke opdracht van de betrokken personen en of Nederland via de WAMCA aanvullende ontvankelijkheidseisen mag stellen naast de eisen die reeds uit de AVG voortvloeien.
Zodra het HvJEU deze vragen heeft beantwoord, zullen, indien de uitkomst gunstig is voor eisers, verschillende lopende WAMCA-zaken tegen technologiebedrijven doorgaan naar de inhoudelijke behandeling. Een belangrijke vervolgvraag is dan hoe claimorganisaties hun vorderingen tot vergoeding van immateriële schade zullen onderbouwen en hoe Nederlandse rechters deze zullen beoordelen. Uit de rechtspraak van het HvJEU van de afgelopen jaren volgt dat ook beperkte privacyschendingen aanleiding kunnen geven tot vergoeding van immateriële schade, mits de schade wordt aangetoond. Veel vragen over de praktische toepassing van dit uitgangspunt zijn echter nog onbeantwoord, in het bijzonder over de wijze waarop dergelijke schade in collectieve acties moet worden aangetoond. De komende jaren zal zich op dit punt naar verwachting richtinggevende rechtspraak ontwikkelen.
Slotopmerkingen
Het Europese regelgevingskader voor digitale diensten blijft zich ontwikkelen. De Europese Commissie werkt momenteel aan een Digital Fairness Act, een initiatief dat zich richt op onderwerpen zoals manipulatieve en verslavende ontwerpen, misleidende influencermarketing en oneerlijke vormen van personalisatie. Ook staat de bescherming van minderjarigen in digitale omgevingen hoog op de agenda, zoals blijkt uit het voorstel voor een EU KIDS Act. Zie voor meer informatie hierover ook de update van onze CMS-collega's.
De terugkeer van Hyves is opvallend in het licht van deze ontwikkelingen. Hyves wordt nadrukkelijk gepositioneerd als alternatief voor de grote internationale socialemediaplatforms. Volgens Hyves ligt de focus meer op het communitygevoel, persoonlijke interactie en een niet-verslavende gebruikerservaring. Zo gebruikt Hyves een chronologische tijdlijn in plaats van een algoritmisch aangestuurde feed, kunnen gebruikers niet eindeloos scrollen en steunt het platform voornamelijk op een Europese technologische infrastructuur. Ook zouden gebruikersgegevens binnen de EU worden verwerkt.
Deze positionering sluit op papier mooi aan bij de verschillende zorgen die de afgelopen jaren zijn geuit over grote technologieplatforms. Of deze aanpak voldoende zal zijn om Hyves opnieuw relevant te maken, zal moeten blijken. De terugkeer van Hyves brengt in ieder geval wel een gezonde dosis nostalgie met zich.
Meer informatie of advies?
Wilt u meer weten of van gedachten wisselen over de ontwikkelingen binnen het digitale regelgevingslandschap en de WAMCA-praktijk en de mogelijke gevolgen voor uw onderneming? Neem dan contact met ons op, wij gaan graag met u in gesprek.